vrijdag 14 september 2018

België

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Out of the blue kreeg ik een mailtje van de beheerder van Slottrack.BE met de mededeling dat het nieuwe seizoen weer voor de deur stond. Nu krijg ik persoonlijk altijd een beetje de rilkikker van dat ‘nieuwe seizoen’, omdat wij van AST vinden dat het leven te kort is om het op te delen in seizoenen. Wij racen het hele jaar door. Anyway, beheerder schreef te hopen dat het forum aan belangstelling zou winnen, waarbij hij grootmoedig de hand in eigen boezem stak, want druk, druk, druk en andere smoesjes om niks op het forum te schrijven. Ik mag dat wel, want ik vind het a) goed om het eigen falen aan de kaak te stellen en b) dat slotcarracers elkaar veel meer moeten steunen in het vinden van de beste setup. En daar ontbreekt het nogal eens aan. Iedereen doet zijn ding, maar graag in zijn eigen kleine holletje.

Wat je ook vaak ziet is dat er nogal wat gezwetst wordt. U denkt dat ik overdrijf? Ik noem het fenomeen ‘grip’. Over grip wordt zo onnoemelijk veel gekletst, dat het bijna adembenemend is. Ik bedoel hiermee iets beweren zonder bewijs of zonder argumenten. Vaak zelfs zonder enige kennis van zaken. Ooit, ik had nog echt de ballen van verstand van slotcarracen (zie a), was ik met enkele andere leden van onze beginnende club Amazingslotcarracing te TE te gast in Drachten. Wij prutsten daar gezellig wat mee onder het oog van die vooral nors kijkende motorrijders, maar toen wij allemaal riant in de pan waren gehakt, mochten wij dan wel zelf wat afkneuteren op hun racebaan. Heel even had ik het idee dat dit het leukste moment van de dag was, want het gaf mij de gelegenheid om mijn spiksplinternieuwe Mosler te testen. Omdat ik dat gelezen had, had ik die auto voorzien van prachtige helblauwe siliconenbandjes, die ik had overgenomen van Jeroen den Broeder (ex-Best) die ze had gebruikt voor een heuse bandentest.

Toen nu mijn Mosler in één van de bochten zesmaal over de kop sloeg en zieltogend op zijn dak stil bleef liggen, viel er meteen & direct een doodse stilte totdat één van de leden van de motorgang krijste: “WAT IS DAT?!!” Nu moet u weten dat die motorrijders hun Fleischmannbaan van grip hadden voorzien door een zelfbedacht tweewekelijks met de rolkwast op te brengen zwaar vervuilend chemisch middel dat bestaat uit een mengsel van gelijke delen terpentine en roze Parmaplak, dat na een week drogen een plakkerige zwart glimmende laag op de baan achterlaat die iedere vorm van drift onmogelijk maakt. Zeker als het om siliconenbanden gaat. Vandaar dat mijn auto rondtolde als een stalen knikker in een flipperkast. Die dodelijke krijs vergeet ik nooit meer! Nog minder de ervaring dat je als slotcarracer van alles kunt roepen, zonder enige vorm van bewijs of redenering: siliconenbandjes lekken olie en vermoorden alle grip op iedere baan!

Godlof voor de slotcarracers die zeggen: “Ik doe het altijd zo, maar ik heb geen idee of het zin heeft. Maar ik voel me er happy bij!” Zo ken ik iemand die zijn slotcars voorziet van onafhankelijk van elkaar draaiende voorwieltjes. Het is nogal een gepruts om dat voor elkaar te krijgen waarbij het grootste gevaar is dat je met secondelijm de hele voortrein aan elkaar lijmt zodat er op de keper beschouwd helemaal niets meer onafhankelijk van elkaar draait. Enfin, hij heeft daarin een grote mate van kunst bereikt, maar hij zal nooit zeggen dat dit de enige methode is om een slotcar goed door een bocht te trekken. Dat is prijzenswaardig.

Hoe anders is het als het om de grip van de baan gaat. Het gezwam is niet van de lucht en persoonlijk schep ik er altijd veel plezier is door dan quasi nonchalant te vragen: Hoezo, leg eens uit?, waarna meestal meteen blijkt dat spreker de kok heeft horen fluiten omdat hij ook niet weet waar de lepel hangt. Echoput gelul tweeduizend dus en zo lang niemand iets zegt of de wenkbrauwen fronst, kun je van alles ongestraft beweren en mij is inmiddels wel duidelijk geworden dat dit op onwaarschijnlijk grote schaal gebeurt.

Ik citeer de mail van Slottrack: “Tijd om de banen af te stoffen, de borstels te kammen en de bandenspanning te controleren. Na een heel zwak racejaar van mijzelf, amper een paar rondjes en een paar kleine experimenten met de elektronica heb ik zelf héél weinig bijgebracht in de wondere wereld van het slotracen. (…) Maar terug met volle moed inpikken waar ik gestopt ben. Dus verder werken aan mijn racedisplay en nog een paar projecten die momenteel enkel nog maar op papier bestaan.

Hopelijk volgen jullie allemaal en gaan we lekker dit forum terug opwaarderen en werken aan een community waarin héél veel informatie uitgewisseld wordt onder de lage landen. En kunnen we elkaar terugvinden op het forum.”

De kern van dit verhaal is dat je iets vertelt en dat aanvult met waarom. Niks meer, niks minder. Om tranen van in je ogen te krijgen, zo mooi deze confessie!





zaterdag 8 september 2018

Mancave

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Heb je als kind het geluk dat je in het ouderlijk huis een eigen kamer hebt, dan is het gevolg dat je ouders om de haverklap roepen: ‘Ga je kamer opruimen!’ Dit is dan het begin van het echte leven dat vooral bestaat uit opruimen en schoonmaken. Denk er maar even rustig over na. Mag je op zeilkamp, dan is het eerste dat je mag doen het dek zwabberen en spoelen. Ga je naar de verkennerij, dan ben je de hele dag bezig met papiertjes van anderen oprapen en de tent uitvegen. En als je dan gaat trouwen, nou, dan breekt de hel helemaal los. Kinderspeelgoed; je blijft als volwassene rondrennen om het weer allemaal te verzamelen om het achter de bank te gooien.


Ik moest hieraan denken toen ik laatst mijn mancave aan het reinigen was. Eigenlijk had ik de ruimte waarin ik mijn slotracebaan heb gebouwd, tot dan nooit zo benoemd, maar het is natuurlijk wel een echte mancave. Een intrinsieke eigenschap van de mancave is namelijk dat de vrouw geen poot uitsteekt naar het stof dat neerdwarrelt of de spinnenpoep die zich in de maand augustus overal heeft afgezet. Dat is opmerkelijk. Ze zegt bijvoorbeeld ook nooit: ‘Zou jij je mancave niet eens een beetje gaan schoonmaken?’, terwijl bij wijze van spreken de vlooien uit die lekkere ouwe bank springen of de dooie vliegen manshoog op de vensterbank liggen opgestapeld. Kortom, dingen die vrouwen over het algemeen omschrijven als ‘vies’ en mannen als ‘het is niet anders’.

Een andere eigenschap van een mancave is ook dat hij bestaat bij de gratie van het ‘Akkoord!’ van de vrouw op het moment dat je aankondigt de zolder, de kelder of de schuur in te pikken. Als man zijnde weet je dan dat één misstap de mancave om zeep zal helpen. Daar staat tegenover dat je in de mancave alles uit kunt vreten wat je maar leuk lijkt omdat zij nóóit onverwacht binnen zal komen stuiteren. Dat is een rustgevend gegeven.

Bij mij speelt dit alles niet omdat mijn mancave geen onderdeel van het huis is, maar een stukje verderop staat. Ik kan dus bijvoorbeeld ’s nachts om twee uur mijn Pioneer VSX 409 RDS (5 eindversterkers! – Prologic) rustig tot het onbetamelijke opendraaien. Dat deed ik laatst en toen flikkerde enige tijd nadien één van mijn speakers uit elkaar. Nou zijn dat natuurlijk niet van die achterlijke ‘Motional Feedback Speakers van Philips’, maar van die zware jongens die ik uit een gereformeerd elektronisch orgel heb gesloopt en waarmee je dus een katholieke kathedraal omver kunt blazen. Omdat het oog ook wat wil heb ik er vier Fleischmann-kombochten omheen gelijmd, waar ik twee Fleischmann Ford Lotussen op vast heb gelijmd. Het ziet er aardig uit, maar door die gruwelijke rif van Pete Townshend, donderde dus een van die trechterkappen omlaag. Niks aan de hand, heb ik weer hersteld, maar dat is een verhaal apart.

Waar het omgaat is dat ik toen ik die speaker weer ophing, met mijn kop in het spinrag verstrikt raakte en dat was het signaal. Poetsen. Meteen bleek ook dat er overal dooie vliegen lagen, gemummificeerde Atalanta’s, spinnenpoep en andere insectenzooi zoals volledig uitgedroogde  Hoornaars met een buitenboord bengelende angel zodat menige vrouw zou denken: Pottertje piep, die is niet slecht bedacht!

Toen ik aan het poetsen sloeg, bleek ook Markus Goetz (praeses ASR) aan de slag te zijn gegaan, hoewel hij zich vooral beperkte tot onze houten slotracebaan. Nu vond ik dat een hele verstandige move, want enige tijd eerder was de baan door de vreemde klimatologische omstandigheden in onze clubmancave zo glad geworden, dat de auto’s als dronken lorren in het rond slierden. Daar kwam bij dat Fokko vakantie had en die had bedacht dat dit een mooie tijd was om even de puntjes op de ie te zetten. Dus hij ging met Dasty en Scotchbrite aan de slag. Typisch zoals mannen dat doen: twee bochtjes van de elf. De rest was voor Markus. Natuurlijk kwam van onze poetsende voorman meteen een foto op Facebook. Waarna zich op ons forum een discussie ontspon over het verschijnsel grip vóór of na poetsen.

Over dit fenomeen zal ik nog berichten, maar de schoonmaakwoede greep als een veenbrand om zich heen, want ook Johan (“Nooit schoonmaken, alle grip weg!”) en Hans van de Kleine Autootjes Raceclub Leeuwarden togen met sop aan de slag om hullie baan weer in orde te maken voor het nieuwe seizoen. Ook hier dus stevige bedrijvigheid in de mancave van Hans, want zo moeten wij die Friese club eigenlijk wel zien. Want ook hier merken de gasten nooit op: ‘Moet hier niet eens schoongemaakt worden?’ Idem dito in Tweede Mond, ex aequo bij Circuit Deux Chevaux, my place (mancave).

