zaterdag 16 februari 2019

Materiaal

Weer thuis van weggeweest en de stemming was daarom uitgelaten, kunnen we wel zeggen! Jammer dus dat u geen lid bent van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond. Lees wat er zoal gebeurt op de zessporen Carrerabaan of de razendsnelle houten 4-sporenbaan. 


Okay, als we naar de gemiddelde slotcarfanaat kijken, wat zien we dan? Belangstelling voor techniek, beetje op willen schieten en vooraan willen rijden. Liefde voor autootjes laat ik even buiten beschouwing, want dat hebben heel veel mannen. Genetisch dingetje. Kunnen wij niks aan doen. Maar er zijn binnen die te definiëren groep slotcarracers nog twee aparte hoofdstukken en dat zijn de sukkels die het beter weten. De betweters zonder argumenten (sillys and all that shit!) en de betweters die zich steeds afvragen ‘Kan dat niet anders?’ Deze laatste groep, dat spreekt, is de meest interessantste. Ik kan wel een voorbeeld geven van hun begeestering die bijna onbegrensd is. Zowel in plaats als in tijd.

Op een dag stond ik mijn tanden te poetsen. Voor mijn snufferd staan al sinds jaar en dag de houders/opladers van de tandenborstel. Holy shit! Draadloos contact! Ik realiseerde me ineens dat er voor stroomoverdracht helemaal geen fysiek contact nodig is zoals tussen onze slepertjes en de geleiders van de baan. Volstrekt achterhaalde techniek, helemaal zestiger jaren! En zo werkt dat dus bij die lui. Ze staan met iets in hun handen, ze zien wat en dan koppelen zij dat in hun hersenen in een oogwenk aan een eerder gesignaleerd, maar nog niet scherp gedefinieerd probleem van de slotcarracerij. Het kan gewoon op elk moment gebeuren. Tsjakka!

Ik sprak hierover met Markus Goetz die dat ook in sterke mate heeft. In de mij bekende ratelstijl ranselde ik in een paar zinnen de hele slepertjes-theorie (Voodoo, vaseline, Mystery Oil, Remmenreiniger, Zippo met knoflooksaus etc) het raam uit als een volstrekt achterhaalde manier van stroom afnemen. Nou vind ik dat persoonlijk nog niet eens het ergste. Wat ik wel te gruwelijk voor woorden vind, is dat hele hordes mannen op vrijdagavond met die dingen aan het pielen zijn en dat niemand ineens razend van drift roept: 'Wat is dit toch voor een kuttechiek?'

Terug in de tijd. Boven mijn Fleischmann-racebaan heb ik een klein museumpje met een racebaantje uit de prehistorie. De auto’s rijden met een beltechniek-motor op (dus!) wisselstroom en de schoen bestaat uit een stalen pennetje. Aan weerszijden twee slepers van verenstaal, aan het uiteinde een half bolletje dat over de rails gaat. Die slepers hebben nul komma nul last van vervuiling en ze werken dus altijd. Aan het uiteinde een vorkje dat je onder een schroefje klemt. Slagje los, slagje vast en de sleper is verwisseld. Extreem simpel, extreem goed contact en extreem effectief. Nu onze innovaties: RVS dik en dun, gevlochten, plat, koper, met soldeerlip, met klemlip, met schroefje, met busje, met doorsteek-draad om te stroppen. Ik zal er nog wel een paar vergeten zijn, maar het verandert de conclusie niet: alles is in feite waardeloos en niks anders dan behelpen.

Hoe kan dat? Er zijn mannen die hun secretaresse ontslaan omdat het lepeltje aan de verkeerde kant van het kopje ligt. Hoe is het mogelijk dat diezelfde mannen ’s avonds zonder mankeren hun halve vrije avond verprutsen met het poetsen en gladstrijken van twee slepertjes? Ik kan daar met mijn pet niet bij. Wat ik vooral zo uitzonderlijk vind is dat die enorme bult verzamelde denkkracht links en rechts naast de racebaan geen kans ziet om het beter te maken. En eerlijk gezegd geloof ik er ook al lang niet meer in.

Op een dag, ik had net de hele sportredactie uitgefoeterd, besloot ik om zelf dan maar naar het tennisveld te gaan. En als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel sport! Goed, er kwam een tennisheld die ik vaag kende van een kauwgombalpapiertje en hij heette McEnroe. Ergens op een zijveldje ging hij zich een beetje warm slaan en tot mijn verbazing zag ik dat er een of andere knul met een kruiwagen vol tennisrackets achter hem aan kwam hobbelen. Het waren er meer dan dertig. Met ieder racket mepte hij zegge en schrijven één bal weg, waarna het racket tussen de struiken werd gemieterd. Opeens legde hij één racket naast zijn standplaats. Van de dertig rackets hield hij er vier over. Na nog een test resteerden er twee. Die waren goed genoeg voor de wedstrijd. 

Die heb ik gezien en hij won. Meermalen zag ik de bal met meer dan tweehonderd kilometer per uur over het net gieren. Dat heb ik een slotcar nog nooit zien doen! Mijn verslag bestond uit een foto met bijschrift, omdat ik het hele spel niet ken. McEnroe heb ik wel geïnterviewd. Hij zei dat een beetje kritisch naar het materiaal kijken het verschil maakt. Hij zei: “Het is net als bij slotcarracen. Dat rond raggen of dat meppen van die bal lukt wel, maar is het basismateriaal wel ok? Dat moet je je steeds afvragen!”

Ace, dacht ik meteen!
 


vrijdag 8 februari 2019

Wieltje


De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan. Hora est: vandaag enduro te Ljouwert.