Geen gezeik aan je kop over schoonmaken en opruimen; ik denk echt dat dit het allerfijnste is van de mancave. Afgezien van een knoert van een versterker van Pioneer, natuurlijk.

zaterdag 1 september 2018

Museon

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Om op de schoolvakantie nog een kroon te zetten, togen wij in twee auto’s met pubers op de achterbank naar Den Haag. Eerst naar het Omniversum, daarna naar het naastgelegen Museon, dat een beetje aan het oude Evoluon doet denken. Na enige tijd stond ik voor een vitrine met wat Johan Post ongetwijfeld ‘innovaties’ zou noemen. Een Commodore, een Apple, een Remington Selector, diverse sledestofzuigers en een heuse bandrecorder met witgele knoppen en een vuilgrijze skaibekleding rondom. Ach nostalgie! Ik miste de slotcar en ik heb in de ideeënbus dan ook een kaartje achtergelaten.Wat je in die ruime vitrine ook ziet: alles is òf achterhaald, òf fundamenteel verbeterd. Soms zelfs uit het schap verdwenen. Zo gezien is de keuze om de slotcar niet in die vitrine te plaatsen juist, want door ernstige verdeeldheid onder slotcarracers is innovatie ver te zoeken.

Voor een deel is dat ook te wijten aan de verkopers van slotcars. Die hebben websites met reeksen fotootjes waar een prijs onder staat. That’s it! Ga je bijvoorbeeld ergens iets kopen, dan is er al snel een verkoper die wat over het product vertelt om het je aan te smeren. Op hun websites staan onder die fotootjes nog tabbladen die worden aangeduid met bijvoorbeeld ‘Details’ of ‘Omschrijving’, zodat je enig idee krijgt van wat je koopt. In de slotcarwereld moet je het doen met de aanduiding van de naam van de fabrikant en dus zijn imago. Vooral dat laatste.

Op deze plaats heb ik menigmaal flink gekankerd op het merk Ninco dat ik, maar dat is een persoonlijke opvatting, terecht de grond heb ingeboord en al doende heb weggezet als onnozel kinderspeelgoed. Dankzij mijzelf moet ik hierop terugkomen. Het is minder onnozel dan gedacht. De ommezwaai kwam dankzij Fokko Zoutman die nogal eens nieuwe auto’s koopt, in de klasse 100 tot 350 euro. Gekscherend heb ik weleens geroepen dat zijn racekist waardevoller is dan de VW Golf waar die instaat. Maar dat was een grapje natuurlijk!

Hoe dan ook, Fokko gebruikt graag het woord ‘krom’ als het om een slotcar gaat. En omdat ik ergens een leuk verhaaltje las over een slotcar in de oven van moeders de vrouw, toog ik aan de slag. Ik sloopte vier Renault Méganes van het beruchte merk Ninco en klikte de vier chassis met magneten op de bakplaat vast. Oven op tachtig graden en eenmaal op temperatuur, oven uit en bakplaat erin. Nachtje laten afkoelen. En verdomd, zo vlak als de zool van een strijkijzer! En dat kon ik daarvoor niet zeggen!

Twee Méganes kocht ik bij Tinte Ring, eentje bij Tavecbor en de vierde was al in mijn bezit als onderdeel van de bekende rode koffer van Ninco voor beginnende slotcarracers. Nu zijn kromme chassis niet het enige punt van Ninco´s, want ze rammelen gruwelijk. Dus je moet het cockpitje opnieuw vastzetten in de kap en ook die tandwielen zeer nauwkeurig bekijken. Of vervangen door een setje van NSR. Het resultaat is een strak en hard rondrazende Ninco, die zo stil is als de beste Slot.it of een wegligging vertoont die in de buurt komt van pannenkoek Mosler.

Nu de feiten! De Ninco´s hebben geen in hoogte verstelbare vooras of een motormount. Laat staan dat je de motor losser of vaster kunt zetten met behulp van veringsetjes à la Slot.It. En de praktijk wijst uit dat het geen moer uitmaakt of je de kap muurvast schroeft of enige bewegingsvrijheid gunt. Een plak lood, min of meer in het midden ergens tussen schoen en de motor is prettig omdat de auto’s nogal hoog zijn. Omdat ik vooral lekker wil rondscheuren, heb ik alle vier de auto’s op siliconenbanden gezet, waar je in theorie twaalf jaar zonder problemen mee rond kunt rijden. De conclusie is dat alle innovaties (Hahahahaha!) van de grote merken ons geen stap verder hebben gebracht.

Ninco is het zestiger jaren merk dat anno 2018 nog probleemloos meekomt met de dure jongens, mits je het chassis eerst in de oven schuift. Dat is een bikkelharde eis. Mooie bijkomstigheid is ook dat die schoenzool (door Ninco chassis genoemd) alle ruimte biedt voor de C-chip van Slot.It zodat mijn stenentijdperk Fred Flintstone-auto, super bijdetijds digitaal zijn rondjes rijdt.

Tot besluit van de trip bezochten wij het gemaal De Cruquius. Dat is vlakbij het honk van Slipstream. Gegroet, jongens! Het is een museum dat je een ruimhartige blik gunt op de wereld van James Watt en wat is nu zo frappant? De begeleidende teksten bij machines en onderdelen reppen vooral over verbeteringen, tegenwoordig innovaties genoemd. Ik zag zelfs mijn oude kleine-jongens-stoommachine staan: zelfs die was opmerkelijk verbeterd! Op weg naar huis had ik nog ruim tweehonderd kilometer om na te denken over deze kwestie. Wij slotcarracers staan stil omdat we vooral ‘Mooi kapje’ roepen! 

zaterdag 25 augustus 2018

Varilux

De vrolijke belevenissen van de leden (15, 16, 17???) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.


Als je een wolf tegenkomt, zoals mij gebeurde, dan heb je een probleem. Zo vlak bij de Duitse grens rennen die beesten gewoon van hot naar her wat gemakkelijk kan sinds de EU dat mogelijk maakte. Vrij verkeer van personen, goederen en wolven. Het probleem is natuurlijk dat die wolf beschermd is en ik niet. Kun je om lachen, maar als dat beest naar je kuiten hapt en je geeft hem een ram voor zijn harses, tien tegen één dat je door Bromsnor wordt ingerekend! Tja! Gelukkig vreten wolven vooral schapen half op en dat is een dingetje dat mij op het juiste been zette! Subsidie!

Kijk, een boer beziet de lucht, het is gruwelijk droog, of gruwelijk nat. Het vriest of het dooit, de zon schijnt niet of tussen de wolken door, maar altijd is er wel een meteorologische reden om subsidie aan te vragen. En nu dus de wolf. De boer moet zich beschermen tegen de beschermde wolf en dat begint dus met subsidie. Zeg je bijvoorbeeld tegen een boer dat hij met zijn spuitmachine zes meter uit de kant van de sloot moeten blijven, dan hoest hij meteen “Subsidie!” En sinds de komst van de wolf is deze agrarische Pavlov weer helemaal opgebloeid.

Slotcarracers daarentegen zijn van die mannetjes die altijd denken dat zij zelf hun broek op moeten houden. Met het onderhoud van hun clublokaal, de energierekening, de aanschaf van nieuw meubilair of zelfs de huur van het clubhuis, dan wel die in gebruik genomen etage van het Parochiehuis in de Kerkstraat. Welnu, een boer moet ontzettend hard lachen als hij zoveel domheid gewaar wordt. Dat flitste door mijn kop toen ik bij Nieuw-Weerdinge die verdomde wolf tegenkwam. Die zak liep er gewoon wat te flierefluiten en ik ben ervan overtuigd dat hij niet veel meer te doen had dan een ommetje maken omdat de wolvin het nest een goeie beurt wilde geven. Terwijl hij juist zin had om haar eens een goeie beurt te geven. Een beetje nijdig was ie dus wel, dat zag ik meteen.

En subiet dacht ik dus: ‘Roest, subsidie!’ Thuisgekomen het fenomeen eens geGoogled en ja hoor, geld zat! Het enige dat je moet doen is een officieel clubje maken door een vereniging op te richten of een stichting. Ik zou het eerste doen omdat het ’t meest praktisch is. Daarna moet de secretaris een officiële oprichtingsvergadering organiseren, waarna de penningmeester van de club het geld op de rekening kan laten bijschrijven. Simple comme bonjour!

Hoe fijn kan het wel niet zijn! Het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat wat oudere mannetjes net zoals ik ’s avonds wat meer moeite hebben met accommoderen. Dat is het vermogen van de ogen om zich snel aan te passen aan licht-donker situaties. Die leeftijdgebonden handicap valt gemakkelijk te omzeilen met meer licht en vooral een betere uitlichting van de racebaan. Onze baan bijvoorbeeld wordt sinds deze zomer uitgelicht door één bouwlamp van 1.200 watt en twee of drie staande booglampen van messing die vermoedelijk door de Kringloopwinkel in de vuilnisbak waren gegooid. Het gevolg is dat je het ene moment recht tegen de zon in moet kijken en meteen daarna met al die sterren en schitteringen nog op het netvlies, de schemering in rijdt die zich vooral kenmerkt door rode vlekken en snel geknipper van de ogen door een teveel aan traanvocht dat zich als matglas over het oog verspreidt.

Zo heb je onder ons ook de tobbers met de Varilux brillenglazen. Nou, dan heb je een probleem bij het slotcarracen. Sta je daar bij voortduring met je hoofd te knikken om het scherpste glasdeel te zoeken, mis je net op de barst je auto en dus die bocht! Vriend Evert Pluim maakt van zijn hart geen moordkuil als het om zijn Varilux gaat. Zachtmoedig, nooit een onvertogen woord, maar wel godverdomme die kutbril! Zo ook vriend Marco van Evert die alles en iedereen bij elkaar kankert naar goed Haags gebruik als het om die kleine kloteschroefjes gaat. Waar zit ie dan? Waar dan? Ik zie niks!

Mij kun je een hoop verwijten, maar gelukkig gaat het nog prima met de ogen. Maar ik onderken het probleem wel omdat een oogarts dat mij vertelde. Hij zei dat hij slapend rijk werd van dat leuke gezellige schemerlicht in de Hollandse huizen. Hij, Chinees van geboorte, was niet te beroerd om tegen een vorstelijk honorarium een leuk leesbrilletje van Kruidvat voor te schrijven. Hoe minder licht, hoe minder je ziet. Dat geldt voor iedereen, maar als je ouder wordt is het een graadje erger.

Wat weten we nu? Er is een club, een slotraceclub die voorziet in een maatschappelijke behoefte, maar waarbij zich een oplosbaar probleem aandient dat samenhangt met de uitgeoefende sport. Dientengevolge is subsidie de oplossing voor de kwestie. Dus heren, gebruik je boerenverstand en speel voor geldwolf!
  

zaterdag 18 augustus 2018

Airborn

De vrolijke belevenissen van de leden (15, 16, 17???) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Alphons van de Meerendonk, in het leven een hele aimabele man die je niet gemakkelijk kwaad krijgt, was laatst op Amazing Slotracing Clubforum maatschappelijk behoorlijk onaangepast want hij was op zijn Gronings kwaad op DHL. Hij schreef bijvoorbeeld: Zoals ik hoopte levering dinsdag, en zoals verwacht laat die andere gele organisatie het voor de zoveelste keer afweten. Het is niet de eerste keer via deze lijn dat er enkele dagen vertraging in zit. Vanaf andere locaties gaat het wel goed. Nu ben ik er zo flauw van dat ik een klacht heb ingediend bij DHL.”

Als ik deze scheldkanonnade goed interpreteer, moest het gewraakte pakje uit Swifterbant komen. Voor de wat jongere lezertjes onder u die a) nooit topografie hebben gekregen (bezuiniging op onderwijs) en zich dus b) alleen kunnen voortbewegen met behulp van een TomTom, een kleine toelichting. Dit gat ligt ongeveer zes meter onder de zeespiegel op de bodem van het IJsselmeer, min of meer in het midden van Nederland als we Brabant en Limburg afstoten naar België, wat trouwens ook een goed idee is. Maar dat terzijde. 

De kwestie is dat zelfs de post niet naar Swifterbant wil, vandaar dat DHL dat tegenstribbelend doet. In het gat echter woont een aardige man die Frank Goyaerts heet, in de wandeling FrankSlot. Omdat hij daar een webshop drijft, moet DHL dus weleens tussen de waterplanten door naar dat merkwaardige plaatsje zwemmen. Kost tijd, helaas pindakaas Van de Meerendonk.

Begrijpelijk is zijn nijdige houding natuurlijk wel, want ongemerkt begin je je toch een beetje af te vragen of je centjes daar niet ergens onvindbaar op de zeebodem terecht zijn gekomen. Ai, ai, ai! Maar het kan veel erger! Veel, veel erger! Zo zeer zelfs dat het lachwekkend wordt. Het overkwam mij en ik moest steeds harder lachen, zo erg was het! Ik bestelde wat in de United States, bij http://race.cincyslots.com/ dat is gevestigd in Cincinnati (Ohio). Het is een dealer van die grote Amerikaanse bakken, die er slotcars bij doet om in leven te blijven. Hij heet Bruce. 

Mijn pakje kon ik dankzij de digitale inspanningen van USPS vrij gemakkelijk volgen, a) omdat ik heel erg goed in de Amerikaanse topografie ben en b) naar school ben geweest voordat onderwijs synoniem werd met de kunst van knippen en kleuren. Enfin, van Cincinnati ging mijn pakje als een speer naar Indianapolis Airport (!) en ik verwachtte niet anders dat het dan Speedy Gonzalez via New York naar Amsterdam Airport zou gaan. Handenwrijvend mikte ik op drie dagen. At the most!

Nu moet ik vlug vertellen dat het toen februari was en dat ik in juli jarig ben. Ik zeg: dat komt op tijd! U weet nu al: Dat gaat niet gebeuren! Inderdaad, USPS blijkt een DHL tot de zestiende macht in het kwadraat te zijn waarbij alles dat fout kan gaan, fout zal gaan. Dat is dus de eerste Wet van Murphy. Tot mijn niet geringe verbazing ging mijn pakje westwaarts. Nu kan het natuurlijk zo zijn dat zo’n firma, toch een van de grootste verzendbedrijven ter wereld, een computer heeft die op basis van alle aangeboden slotcarpakjes precies berekent welke de route het meest economisch is. 

Terwijl mijn pakje vrolijk door het Amerikaanse luchtruim dartelde (in mijn onnozelheid had ik de berichtgeving op zesmaal per dag gezet), rekende ik uit dat over de Grote Oceaan naar Wladiwostok, dan wel Tokio richting Moskou, de planning van drie dagen niet gehaald zou worden. Mijn pakje landde in San Francisco en bleef daar ergens haken op de band. Of zoiets. Dagen verstreken, het werden weken. Steeds kreeg ik weer meldingen dat ‘Your item arrived at our USPS facility in SAN FRANCISCO CA NETWORK DISTRIBUTION CENTER on May 26, 2018 at 5:06 pm. The item is currently in transit to the destination.’

Ik moest potdorie mijn postbus op gaan schonen, zo vaak kreeg ik die melding. Maar opschieten ho maar! Misschien had ik dit verhaal eerder aan de grote klok moeten hangen, maar na enige tijd besloot ik USPS een verzoek tot opsporing te sturen. En dat is dan wel weer aardig van die Amerikanen, ze doen dat direct heel serieus. Waarop ik zes keer per dag de melding kreeg dat ze het nog niet hadden gevonden. Maar terwijl de postale recherche nog druk aan het zoeken was, zag ik in mijn andere meldingen dat mijn slotcar weer het luchtruim had gekozen naar Cincinnati (Ohio). Daar aangekomen kreeg ik van Bruce het bericht dat hij opnieuw ging verzenden. De postale recherche van USPS gaf het ondertussen op en bood mij een schadevergoeding aan, mits ik niet zou procederen. Ik dacht laten we eerst maar eens even wachten tot dat vermaledijde pakje er is.

Het ging goed, want USPS besteedde de klus uit aan DHL dat op zijn beurt FedEx inschakelde die op Schiphol met enig vertoon het doosje aan Post.nl overhandigde. Zodoende vond ik het vlak voor mijn verjaardag ’s middags op mijn bureau omdat onze postbode gewoon naar binnen loopt en alles op mijn bureau legt. Bij voorkeur op het toetsenborddddddddddddddddddddddddddddddddd!

Nagekomen bericht (dinsdag, 14 augustus 2018):


Dear HFJ Tunnissen,

Thank you for using USPS.com.

We regret to inform you that after thoroughly searching for your mail we were unable to locate your missing item(s).


Search Request Details:
Request Date: 06/14/2018
Reference: Search ID #4594920
Tracking Number: LX671145557US
We work hard to provide prompt, accurate service to our customers, and regret that we were unable to deliver your mailpiece on this occasion. To help us get your packages to their destination in the future:
  • Put a return address on the outside of all mailpieces
  • Include a label with your name and complete address on the inside of packages
We never like to think of anything happening to the mail during transit, but we want to be prepared for any contingency and your assistance is vital to that preparedness.
Once again, we apologize for any inconvenience that you have experienced. We appreciate your business and hope you will give us the opportunity to serve you in the future.

zaterdag 11 augustus 2018

Even serieus

De vrolijke belevenissen van de leden (15, 16, 17???) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Een vreemd verschijnsel doet zich voor. Sinds enige tijd zijn de oude vertrouwde merken van slotcars bij de leden van onze club een tikje uit de gratie. Als daar zijn NSR en Slot.It. Ik zal niet beweren dat er niet eentje meer is of dat er niet meer mee wordt gereden, maar nieuw gekocht is twijfelachtig. Het begon min of meer met de komst van zes slotcars, NSU Prinz 1000, van BRM in de schaal 1/24. Ze werden door Marcus Aurelius aangekocht als clubcars (CC). Daarnaast beschikken wij over zes Marcos van Revoslot, voor hetzelfde doel aangekocht. 

Nu zou je kunnen denken dat zij veel prettiger rijden omdat het CC-s zijn, maar dat bleek niet waar. Het rijgedrag bleek doorslaggevend, hoewel dat in den beginne helemaal niet zo gunstig was. Met als gevolg dat er her en der wat onderdelen op de baan achterbleven. Veel tijd verloren dus voor Marcus Aurelius die aan de slag kon met de secondelijm.

Omdat het natuurlijk gewoon bespottelijk is de hele avond met dezelfde auto (lees: merk) te rijden kwam na de clubwedstrijden al dra een bonte stoet van particuliere auto’s tevoorschijn. Ik zelf introduceerde een Revell Corvette op een Schöller-chassis en niet veel later kwam Marco van Evert met een spiksplinternieuwe Ferrari, merk BRM, en die auto gaat werkelijk als de brandweer dankzij een aluminium chassis. En enige aanpassingen van clubleden, dat moet ook gezegd worden. Maar ik durf er wat onder te verwedden dat juist die Ferrari iedereen onbeschaamd de poeplap deed trekken.

En dat is ontzettend snel gebeurd sinds Marcus Aurelius subdealer is geworden. Je hoeft alleen maar te zeggen wat je wilt en het wordt voor je besteld. Dit nu, is een tussenstadium, want het is de bedoeling dat met name de gangbare kleine onderdelen in een soort vitrine komen te liggen zodat je je ze maar hoeft aan te wijzen. “Dat, en dat, en dat!” Tineke pakt het er dan uit, stopt de hele meuk in een nieuw boterhamzakje en wenst je veel succes. Later af te rekenen bij Marcus als hij weet wat het kost. In feite gaat het met een nieuwe auto precies zo, zodat het eigenlijk financieel veel minder pijn doet omdat de aankoop eigenlijk indirect is. 

Tel daarbij hun onwaarschijnlijke balans, wegligging afstelmogelijkheden en snelheid en je kunt je voorstellen dat Slot.It is afgezakt naar een soort Ninco-niveau. En u kunt zich vast nog wel herinneren dat ik dit merk graag een beetje mocht afzeiken, totdat wij allemaal huilende hoofddealers aan de deur kregen. Over Ninco wordt sindsdien eigenlijk niet meer gesproken. Wat vermoedelijk een veel effectievere manier is om dit kinderspeelgoed om zeep te helpen. Als dat tenminste nog kan, want naar het schijnt zijn de fabriekspoorten al voorgoed gesloten. Ja, ja, de pen is een machtig wapen!

Maar met de komst van het wat duurdere segment, is toch die zunige Ollander boven komen drijven, want steeds vaker moeten wij auto’s bewonderen die door de eigenaar zelf van een fris verfje zijn voorzien. Kortom, het nieuwe rijden behelst een duurder chassis met daarop een white kit die in de avond wordt gespoten, afgeglansd en versierd met al dan niet gekochte of zelfgemaakte decals. In de volksmond (we zijn in het Noorden) ook wel stickers genoemd.

Maar leidt dit ook tot iets? Ik denk van wel. Onze club, ooit begonnen als een kluppie, groeit snel in ledental en ook het niveau van rijden spiraalt gestaag omhoog. Het kan niet anders of dit levert straks wedstrijdrijders op die zich gaan manifesteren op andere banen van andere clubs. Ik vrees dat het niet lang zal duren of er wordt in Almere of in Best gezegd ‘Komen die lui uit Drenthe ook, want in dat geval ben ik weg!’ Begrijpelijk als je op je eigen baan na tien ronden al tegen een ronde achterstand zit aan te kijken of dat je baanrecord tijdens de vrije training al volledig aan flarden wordt gereden. Allicht mag je dan bang zijn dat dit record onbereikbaar wordt als die gekken gaan deelnemen aan de kwalificatie. ‘Even serieus, jongens!’

Het doet een beetje denken aan de Bonzo Dog Doo-Dah Band, een groepje uiterst deskundige, super muzikale, technisch perfect spelende musici, die zoveel gekheid in hun teksten en muziek stopten dat menigeen dacht dat ze werkelijk stapelgek waren. Zo zie ik de leden van onze club eigenlijk ook een beetje. Briljante slotcarracers die dat voortdurend verbergen achter een ongelooflijke dosis humor en gekkigheid. Je zou er tureluurs van worden. KAN HET DAN NOOIT EENS EVEN SERIEUS, JONGENS? “Nee. Want weet je wat, ik denk dat ik maar eens een nieuwe BRM ga kopen! En ik wil een koekie! Ik ook! Ik ook! Ik ook!”

Wat een club, om gek van te worden! Nederland, je bent gewaarschuwd!


vrijdag 3 augustus 2018

Inserts


De vrolijke belevenissen van de leden (15, 16, 17???) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.