Twijfel alom! Is het in de 32-klasse gebruikelijk ieder schroefje na vast minstens anderhalve slag terug te draaien, de jongens van 24 zweren bij vering. Want Scaleauto heeft een nieuw chassis (GT3) gelanceerd met voorvering. Het aardige van deze innovatie is dat je hem in de wedstrijd niet mag gebruiken.

De H-plaat in carbon mag gelukkig wel in het oude chassis SC-8000, maar de door de fabrikant bijgeleverde vering mag dan weer niet. Wel mag je de voortrein van een wat ouder chassis wat opleuken met een flintertje carbon. Resultaat? Voorwieltjes met vibratie! De echte GT3 heeft achterin ook de nodige veertjes en de fabrikant claimt daarmee ‘much smoother cornering’. Inderdaad kunnen die oude brikken van Scaleauto nog weleens gemeen haaks door de bocht slaan, waarbij je je kunt afvragen of dat nog iets met rijden te maken heeft.

Welnu, in de tijd dat Scaleauto dat allemaal in het fabriekslab zat te bedenken, zwoeren wij de rammelbakken van Ninco af, die zoals iedereen weet, bestaan uit een chassis waarop met drie bouten de motor is vastgeklonken en een kap die door resonantie meer geluid kan produceren dan twintigduizend krekels op een zomeravond. Zo kwamen wij na wat uitstapjes naar Slot.It en NSR uiteindelijk welgemoed in Duitsland terecht, waar wij het wonderlijke spel van de DTSW aanschouwden, de Deutsche Touren und Sportwagenmeisterschaft. Konden wij dus meteen vaststellen dat al die reglementjes hier in Holland gewoon te soft voor woorden zijn. “Was nicht ausdrücklich erlaubt ist, ist VERBOTEN!” Dat is in rood, vet, cursief onderstreept en in chocoladeletters de slotzin van ieder reglement voor de wedstrijden met kleine autootjes. Maar afgezien van die Duitse boer: wat rijden ze hard die jongens! Ze doen net ob es die Bundesautobahn ist!

Dus wij de stoute schoenen aan en Fokko ter spionage gestuurd. Onze nul-nul-zeven was snel terug met enige aangekochte modellen. EN WAT ZAGEN WIJ? Een messing bodemplaat uit één stuk met vier wieltjes, een schoen en een dikke motor van BMW! Verder helemaal niks! Niks veertjes, niks bewegende delen, gewoon alles alsof het een Ninco was, op elkaar gebout. Wel zo plat als een pannenkoek en zo strak als een uitgerekt stuk elastiek. Daarop natuurlijk een kapje naar Duitse maatstaven. Meestal helemaal geen, een enkele keer een heel klein krasje onder de rechterspiegel. Zelfs het mannetje ontkomt niet aan het reglement. Je mag dus geen poppetje (Hahahaha!) hebben dat uit één stuk gegoten is. Neen, het koppie moet kunnen draaien en de helm dient exact in de juiste kleuren gespoten te zijn. Anders: Do ist die Tür!

Waarmee dus is aangetoond dat Ninco zo gek nog niet was en dat die hele flauwekul van plaatje hier en veertje daar, niks anders is dan een marketingtruc waar slotcarracers met open ogen intrappen. Het geld brandt in de broek: Die moet ik ook hebben! Veel beter! Hetgeen nog maar te bezien staat. De goedgelovigheid en het daarbij behorende gebrek aan argwaan, maakt dat je slotcarracers alles in de maag kunt splitsen en op de mouw kunt spelden wat je maar wilt. Ideale doelgroep, zo dom als een konijn!

Ander voorbeeld. Onze eerwaarde Alphons P. heeft als enige clublid een bolide van Zwitserse makelij die met zijn primaire kleuren wel een beetje aan Lego® doet denken, een SSR24. Hoe elementair wil je het hebben? Dat hele ding heeft maar vier schroefjes! VIER!!! Toen de trotse eigenaar ons een inwendige blik gunde, moesten wij op de tanden bijten om niet te proesten, maar eenmaal op de baan konden wij onze tanden stukbijten in een poging hem bij te houden. Niet te kort, wat gaat dat ding als een beest in het rond! En zeker als heer P. een beetje geagiteerd is. Nog een voorbeeld doemde op toen wij, druk in training voor de slachtpartij in Leeuwarden, ons toelegden op steeds betere rondetijden. Snelheidsverbetering was eenieder tussen de oren genageld!

 Zo ook Evert Pluim, de man die zijn auto’s altijd vanaf een flinke afstand in een willekeurig bakje van zijn racekist gooit! Hoppa! Die bleek dus een gruwelijk ouderwets Scaleauto-chassis te bezitten, verstopt onder een Audi-kap. Dat laatste doet natuurlijk niet ter zake maar ik weet dat er slotracers zijn die dit een belangrijk detail vinden. Hoe dan ook. Pluim duikt met dat lijk uit het niets onder de zeven seconden. Toen kreeg ie een andere regelaar, wéér stappen omlaag! Uiteindelijk was die oerlelijke Spaans-Duitse alliantie (Ik wil er ook één!) ineens de snelste auto van onze club. Met een ongeëvenaarde wegligging en een jaloersmakende koersvastheid bij zijwind op het rechte stuk. Remmen? Onzin!

 Het geheim? Het linker voorwieltje staat bijna 0,5 mm hoger dan het rechter. Godzijdank is er niet één reglement, óf hier óf in de Heimat, die dat verbietet. Net op tijd ontdekt dus. We gaan ze inpakken, daar in Ljouwert!

SlotracingLeMans, 9-10 februari. Enduro van 13 minuten. Gratis kaarten, op is op!