Wat kunnen we vaststellen? Na een paar weken rijden, raggen en rossen op de Nordschleife te TE, weten wij als geen ander dan de zesspoors Carrerabaan, vooral een slotcarracebaan is waar je hard kunt rijden. Technisch niet echt lastig. Ook weten wij dat we nog wel een paar jaar vooruit kunnen want uit de data van de computer blijkt zonneklaar dat een rondje niet meer hoeft te kosten dan een seconde of vijf plus nog wat. Zitten de snelste rakkers van onze club in de acht, dan is duidelijk dat wij nog wat te doen hebben voordat wij Tom Peters de oren hebben gewassen. Drie seconden minder is een opgave, laat ik het zo zeggen.

De consequentie van dat harde rijden is schade en je mag blij zijn dat een flinke knalpartij bij wat krassen blijft of een afgebroken spiegeltje. Nu is het wel zo dan de diepe wens om nog harder te gaan bij ons allemaal leeft en gelukkig hebben wij het besef dat die snelheid geen verband houdt met het uiterlijk. Op de Facebook-pagina Slotcar Flohmarkt van Duitse komaf doet dat ongerepte er wel toe. Dat blijkt uit vrijwel iedere advertentie, ook als het om een licht beschadigde auto gaat. Denk aan twee minuscule putjes in een hoekje van het spatbord vlakbij de koplamp. De vergrootglas-app van je telefoon biedt uitkomst als je ze wilt zien. Direct veertig euro goedkoper en de eigenaar put zich uit in diepe verontschuldigingen. Want men wil: ‘Wie Neu!!’

Op onze Nordschleife duurt ‘Wie Neu’ hooguit twee rondjes en als je helemaal geschuffeld bent en je nieuwe auto meteen inzet voor de wedstrijd, dan weet je dat de kornuiten hem wel even in elkaar zullen beuken. Ik heb de faam dat ik iedereen eruit wil tikken. Dat is beslist niet waar, maar ik kom niet naar de clubavond om te klaverjassen (waar ik trouwens een gruwelijke hekel aan heb, aan dat gekaart, laat ik het zo zeggen!). Nee, ik rij op het scherpst van de snede en niks mooiers dan in de bocht inhalen. Beetje drift en vol het gas erop! En dan is een piepklein tikje voldoende om de balans te verstoren. Niet zelden lig ik zelf met een knal tegen de boarding op apegapen, maar dat is natuurlijk het risico dat je moet incalculeren.

Als je ’t één bij het ander optelt, dan kun je concluderen dat de schoonheid van de slotcar alleen belangrijk is bij de aankoopbeslissing. Daarna is het een bijkomstigheid. Daarom trof het me zo dat er bij andere clubs enorm wordt geleuterd over allerlei details, die er bij ons echt niet toe doen. Ik geef een voorbeeld. Iemand zet een auto op de baan. Stikvol met lood, halve interieur weggeslepen, coureurtje verwijderd en nooit meer teruggeplaatst, spoiler ontbreekt (want die valt er toch maar af) en dankzij EVO-6 zo verlaagd dat de bodemplaat hoorbaar over de baan sleept. Bij ons allemaal geen punt! Rijden met dat ding!

Andere clubs gaan zo’n auto eerst keuren. Gaan ze met zo’n douanespiegeltje onder de bodemplaat kijken en ze tillen ‘m op tot ooghoogte om te checken of er a) remschijven zijn gemonteerd en b) inserts zijn gemonteerd. Zit het coureurtje in zijn stoeltje, brandblussertje onder handbereik? Heel belangrijk, laat ik het zo zeggen! Bij ons niks van dat alles en ik vind dat verdomd prettig en ik houd ook van het realisme. Een slotcar is op zijn allerbest een stukje speelgoed en op zijn aller-allerbest een slecht afgietsel van de werkelijkheid. Daarom vind ik het dus reëel, dat er naast de internationale verplichting tot inserts, ook duidelijk zichtbaar moet zijn of de bolide flippers aan het stuur heeft, schakelhandle aan het stuur of juist een zwengel tussen de voorstoelen. Kijk dat zijn details die er toedoen, laat ik het zo zeggen.

Op Marktplaats verkocht een mevrouw het speelgoed van haar ex. Wie was daar? Ik! Zij schreef met onverholen sarcasme: Coureurtje is hoofdje kwijt, zeker te hard door het bochtje gegaan! Even dacht ik dat zij de zus van Robert Doornbos was die ook alleen maar in verkleinwoordjes spreekt, maar dat was niet zo. Auto in kwestie was een Ford Lotus van Fleischmann, waarbij het inderdaad regelmatig voorkwam dat bij een crash de coureur werd onthoofd. (Oplossing: gaat boren, staafje lijmen, op elkaar drukken, klaar). 

Nu moet ik zeggen dat ik die auto kocht, maar dat is niet waar want toe we allebei uitgelachen waren, kreeg ik ‘m van haar cadeau. Maar wat bleek bij thuiskomst? Het binnenspiegeltje zat er nog in en zoals iedere slotcarcoureur wel weet zijn die slotcars van Fleischman (groen, rood, oranje of blauw) goudgeld waard als dat binnenspiegeltje nog op het raampje zit. Als daar honderdvijftig euro voor neergeteld wordt, dan vraag ik me af wat een auto met vier inserts wel niet opbrengt. Daarom gisteren mijn Mosler voorzien van loden remschijfjes achter inserts. Op de Nordschleife zie je die niet eens, maar wel volstrekt legaal het zwaartepunt omlaag gebracht, laat ik het zo zeggen!     

zaterdag 28 juli 2018

Uitbuiken

De vrolijke belevenissen van de leden (15!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.


Mijn vrouw heeft helemaal niks met waarzeggerij, de tekens van de dierenriem, yoga, wichelroedes, macrobiotiek of andere rare verzinsels die het leven meer diepgang moeten geven. Daarom ben ik met haar getrouwd. Andere vrouwen in mijn leven hadden die hersenkronkels wel en logischerwijs ben ik daarom uiteindelijk niet me ze getrouwd. Tja, je moet ergens een lijn trekken. Ik schrijf dit op omdat ik juist in een periode verkeer dat ik wat reflecteer op mijn leven. Niet ernstig, ongeveer een maand. Begin juli ben ik jarig, eind juli en dat is dus nu zo ongeveer, Marcus Aurelius, de ceo van Amazingslotcarring te TE. Tussen die twee data is de rest van de club jarig. Ik gooi het maar even op een grote hoop en wellicht is er een dissonant die zijn geboorte in september regelde, maar veruit het grootste deel in juli!

Je zou er bijgelovig van worden. Ik denk dat de hexen van weleer wel een verklaring zouden hebben voor dit bijzonder merkwaardige verschijnsel! Ik bedoel: er is een clubje, deze of gene wordt lid en aan het eind van de rit blijkt dat iedereen in juli jarig is. Weird! Het heeft namelijk enorme consequenties. Ik noem het verjaardagscadeau. Het is gebruikelijk dat je van je vrouw een stuk of tien prachtige auto’s krijgt voor bewezen diensten gedurende het afgelopen jaar en dat je die dan op de club vol trots laat zien. Bij ons is dat echt een vervelend ding, want als je pas halverwege met je tentoonstelling bent, komt er alweer een nieuwe jarige binnen met ook zo’n pakket waardoor je eigenlijk een beetje aan je lot wordt overgelaten. De nieuweling is Kwatta natuurlijk, maar ook hij zal overtroefd worden. Hoe dan ook, dit systeem verklaart waarom Marcus Aurelius als laatste jarig is. En ik als eerste. Door ervaring wijs geworden geeft mijn vrouw mij ook nooit meer dan één auto. Meer heeft echt geen zin.

Ondertussen weten we dus nog niet het fijne van de juli-cyclus. Een tuthola van vroeger die altijd erg goed was in het verklaren van mijn dromen (“Je bent nog niet toe aan jezelf, dat is zonneklaar!”) gooide meteen de hoorn erop. Voor de jonge lezertjes, dit betekent dat zij abrupt het telefoongesprek beëindigde, maar later belde zij terug met de verklaring dat zij had geweten dat ik het was en toen dermate schrok van het feit dat ik het ook echt was, dat zij niet anders kon! Nadat ik haar rustig pratend de kwestie had uitgelegd, verklaarde zij het verschijnsel uit de toevallige stand van de maan tijdens de conceptie en de daaruit voortvloeiende gezamenlijk behoefte aan lachen, bezig zijn met handen en voeten en een voorliefde voor alcoholische dranken. Die toestand met die maan kon ik niet helemaal duiden, maar de rest leek mij zeer passend.

Weer met beide voeten naast de racebaan is er wel een andere kwestie die ik zou willen aanstippen en dat zijn de respectievelijke buiken dankzij de overmatige consumptie van taart. Reken even mee! Je gaat van huis, voldaan door de avondmaaltijd en dan kom je in het clubhuis. De eerste vijf kwartier is het gewoon taartstukken schuiven, een maand lang! Dat ga je zien, neem dat van mij aan. Een enkeling zegt dat het verband houdt met zijn vak (wij beschikken over twee chefs), een ander trommelt voortdurend tevreden op zijn buik en zegt dat het nu eenmaal zijn constitutie is en weer een ander valt ons voortdurend lastig met zijn Strava-fietstochtjes. Foto’s van grote spiegeleieren met spek en de fiets tegen een hekje. Dat hij zijn taartconsumptie niet wegtrapt, is daarmee wel verklaard.

Nu de praktijk. Alphons P., zonder enige twijfel de meest genereuze slotcarracer ooit als het om lekkernijen gaat, heeft een traditie opgebouwd om op zijn verjaardag in juli op oliebollen te trakteren. Vijf maanden later doet hij dat trouwens weer en dat in combinatie met de door hem georganiseerde oliebollenrace, een bijzonder vermakelijk festijn waarbij hijzelf rondrijdt met een VW-bus met oliebol. Omdat het ook hem ditmaal een beetje te gek leek (de hittegolf was aanstaande), deed hij het deze maand af met een enorme appeltaart die was gebakken door zijn vrouw Ciska. Toen die taart zeker voor de helft was weggeschoven, kwam ik binnen met ook een paar appeltaarten om mijn verjaardag te vieren.

Omdat de maand pas net begonnen was, vond Tineke het raadzaam - terecht - eenieder van ons krachtig toe te spreken dat de traktaties beter op elkaar afgestemd moesten worden. Goed gesproken, maar probeer dat maar eens. We hebben de appeltaart van Louis nog niet achter de kiezen of Marcus komt alweer met een paar dozen Apfelstrudel binnen wandelen. Wel keileuk natuurlijk, dat ongeremd taart vreten en met volle mond over nieuwe autootjes lullen! Gelukkig is het bijna augustus, alles weer normaal!

zaterdag 21 juli 2018

Basispakket

De vrolijke belevenissen van de leden (15!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.


Op Slotcar Flohmarkt kocht ik bij NSU Bernie twee auto’s op basis van een 32-Plafit chassis. Een Renault 8 Gordini en een Simca 1000 Rally. De Gordini is van wonderbaarlijke schoonheid, de Simca is wat minder. De kleur is niet goed, want de Simca hoort gewoon oranje met zwart te zijn. Toch een leuk oma-duck-autootje. Wat vooral erg grappig is, zie je pas als je met je neus op de auto duikt. De carrosserie is van dik polyester. Eerlijk, ik had nog nooit zoiets gezien. Sindsdien vind ik het een schande dat ik gewoon met die twee museumstukken rondrijd, maar ik doe het toch. Verachtelijk, maar waar!


NSU Bernie evenwel, is een aardige man die zijn werk ’s avonds aan de keukentafel voortzet. Overdag bouwt hij de NSU Prinz 1000 in grote getale om tot supersportcar, inclusief openstaande motorkap. ’s Avonds doet hij min of meer hetzelfde met slotcars, waarbij het zijn specialiteit is een formaat motor in te bouwen waarbij de achteras nog net niet breekt. Behoorlijk realistisch dus. Enfin, we raakten bevriend op Facebook en ik kon hem vlot volgen met allerlei gekleurde NSU-tjes op allerlei shows en racepartijen tot in alle hoeken en gaten van het grote Duitse Rijk.

Wat ik nu zo grappig vind, is dat Duitsland echt het land is van de dure en vooral ontzettend stevige auto’s, maar daarnaast een voorliefde heeft voor het tegenovergestelde absurde, zoals een NSU Prinz met een achtcilinder 4 liter Mercury motor op de achterbank. Iedereen de grootste lol en op de Autobahn allemaal duimpjes omhoog als zo’n son of a bitch met 205 km/u achter een BMW met groot licht zit te knipperen. Lachen! 

Het doet mij vooral denken aan de onwaarschijnlijk tolerante houding van Duitsland na de val van de muur, toen een tsunami van Trabantjes over de Autobahn rolde. Met 85 km/u op de linkerbaan en zonder gemopper remden die Duitse BMW’s en Mercedessen van 205 km/u terug naar 80 om gelaten te wachten tot de Trabby na twaalf kilometer rokend en stinkend de rollator op de rechterbaan had ingehaald. Een nog langzamere Trabby dus!

Zo’n situatie is in Nederland ondenkbaar! In de Tweede Kamer zouden vragen worden gesteld (alsof dat wat oplost!), Blokker zou meteen middelvingers met zuignap voor op het dashboard gaan verkopen en de ANWB zou een representatieve steekproef onder 36 leden in de Achterhoek houden en daarover uitgebreid in de Kampioen publiceren. Conclusie: Zeer Gevaarlijk Voor Onze Leden! 

Aangezien wij een Zwitserse & lankmoedige praeses hebben, plaatste onze club direct na de vooraankondiging een grote order voor zes NSU 24-mobielen van het merk BRM, te tunen door Fokko. Vanwege de theoretische gelijkwaardigheid op de baan is het namelijk belangrijk dat één persoon dat doet, zodat de onderlinge verschillen zo klein mogelijk zijn. Of blijven! 

Enige weken later was het zover. Musselkanaal-Oost was onder een complete berg bandenslijpsel verdwenen, maar de auto’s waren wel ready to race. Iedereen keek er naar uit en toen onze ouwe Tante Bep ook zover was (Er heeft zich een fout voorgedaan en Windows moet opnieuw opgestart worden) brak de hel los. Of eigenlijk niet want de auto’s leken wel bananenschillen op de velgen te hebben. Gelukkig ging het evenmin hard, zodat je lekker door de bocht kon slieren waarbij de auto gewoon lekker op de schoen ging hangen. Een compleet nieuwe tak van sport was geboren en onze marshalls hadden hun handen vol aan het overeind zetten van abrupt omgevallen auto’s. 

Desondanks, want helemaal waarheidsgetrouw hebben die NSU’s van BRM een detail dat echt bijzonder realistisch is, namelijk wat schuin uitstaande achterbanden.In werkelijkheid lijkt het een beetje alsof de auto door zijn onderstel zakt vanwege die 12-cilinder van NSU-Bernie, maar dat is dus niet zo. Die schuine stand (negatieve camber) verbetert de aandrijving. Althans, dat zeggen de mannen die er verstand van hebben. BRM heeft dat typische detail in de slotcar meegenomen en het ziet er inderdaad bijzonder grappig uit omdat je het onmiddellijk van de Autobahn herkent. Schuine banden? NSU Prinz!! 

Helaas, moet ik zeggen maakt het bij een slotcar geen ene fuck uit. Niet dat dit erg is! Het gaat vooral om de clubfun en die leveren de auto’s in hoge mate. Bijvoorbeeld het gekke verschijnsel dat de auto opspringt, uit het slot schiet, een klein huppeltje maakt en gewoon weer terug in het slot valt om verder te rijden alsof er niks aan de hand is. Nee, behalve dan dat de coureur zo verbijsterd is dat hij bij de eerstvolgende bocht gewoon rechtdoor raast omdat de hersenen nog niet gereset zijn. Hè? Hij was er toch uit? En hij rijdt gewoon door! Hè? Hoe kan dan nou?  Het feit dat sommigen onder ons hierdoor van slag raken, duidt op proactieve vorm van dementia praecox. Onbegrijpelijk dat sommigen over een achterlijke sport spreken! Ik zeg: opnemen in het basispakket!   

zaterdag 14 juli 2018

Is dat zo?



Laatst hadden wij bij onze club een even verrassende als verontrustende situatie: op onze houten baan viel domweg niet te rijden. Iedere auto, van n’ importe welke fabrikant, slierde als een dronken lor over de baan. Dat was vreemd, want de baan was schoongemaakt. Grappig vond ik vooral dat de situatie iedereen aanzette tot goedmoedig kankeren en zeuren, maar dat niemand riep: “Waarom? Dit ga ik uitzoeken! Dat wil ik weten!”

Nu is dat wel een typerend dingetje van slotcarracers, vermoedelijk omdat het mannen zijn. Zij weten namelijk altijd al hoe het zit. Basta! Zo praat je immers ook tegen je vrouw en zij knikt dan wijselijk. Ongeacht of het over een valse tackle bij voetbal gaat of het antwoord op de vraag waar grip op een slotcarracebaan op gebaseerd is. De rondgetoeterde theorie steunt niet op onderzoek of nadenken, maar op de basale roestvaststalen opvatting ‘Ik heb gelijk!’. En dat gelijk wordt alleen maar groter als de onzekerheid toeneemt.

Daarom is het ook zo jammer dat wij niet een overkoepelend instituut hebben dat de ondankbare taak op zich heeft genomen om onwaarschijnlijk gezwam in de ruimte om zeep te helpen. Een instituut dat zegt: ‘Dit gaan we uitzoeken, over een half jaar hoort u meer van ons!’ Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat dit instituut alles zelf uit moet zoeken. Men kan een bepaalde vraag gewoon uitbesteden aan onderzoeksinstituten zoals TNO of het Massachusetts Institute of Technology. Ik noem maar eens een dwarsstraat.

Dat ik dit te berde breng, heeft natuurlijk alles te maken met mijn beroep en aangeboren wantrouwen. Ik vraag altijd en overal: ‘Is dat zo?’ En dat doen die instituten ook. Die vinden – heel anders dan mannen dus – helemaal niks totdat zij een antwoord hebben gevonden. Zo hoorde ik laatst iemand op onze club tegen Marcus Aurelius zeggen: “Dan moeten we ze gewoon verbieden!” Potverdorie, krachtige taal voor iemand die hooguit voor de derde keer achter onze racebaan stond. Nu raadt u al waarover dit gaat: het gebruik van siliconen banden.

Ik geef u een paar overwegingen en ik mag hopen dat de Nederlandse slotcarracerswereld daarna eens serieus gaat nadenken en onderzoeken over hoe het zit, voordat weer dat typisch mannelijke trekje de kop opsteekt, namelijk ‘Ik weet hoe dat zit, omdat ik dat toevallig nou eenmaal heel goed weet!’ 

De slotcarracer wil twee dingen: snelheid en grip. Ach ja, een kinderhand is gauw gevuld! De twee hebben weinig met elkaar te maken, hoewel je zou kunnen zeggen dat de vraag naar grip toeneemt, als de snelheid toeneemt. Ik bepaal me hier tot die vermaledijde grip. Die is afhankelijk van de baan en de gebruikte banden. Evenwel, de rookie die bij ons dan maar meteen voorstelde om siliconenbanden te verbieden, kwam met een nagelnieuwe 24-BRM Ferrari de baan op. Reed voor geen meter, grip nul. Omdat het ding toch zowat honderd pop had gekost, was de man zwaar aangeslagen. Ik zei troostend: ze rijden nooit goed, out of the box. Hij bleek echter al Scaleauto schuimbandjes te hebben en die werden dus gemonteerd. Daarbij adviseerde ik hem om de vering wat losser te zetten. Tot ieders verbazing vloog dat ding ineens als een kogel in het rond, zo zeer dat verschillende leden ter plekke besloten dat zij ook zo’n auto moesten hebben.

Echter, ik vind dat die Scaleauto schuimbandjes verboden moeten worden. Rubber, PE en PU trouwens ook. Die banden zijn namelijk weinig duurzaam en dus kwalitatief zó slecht dat zij allerlei rotzooi op de baan achterlaten. Zwarte strepen, marbles en vettigheid zodat er met siliconenbanden eigenlijk niet meer te rijden valt. Je moet voortdurend die meuk van je banden halen en dan krijg je ook nog te horen dat je de bandiet bent omdat je de grip weghaalt! Wat is dus de kwestie? Niet de schuimbandjes zijn goed, niet rubber is goed of PU of PE, nee, het gaat om de manier waarop die banden van die chemische snotlaag profiteren.

Nu de echte theorie. Een ultra gladde baan zoals plexiglas, glas of een extreem goed gepolijste en gelakte houten baan geeft de meeste grip. Waarom? Omdat het vrijwel gesloten oppervlak (daarom glanst verf) het grootste contactvlak biedt met de band. Hoe meer contact, hoe groter de grip. Siliconenbandjes sluiten het beste aan bij dat gladde oppervlak. Die theorie geldt ook voor andere banden, alleen krijgt hun meer poreuze oppervlak om die reden minder contact en dat betekent dus minder grip. De slijtlaag op de baan is dus niks anders dan een middel om dat contactoppervlak te vergroten. 

Voordat u nu preventief begint te schelden, vraagt u zich af: ‘Is dat zo?’

zaterdag 7 juli 2018

Mooi


De vrolijke belevenissen van de leden (15!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Behalve echte buitenstaanders (treintjesgekken, bestuurders van rollators en lijntrekkers), weet iedereen natuurlijk wel hoe buitensporig veelzijdig onze sport is. Het gaat natuurlijk wel een stukje verder dan met veel kunst- en vliegwerk een of ander rot autootje in het slot te houden. De banden moeten op gezette tijden worden gereinigd, smeermiddelen moeten minutieus worden aangebracht of de ruiten moeten worden gewist. Dat zijn dan nog maar de eenvoudige handelingen: je zou ze zelfs aan een vrouw kunnen overlaten, denk ik wel eens. Nee, de moeilijkheden stapelen zich al snel op als het om de techniek gaat en hoe je je in de discussie ter club staande houdt als het gaat om een pinion van tien of elf teeth! Wat zeg je dan om het een te kiezen boven het ander?

En denk eens aan de kwestie van de kap. Voor veel slotcarracers is de kap wel het allerbelangrijkste en vaak herken je deze bengels aan het feit dat zij altijd en pakje tissues (zakdoekjes) onder handbereik hebben. Jaja, de tranen wellen snel op als het autootje met zijn fraaie kapje weer een gigantische buiteling heeft gemaakt. Nu is dat ook erg pijnlijk moet ik zeggen. Van strak in de lak, naar kras, breuk en scheur is een dramatisch moment. Dat zich trouwens ook niet gemakkelijk laat reconstrueren. Hij deed dit, toen ging hij daar en wie kwam daar toen aan? Bengs! De meeste andere clubleden knikken dan beleefd zonder er een hol van te begrijpen, maar zij weten dat je de gedupeerde slotcarracer nooit tegen moet spreken. Want anders heb je even later een hartstochtelijk jankende slotcarracer over je schouder hangen.

Nu wil ik hier niet een lans breken voor het emotieloos in elkaar beuken van leuke slotcarretjes, maar enig laconiek gedrag is wel op zijn plaats. Ik noem even Job Renken, een clublid van Amazingslotcarracing te TE (en dus NIET van Kleineautootjesclub Leeuwarden), die onwaarschijnlijk vaardig blijkt te zijn met de airbrushspuit. Dat wisten wij ook niet toen wij hem onder contract namen, maar wij wisten meteen ‘Dit is geniaal!’, toen hij de eerste resultaten op onze Facebookpagina publiceerde van zijn nieuwe project, namelijk de Jägermeisterbolide vs 1.0.

Behalve dat de lak onwaarschijnlijk mooi en strak wordt opgebracht, weet deze Renken ook de stickers (livery, red.) fantastisch op de body te positioneren. Tikje schuin, meelopend met de carrosserielijn of juist goed passend in dat kleine hoekje onder de koplampen. Kijk, the devil is in the detail! Ook hier! Zit plakplaatje niet helemaal goed, dan weet je meteen dit is geen echte BMW! Veel slotcarracers slaan deze tak van sport daarom maar meteen over en mompelen dan zoiets als: ‘Niet belangrijk!’ Zo niet onze Job Renken! Die schotelt ons een adembenemend mooie foto van een adembenemend mooi gespoten Porsche voor en zegt dan in het bijschrift: Niet helemaal gelukt. Moet over. Morgen verder.

De zinnen zijn kort en ontdaan van iedere emotie. Vergelijk de brieven van Van Gogh nadat hij zijn oren had afgesneden of sla er het dagboek van Pablo Picasso op na die na de datum steeds schrijft: “Het was me het dagje wel!’ (Era mi día). Hoe dan ook, om te voorkomen dat u denkt dat ik de arme man een liter stroop om de mond smeer omdat ik heel toevallig nog twee white kits had staan, zeg ik nu meteen dat die gedachte een schop onder de gordel is. Het ligt namelijk heel anders. 

Heer Renken wil te zijnen huize ook graag een bescheiden racebaan om zijn voertuigen voor de clubavond uit, te kunnen testen. Wij kwamen daarover te spreken en ik liet hem belangeloos weten dat ik nog wel wat Fleischmann-zooi had staan. Zoals dat gaat, wilde hij eerst een rondje, toen een achtje, maar toen hij dat ontwerp had gezien, wilde hij nog een extra bochtje hier, een keerlus, een haarspeld daar, een recht eind van koninklijke afmetingen en de natuurlijke de hele zaak franco thuis. Geen punt, dacht ik, maar ik tekende daarbij aan het even tijd zou kosten.

Dus spoot Renken onvermoeibaar door en dat leverde steeds weer FB-rinkeltjes op, zodat wij wel moesten kijken welke bolide hij nu weer aan de Jägermeister-stal had toegevoegd. Tegen de tijd dat hij zijn eerste vrachtwagencabine aan Willem Alexander had opgedragen, had ik op de club voorzichtig gesist dat ik op zoek was naar stalkleuren. Nick geel, Markus Rode Kruis, Louis roze, Job oranje en ik koos toen maar blauw-oranje en vroeg Job mijn Zonda en Mosler in die kleurstelling te spuiten. 

Het is erg pijnlijk om te zeggen, maar rijden met die auto’s staat gelijk aan iemand schofferen. Te mooi! Maar Job vindt dat het mot! Dus heb ik met superglue rondom een randje Moosgummi aangebracht zoals dat gebruikelijk is bij autoscooters, die auto’s met de slepers tegen het dak! Ok, het ziet er niet uit, maar de auto blijft wel mooi!

zaterdag 30 juni 2018

Tijdmeting

De vrolijke belevenissen van de leden (14!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.



Eén van de grappen die in Windows 10 is ingebouwd, is de mogelijkheid het programma eruit te laten zien als Windows XP, Windows 98 of zelfs Win 3.1. Met alle gein die daarbij hoort. Blauwe schermen bij wijze van crash en de geluiden die erbij horen als cultureel erfgoed. Wie kent ze niet?


Maar zie, de sukkels van de slotcarracerij zijn echt van de dingen van de vorige eeuw, want hun computertjes draaien bij voorkeur op Windows XP! Ik kan me bijna al niet meer heugen dat ik dat programma gebruikte, hoewel ik zeker weet dat mijn ‘Professional’-uitvoering stukken betrouwbaarder was dan de home-versie die ik in de clubhuizen zie. De eerste keer dat ik – stom als ik was – dat de administrator bij wijze van grapje de Windows 10-grap had geactiveerd, maar na verscheidene crashes (Oh, hij is weer vastgelopen!) werd mij duidelijk dat ik via de monitor echt de historie stond te bekijken.

Ook in Tweede Mond. De enige verklaring die ik daarvoor heb -naast het onweerlegbare feit dat iedereen reusachtig happy is met die digitale hiëroglyfen- is dat in Drenthe het Stenentijdperk nog steeds overal ligt opgestapeld. Een willekeurige lezer in de Randstad denkt nu: ‘Kom, kom, ze zijn wel achterlijk daar, maar het Stenentijdperk is wel wat overdreven!’ 

Helaas, neen! Er zijn hier zelfs hele horden mensen die stenen in de tuin leggen bij wijze van versiering. Je kunt ze zelfs kopen en dan heten ze veldkeien. Echt waar! 

Zo koesteren ze dus ook Stenentijdperksoftware op een telraam dat ze computer noemen. Als zo’n ding bijvoorbeeld start gaat hij eerst op zoek naar drive A:\*.* de floppy drive met dat hele typische geluidje ‘Krkr, kkrkk ngrrr!!’ Zo hebben wij onder de Nordschleife een pc staan die wij van Tom Peters erbij kregen. Het is een Intel 486 MMX computer met 3 mb extended geheugen, waar die oude windowsprogramma’s helemaal dol op zijn. Je kunt dan namelijk multitasken. Ga toch weg! Als je Windows Verkenner op start dan mag je blij zijn dat je daarnaast nog Rekenmachine aan de praat krijgt!

Enfin, hoe komt dit nou? Dit hangt samen met het softwareprogramma voor de tijdmeting. Zoals Bepfe. De leverancier zit al lang op de Bahama’s, maar de volgelingen blijven vasthouden aan de leer. Het beste programma ooit, het kan alles, het is betrouwbaar en gemakkelijk te bedienen. Dat zijn zo ongeveer de jubelkreten van de ICT’ers van de club. Helaas, is Windows XP de max! Zelfs Windows Vista gaat op tilt als die opgepoetste DOS-software wordt geïnstalleerd.

Mijn vraag: waarom hebben jongeren (de toekomst) belangstelling voor onze seniele autosport? Ik noem dit de zelfmoord van de sukkels! Hallo, opa's! Wakker worden! Dit is 2018!

zaterdag 23 juni 2018

Immer BMW


De vrolijke belevenissen van de leden (14!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Nederlandse slotcarracers kopen bij voorkeur autootjes van BMW, Ford of Opel. En Porsche is wel de Volkswagen van de slotcarracer! Ik heb lang nagedacht over dit vreemde verschijnsel, maar ik denk dat het antwoord schuilt in oerconservatisme en drang en hang naar veiligheid. Wat voor de deur staat is vertrouwd en dat moesten we dan ook maar hebben voor de racebaan. Zoiets. Ik heb daar zelf helemaal geen last van, want ik rijd al minstens 35 jaar Renault en ik heb een racekist vol Renaults. De meeste heb ik zelf niet gehad, trouwens.

Bij mij is vooral de schoonheid van het kapje functioneel en dat kunnen mijn collega’s niet zeggen over hun sigarenkist. Laatst nog. Buurman & buurman uit Muntendam kopen allebei een 24 Scaleauto. BMW! Dat is natuurlijk vanwege de kwaliteit, waar zij zo aan gewend zijn. Maar dan moet je collega Pluim eens horen over zijn Z4. Als je Evert even de ruimte geeft, brandt hij die hele auto tot de grond toe af. Inclusief stuurkolom! Maar echte BMW-rijders zijn een slag apart, hoor! Dat zijn nog echt de ouderwetse knipperaars op de autowegen. Opzij, opzij! Ik snij!

Waarom zeg ik dit? Omdat ik het betreur dat de echt mooie bakken (die niet meteen in de catalogus staan) nauwelijks aan bod komen. Slechts een enkeling steekt zijn kop boven het maaiveld uit, zoals Markus Goetz onlangs. Die kocht een prachtige Spyker en dan moet je wel ballen hebben, want dat merk heeft het drama aan de kont hangen. Lees de verslagen van de 24-uurs van Le Mans er maar op na! Hoewel… in 2006 nam de auto zelfs even de leiding tijdens deze heroïsche race.

Enfin, Markus heeft zoveel charisma dat niemand van de Duitse Hollanders in ons clubhonk er ook maar de kleinste opmerking over durfde te maken! ‘Mooi, mooi, mooi!’, kweelde iedereen toen hij voor het eerst de baan opging. Niet dat het ding vooruit te branden was. En een lawaai! Niet te kort. Geen wonder dat ik ‘m tien minuten later net na de tunnel waar de blauwgele C8 Laviolette zieltogend tegen de muur lag, vol op de slof nam zodat er zeker twee tubes superglue nodig waren om de Spyker weer een beetje te fatsoeneren.

Onze Guts vertrok geen spier! Is het risico, riep hij toen hij richting de pits wandelde met een handvol plestic en kevlar brokstukken. Dat blauwgeel was wel een voordeeltje, want zelfs dagen later vonden we nog kleine brokstukjes terug. Binnenkort kan hij mij te grazen nemen, mits ik ook zo stupid ben om een nieuwe auto die ik nog niet goed ken midden tussen een veld van onbesuisde jakkeraars los te laten. Het is de emotie die het dan wint van het gezonde verstand. Dagen gewacht op je nieuwe autootje en dan is het vrijdagavond. Je kunt gewoon niet langer bedwingen om ‘m te proberen. De hersens zeggen weliswaar ‘Niet doen, sukkeltje!’ maar die boodschap wordt vermoord.

Omdat ik dus eens wat anders wilde dan het gewone gedoe, belde ik met heer JeeWee van Capelleveen, in het dagelijks leven hoogleraar slotcarracen. Hé Jan Willem, riep ik amicaal, wat zal ik eens kopen waarmee ik iedereen kan verrassen? De prof dacht luttele minuten na en sprak daarna: ‘Zonda! Koop een Zonda, Teun en je zult eens wat beleven! Maar ik denk niet dat je hem nog ergens kunt krijgen. Succes ermee!’

Ik googlede me helemaal suf en juist toen ik het op wilde geven, vond ik het allerlaatste exemplaar van deze legendarische Italiaanse auto in de Verenigde Staten. Heel goed verstopt, want hij stond in het magazijn van Bruce die in het dagelijks leven Pontiacs, Chevys en Dodges verkoopt en daarnaast voor de fun een handeltje in slotcars heeft. Vanwege het tijdverschil konden we mooi chatten en toen hij uitgelachen was omdat ik hem vertelde dat hij de laatste ter wereld had, bromde hij dat hij even zou gaan kijken. 

Inderdaad, hij had ‘m. Opsturen? Graag! Dit nu is ruim een maand geleden. Dankzij tracking van USPS volg ik de auto dagelijks. Vanuit Illinois ging het gezwind naar Chicago maar daarna begon een bizarre tocht door de VS. Momenteel staat de Pagani Zonda in een depot in Oakland, vlakbij San Francisco. Als de route nu inderdaad via Sapporo richting Wladiwostok gaat, is hij precies op tijd hier om als Kerstkadootje te fungeren. Alles beter dan een BMW!    

vrijdag 15 juni 2018

Club

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Met onze krap dertien leden, de niet-betalende kinderschare van Markus en Tineke niet meegerekend, stellen wij natuurlijk niet zoveel voor in slotcarracebaanland. Wij stellen ons terecht zeer bescheiden op tegenover andere clubs die op allerlei fronten op veel meer ervaring kunnen bogen. Zo weet ik nog dat Klaas Bos in 2013 tegen Markus zei: ‘Als de 24-ers binnen komen, krijg je heibel in de tent.’ Wij waren toen met zijn tweetjes en om het toch nog een beetje interessant te maken reden wij allebei met twee auto’s tegelijk op onze viersporenbaan ‘Amazingslotcarracing’, maar we hadden nog nooit bedacht dat we ieder één van die auto’s zouden kunnen vervangen door een olifant, want zo groot waren 24-ers in onze ogen wel.

Onze wedstrijden waren dus eenvoudig, zoals wij dat gewend waren. Markus reed met zijn Slot.It-Lotus met Zwitserse vlag in baan 3 en met zijn zwarte Mosler in baan één. Ik reed dan bijvoorbeeld met een groene Renault Megane op sillys op baan 2 en met een Audi R8 LMP op NSR supersofts op baan vier. Ondertussen stonden we gewoonweg wat te filosoferen over de kwestie meer of minder lood, voor de as, in het midden of juist een klein brokje onder de achteras, voor meer grip. Om de ruzie-kwestie van Klaas moesten wij lachen.

Of die keer dat wij in Leeuwarden waren en daar volledig werden ingelicht over wat die club meegemaakt heeft, nadat iemand een opmerking had gemaakt over de oploskoffie en de melkcupjes. Echt waar, want die bleken dus niet van Friesche Vlag te zijn! En dat werd toen wel een puntje. Van de weeromstuit begon toen een ander wat te zeiken over de kantkoek, een echte Friesche lekkernij die vooral langs de waterkant aan watersporters wordt verkocht omdat je er ontzettend kiespijn van kunt krijgen. Ik zag Markus noteren: Geen kantkoek! Sindsdien is Leeuwarden geen club, maar men heeft wel een bestuur als een soort adviserend lichaam. Als de leden dat willen kan dat bestuur iedere vergadering worden afgezet of gedwongen worden op te stappen, waarna het automatisch pauze is. Daarna wordt het bestuur herkozen, waarna de vergadering automatisch afgelopen is, zodat iedereen kan aanschuiven aan de bar.

Dergelijke adviezen en tips gaan er bij ons in als Gods Woord in een ouderling. Prachtig gewoon. Tom Peters bijvoorbeeld, die min of meer moet leven van de slotcarracerij, gooit pas omstreeks half tien ’s avonds de stroom op de baan. Eerst verplicht met zijn allen gezellig koffiedrinken, vulkoeken, broodje hamburger, croquettes mosterd en veel tostis want daar krijg je zo lekkere gruwelijke dorst van. Daarna gaat iedereen lekker het autootje poetsen, biertje bij, en dan pas een beetje de baan verkennen. Hij zei het niet letterlijk, maar wij begrepen wel dat dit de juiste tactiek is wil je nog een beetje omzet draaien in deze achterlijke sport!

Andere veel voorkomende tips die ik hier niet allemaal zal boekstaven, zijn ook te vinden in het boek van JeeWee van Capelleveen, die in dat boek vooral betoogt dat de rode draad gezelligheid is. Hij breekt echt een lans voor de parasitaire vorm van slotcarracen, namelijk met een paar leuke vrinden de baan van een willekeurig slachtoffer met een interessante baan in de kelder, gaan bewonderen. Hoe enthousiaster, hoe rijker het onthaal. Sharp thinking!

Nu wij met dertien leden zijn (het eind is nog niet in zicht), vragen wij ons af wat wij met die tactieken moeten. Wij hebben namelijk een club van goedlachse en humoristische mannen die er een sport van maken hun autootjes en vooral zichzelf flink te bagatelliseren. Bij ons is bijvoorbeeld de belangrijkste vraag ‘Is er nog koffie?’ De kans dat iemand een discussie begint over de wenselijkheid van oploskoffie, lijkt mij minimaal. Zo ook melkcupjes. Ik weet niet eens of wij die hebben op onze koffietafel, want het enige dat ik hoor is: ‘Mag ik even de melk?’ Maar dat zal wel typsch Drents zijn om dat gewoon te vragen.

Daarmee zou je denken dat al die goed bedoelde raadgevingen boter aan de galg zijn, maar dat valt te betwijfelen. De Nordschleife was nauwelijks een uurtje in gebruik of er kwamen steeds meer 24-ers de baan op. Fokko reed voorop met een of andere peperdure slettenbak. En zo godsongenadig hard rondslierend, dat de één na de andere 32-er vertrok. Dit was het dus! De koningsklasse is gearriveerd: de dag die je wist dat zou komen!  

zaterdag 9 juni 2018

Ruimte

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.


Toen wij ter club spraken over een tweede racebaan, rekende Markus Goetz, onze ceo, vlug uit hoe groot die baan kon zijn. Hij postte op ons clubforum vlug een schetsje van de beschikbare ruimte, minus bar, minus sleuteltafels, minus zitruimte voor publiek, minus verkeerstoren voor de wedstrijdleiding. Al snel vlogen de tekeningen van de meest fantastische ontwerpen ons om de oren. En hoewel wij allemaal vrienden zijn, was de kritiek op andermans ontwerp vaak niet mals. ‘Alleen met een acht los je het probleem van het verschil in tracklengte op sukkel!’, was een rake! Meteen kwamen er nieuwe ontwerpen met bridges, fly-overs, viaducten, tunnels en andere adembenemende oplossingen, waarbij steeds één ding opviel.

Ooit was er ruimte, maar als de baan werd ingetekend was die voorgoed verdwenen. Tijdens een clubavond, we zaten nog lekker met koffie met koek wat te keuvelen, poneerde ik de stelling dat alle clubhonken van slotcarraceclubs altijd te klein zijn, omdat de baan altijd groter is dan wenselijk. En dan houd je dus geen ruimte meer over. Voor jezelf! Het kan werkelijk niet bommen waar je bent, maar altijd moet je achter de billen van je maat langs, om ergens anders te komen. Is het dan niet verstandig om de baan iets kleiner te maken? Is het verschil tussen 32 en 36 meter dan werkelijk zo groot dat je in het eerste geval denkt: ‘Kleuterbaantje!’

Welnee! Iedereen moest wel even schakelen. Wat zeiden ze nou? Een kortere baan? Maken jullie gekheid? Nee, maar het andere standpunt moest wel even bezinken. Nu hadden de clubleden ook weinig keus, want de directie had in alle vriendschap met Tom Peters gesproken die dat hele clubgedoe met één klap van tafel veegde. ‘Welnee, daar schiet je niks mee op! Inspraak prima, maar je moet doen wat jij vindt!’ Met de koopovereenkomst voor de Nordschleife op zak, viel het besluit de tekeningen natuurlijk met veel duimpjes te blijven bewonderen, maar die verder te laten voor wat ze waard waren. Minder dan niks, maar erg bedankt jongens voor het meedenken.

Toen uiteindelijk de baan na een lange zaterdag hard werken in brokstukken in ons clubhonk lag, was het behoorlijk lastig je voor te stellen hoe die baan er opgebouwd uit zou zien. Ik werd er niet echt penuwachtig van, maar ik voelde wel een beetje druk. Want één, ik was met die baan op de proppen gekomen, en twee, ik had iets te berde gebracht over ruimte die er was en later niet meer. Ai, ai Teun, dit werd wel een beetje spannend!

Waar ik niet echt rekening mee had gehouden dat de heer Goetz jr. (zijn vader is 103) zondagochtend om half vijf de echtelijke sponde verliet om de boel in elkaar te zetten. In principe onmogelijk voor één man, maar als een vent wat in de kop heeft, heeft hij het niet in de kont. Het moest en het zou. Pech voor mij, want wij waren het niet eens. In mijn ruimtelijke optiek moesten de coureurs aan de raamzijde staan en niet met de rug tegen de tegenoverliggende muur. Vertaald: de opvatting van Marcus Aurelius scheelde 180 graden met die van mij. Dit was netelig, want natuurlijk hoorde ik enthousiast te zijn over het resultaat, maar dat was ik niet. Maar goed, de baas is de baas en aan inspraak doen wij niet.

Een week later. Ik was benieuwd hoe Markus met behulp van dommekrachten, een hydraulische autokrik en nieuw gezaagde poten (Snotverdorie Tom, de helft van de poten is zoek!) de baan op orde had gekregen. Je moet je dus voorstellen dat juist de zwaarste baandelen door het ontbreken van voldoende poten compleet waren gaan doorhangen en zelfs als gevolg van die zwaartekracht zichtbaar getordeerd! Echt waar! Nu begrepen wij ook waarom die verschillende delen met centimeters plamuur aan elkaar waren geklonken. Omdat het gewoon niet passend te krijgen was, moesten de nieuwe poten er onderuit, om vervolgens deel na deel met die hydraulische krik terug te persen in de gewenste stand. En pas dan een nieuw poot eronder. Fixeren die handel!

Goed gezien van Markus. Maar hij ging nog een stapje verder. Zijn schoonzoon, een beroemde chefkok, zo mager als een sliert spaghetti, werd uit bed getrommeld om te helpen de hele boel te draaien. Wat hij zonder mopperen deed. Toen ik dus binnenstapte stond de baan precies zoals ik me dat had voorgesteld. De coureurs staan met hun rug naar het daglicht en er is rondom voldoende ruimte voor baancommissarissen en belangstellend publiek. Het bewijs is geleverd: als de baan in de ruimte past, wil dat nog niet zeggen dat er voldoende ruimte is.    

zaterdag 2 juni 2018

Ave, Marcus Aurelius!

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.


Ooit had ik de leeftijd waarop ik onbekommerd met een vriendje naar school liep, armen om elkaars schouders. Wij waren namelijk boezemvrienden! Toen kwam er een leeftijd waarop anderen zeiden (en in ieder geval dachten) ‘Zou je dat nou wel doen?’ Nog weer zoveel jaar later gingen mannen elkaar op de wang zoenen, waarbij zij elkaar een kaliber hug gaven, dat vrouwen dachten “Nou, daar teken ik voor!” Was in Amsterdam natuurlijk. Eenmaal op de rand van het omgekeerde soepbord Drenthe beland, in Grunn dus, was dat allemaal verleden tijd. Iedere vorm van intimiteit en affectie werd gevangen in het woordje ‘Moi!’, waarbij je gelijktijdig óf nadrukkelijk je schoenen inspecteert, óf gaat kijken of het al volle maan is. Zelfs overdag!

En dan out of the blue, kom je de man tegen waarvan je denkt ‘Als dat geen boezemvriend is, dan weet ik het niet meer!’ Helaas heb je dan niet meer de leeftijd waarop je er lekker op los gaat experimenteren met armen om elkaars schouders of elkaar hartelijk begroet bij het wekelijkse weerzien, zodanig dat zijn vrouw denkt: ‘Nou, daar teken ik voor!’ Dat overkwam mij met Marcus Aurelius, die ik al zo lang ik deze blog schrijf zo benoem. Uit respect, uit waardering. Wikipedia voor het gemak en om uw geheugen op te frissen: Marcus Aurelius regeerde van het jaar 161-180 over het Romeinse rijk. Hij behoorde tot het geslacht der Antonini. Meteen na zijn aantreden stelde hij Lucius Verus (dat ben ik dus) als medekeizer aan. Marcus Aurelius was de laatste van de ‘Vijf Goede Keizers’.

In het begin was dat regeren vrij simpel. Er waren een paar kleine onderdanen en af en toe kwam er een Galliër binnen strompelen, roepende: “De Romeinen, de Romeinen komen!” Die stelden wij op zijn gemak door duidelijk te maken dat wij dat waren. Sommigen vluchtten dan over de grens, zoals Fokko Zoutman, maar andere trokken helemaal door naar Zweden zoals Erik Groenewold. Patrick Lijnema sloeg aan het zwerven door de Lage Landen, helaas! Maar ooit, zo wist Marcus Aurelius, zullen zij terugkomen. En daarin heeft hij helemaal gelijk gekregen. Watskeburt?

Met het verstrijken van de jaren stabiliseerde het aantal onderdanen zich. Er kwam er eentje bij, er ging er eentje af, maar het was te danken aan Johan Post, een dubbelspion uit het verre bandietenland Fryslan, dat ons Rijk een enorme boost kreeg. Hij fluisterde mij, Lucius Verus, toe dat de Nordschleife te koop stond bij die afvallige koopman Tom Peters. Hij, de tollenaar, wist niet hoeveel dukaten wij daarvoor zouden moeten dokken, maar ik wist meteen dit wordt een kwestie van flink bluffen. Als die Kaninefaat van een Peters de Nordschleife wil verkopen, dan is er in de duinen zeker stront aan de knikker. En dat was ook zo!

Maar deze wetenschap zette onze vriendschap wel behoorlijk onder druk. Natuurlijk mag ik graag af en toe een simpel adviesje geven, maar mij nadrukkelijk met het beleid bemoeien, is een andere kwestie. Gelukkig zag ik een andere oplossing en ik legde de kwestie toen wij aan lagen (Romeinen eten liggend, red) en wij ons onbespied waanden op tafel. Gelukkig viel het goed en Marcus Aurelius doorzag eigenlijk meteen èn de kwestie èn de genialiteit van mijn plan. Wij gaven de knechten opdracht om de Audi TT te zadelen en te voorzien van heel veel proviand en nadat wij van iedereen bijzonder hartelijk afscheid hadden genomen, togen wij dwars door het prachtige Drenthe richting de konijnenvreters van de duinen.

Eenmaal in die armetierige nederzetting aangekomen, zonderde Marcus Aurelius de koopman handig af van zijn kompanen zodat er ongestoord kon worden gesproken. Ik bleef op ruime afstand, maar wel zo dat de Tom mij goed kon zien. Niet lang daarna was het gesprek afgelopen. Ze gingen nog net niet huggen, maar ik zag wel dat er sprake was van een goede afloop. Er moest betaald worden in florijnen en niet in Friese dukaten, maar de hoeveelheid viel mee. Jammer was dat de koopman de banken van het Amfitheater en de catacomben daaronder benevens de keizerlijke toren wilde behouden, maar de rest van het landgoed viel toe aan het Romeinse Rijk. Zonder een slag of stoot. Nadat wij uit beleefdheid nog een lauw en laf biertje hadden genuttigd, reden wij in onze strijdkaros derwaarts. Joepie, helemaal in de nopjes! Uiteindelijk konden we tussen het schakelen door nog highfiven van de pret!

Enkele weken later reden we met onze slimste en sterkste slaven naar Swanenburg om de boel te confisqueren. Niet lang nadien stak Drenthe het duinenrijk naar de kroon en zie daar kwamen ze aan: Fokko was als eerste terug, Patrick liet weten dat hij snel weer komt kijken en Paul is niet meer uit het clubhuis weg te slaan! En toen kwamen Erik en Tristan, Geert kwam er nog bie en good old Job bracht ook Nick mee. Eerst hadden we te veel tracks of dus te weinig leden. Nu hebben we heel veel tracks en nog veel meer leden. Dit alles dankzij mijn boezemvriend Markus Goetz!

Ave, Marcus!

zaterdag 26 mei 2018

Enge man

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.

Het kan natuurlijk, maar erg waarschijnlijk is het niet. Vrouwen die zich diepgaand bezighouden met slotcarracen. Tenminste, ik heb het nog nooit meegemaakt. Ik heb het wel altijd een raar dingetje gevonden van die feministische beweging, omdat mannen wel altijd verplicht aan het borduren moesten vanwege het gelijk zijn, maar dat hullie nou nooit eens in het kader van die emancipatie zelf de zomerbanden moesten wisselen in november of december.  Zo gezien kun je dan niet eens een behoorlijke slotcarracer worden, want onze sport ligt immer in het verlengde van de bandenwisselarij.

Het staat mij daarom ook vrij te zeggen dat vrouwen gewoon niet kunnen rijden en al helemaal niet met een slotcar. Bij ons op de club zie je het wel eens een enkele keer gebeuren, maar zet twee vrouwen bij elkaar en alles draait om lingerie, de weegschaal, de kapper, schoenen (heel veel schoenen), Kruidvat, Action en wat er die avond op TV komt.

Bij mannen is dat precies andersom. Zet één man tussen een groep vrouwen en hij weet niet eens meer dat er slotcars bestaan. Zet twee mannen tussen een groep vrouwen en ze beginnen samen gezellig over slotcars te discussiëren, terwijl het groepje vrouwen er kip-zonder-kop tussendoor kleppert over lingerie, de weegschaal, de kapper, schoenen (heel veel schoenen), Kruidvat, Action en wat er die avond op TV komt. Opvallend toch?

Hoe dan ook, het zette mij op het verkeerde been toen ik in gesprek raakte met Bianca over een NSR Mosler die zij op MP te koop aanbood. Mijn vragen werden door haar zo ontzettend to the point beantwoord dat ik dacht: ‘Nu zullen we het hebben! Het staat te gebeuren! Ik ga een auto kopen van een vrouw, die misschien van die slotcarracerij nog wel meer weet dan ik! Wie had dat gedacht?’ Ze ondertekende helaas met ‘Teun’ en dat was wel een enorme ontgoocheling.

Want zo zijn vrouwen wel een beetje; ze nemen mannen graag bij de neus! Ik herinner me zo uit mijn verslaggeversjaren dat er wat moest gebeuren aan Liane Engeman. De sportredactie had er geen zin in (later wordt duidelijk waarom) en dus kwam die stoeipoes op mijn bord terecht. Ik googlede avant la lettre wat door ons papieren krantenarchief en werd geen slag wijzer van deze lange, slanke, blonde, knappe (!) eerste vrouwelijke autocoureur van Nederland. Peter Post bellen? Die wist altijd alles, behalve als het over auto’s ging.  

Jan Lammers vragen? Maar die stond nog in de box, bij wijze van spreken!  Dus ik belde Luuk, onze fotograaf en wandelend Privé-archief. “Luuks, maak als de donder een foto van Liane!’ En hij was al weg in zijn Ford Capri zes cilinder! Maar zoals met alle leuke verhaaltjes liep het ook deze keer voor Luuks helemaal verkeerd af. Mevrouw Engeman woonde namelijk in de zogenaamde hunkerbunker te A. en zij bezat een klerenkast van een hond die zonder enige moeite recht in de navel van Luuks kon kijken en daarbij steeds zijn muil ver open liet hangen.

Moet jij die interviewen? Ik zou maar uitkijken, want één verkeerde beweging en het is met je gebeurd! Maar dat was ik helemaal niet van plan. Terwijl ik naar haar foto staarde (Foto: Luuk Gosewehr) belde ik met de hunkerbunker en tikte daarna een fotobijschriftje van een paar regels. Exit mevrouw Engeman. Ze kon wel rijden en vermoedelijk beter dan alle andere vrouwen te A, maar het was geen kampioene uiteindelijk. Het ging fout op karakter, want ze kafferde haar Alfa Romeo-mecaniciens na haar eerste race voor het merk zo ongenadig uit dat zij zichzelf uit de racerij katapulteerde.

Wel jammer natuurlijk, want Liane Engeman had zomaar alles in zich om de Max Verstappen van de slotcarracerij te worden. En ik durf er wat om te verwedden dat je dan, in navolging van haar racekunsten, heel wat meer vrouwen zou zien die graag eens een avond met zo’n trekkertje zouden willen gaan pielen. Dat dit niet gebeurt (er is dus wel een knappe dame nodig om vrouwen de overstap te laten maken) zit ‘m in de mannen, die zich altijd een beetje angstig gaan gedragen. Ze zijn dan bijvoorbeeld een beetje bang dat hun vrouw meteen die peperdure regelaar sloopt, door er per ongeluk op te gaan zitten. Of dat zij, met de auto op de baan, vol gas geeft onderwijl haar leesbril zoekend om de schaalverdeling voor de reminstelling te kunnen lezen. Doffe klap, auto slaat full speed tegen de muur te pletter en dan klinkt het: ‘Deed ik dat?’ Omdat je ten overstaan van je vrienden niet je huwelijk gaat afbreken, slof je mismoedig & eenzaam naar de hoek om de brokken op te rapen.

Het is natuurlijk maar een autootje en niet eens een echte. Maar ik geloof dat het verstandig is om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het clublokaal in stand te houden door te zeggen: “Nee, dat kun jij dus niet. Want jij namelijk kunt niet één ding tegelijk doen. Zoals wij!”