zaterdag 21 juli 2018

Basispakket

De vrolijke belevenissen van de leden (15!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.


Op Slotcar Flohmarkt kocht ik bij NSU Bernie twee auto’s op basis van een 32-Plafit chassis. Een Renault 8 Gordini en een Simca 1000 Rally. De Gordini is van wonderbaarlijke schoonheid, de Simca is wat minder. De kleur is niet goed, want de Simca hoort gewoon oranje met zwart te zijn. Toch een leuk oma-duck-autootje. Wat vooral erg grappig is, zie je pas als je met je neus op de auto duikt. De carrosserie is van dik polyester. Eerlijk, ik had nog nooit zoiets gezien. Sindsdien vind ik het een schande dat ik gewoon met die twee museumstukken rondrijd, maar ik doe het toch. Verachtelijk, maar waar!


NSU Bernie evenwel, is een aardige man die zijn werk ’s avonds aan de keukentafel voortzet. Overdag bouwt hij de NSU Prinz 1000 in grote getale om tot supersportcar, inclusief openstaande motorkap. ’s Avonds doet hij min of meer hetzelfde met slotcars, waarbij het zijn specialiteit is een formaat motor in te bouwen waarbij de achteras nog net niet breekt. Behoorlijk realistisch dus. Enfin, we raakten bevriend op Facebook en ik kon hem vlot volgen met allerlei gekleurde NSU-tjes op allerlei shows en racepartijen tot in alle hoeken en gaten van het grote Duitse Rijk.

Wat ik nu zo grappig vind, is dat Duitsland echt het land is van de dure en vooral ontzettend stevige auto’s, maar daarnaast een voorliefde heeft voor het tegenovergestelde absurde, zoals een NSU Prinz met een achtcilinder 4 liter Mercury motor op de achterbank. Iedereen de grootste lol en op de Autobahn allemaal duimpjes omhoog als zo’n son of a bitch met 205 km/u achter een BMW met groot licht zit te knipperen. Lachen! 

Het doet mij vooral denken aan de onwaarschijnlijk tolerante houding van Duitsland na de val van de muur, toen een tsunami van Trabantjes over de Autobahn rolde. Met 85 km/u op de linkerbaan en zonder gemopper remden die Duitse BMW’s en Mercedessen van 205 km/u terug naar 80 om gelaten te wachten tot de Trabby na twaalf kilometer rokend en stinkend de rollator op de rechterbaan had ingehaald. Een nog langzamere Trabby dus!

Zo’n situatie is in Nederland ondenkbaar! In de Tweede Kamer zouden vragen worden gesteld (alsof dat wat oplost!), Blokker zou meteen middelvingers met zuignap voor op het dashboard gaan verkopen en de ANWB zou een representatieve steekproef onder 36 leden in de Achterhoek houden en daarover uitgebreid in de Kampioen publiceren. Conclusie: Zeer Gevaarlijk Voor Onze Leden! 

Aangezien wij een Zwitserse & lankmoedige praeses hebben, plaatste onze club direct na de vooraankondiging een grote order voor zes NSU 24-mobielen van het merk BRM, te tunen door Fokko. Vanwege de theoretische gelijkwaardigheid op de baan is het namelijk belangrijk dat één persoon dat doet, zodat de onderlinge verschillen zo klein mogelijk zijn. Of blijven! 

Enige weken later was het zover. Musselkanaal-Oost was onder een complete berg bandenslijpsel verdwenen, maar de auto’s waren wel ready to race. Iedereen keek er naar uit en toen onze ouwe Tante Bep ook zover was (Er heeft zich een fout voorgedaan en Windows moet opnieuw opgestart worden) brak de hel los. Of eigenlijk niet want de auto’s leken wel bananenschillen op de velgen te hebben. Gelukkig ging het evenmin hard, zodat je lekker door de bocht kon slieren waarbij de auto gewoon lekker op de schoen ging hangen. Een compleet nieuwe tak van sport was geboren en onze marshalls hadden hun handen vol aan het overeind zetten van abrupt omgevallen auto’s. 

Desondanks, want helemaal waarheidsgetrouw hebben die NSU’s van BRM een detail dat echt bijzonder realistisch is, namelijk wat schuin uitstaande achterbanden.In werkelijkheid lijkt het een beetje alsof de auto door zijn onderstel zakt vanwege die 12-cilinder van NSU-Bernie, maar dat is dus niet zo. Die schuine stand (negatieve camber) verbetert de aandrijving. Althans, dat zeggen de mannen die er verstand van hebben. BRM heeft dat typische detail in de slotcar meegenomen en het ziet er inderdaad bijzonder grappig uit omdat je het onmiddellijk van de Autobahn herkent. Schuine banden? NSU Prinz!! 

Helaas, moet ik zeggen maakt het bij een slotcar geen ene fuck uit. Niet dat dit erg is! Het gaat vooral om de clubfun en die leveren de auto’s in hoge mate. Bijvoorbeeld het gekke verschijnsel dat de auto opspringt, uit het slot schiet, een klein huppeltje maakt en gewoon weer terug in het slot valt om verder te rijden alsof er niks aan de hand is. Nee, behalve dan dat de coureur zo verbijsterd is dat hij bij de eerstvolgende bocht gewoon rechtdoor raast omdat de hersenen nog niet gereset zijn. Hè? Hij was er toch uit? En hij rijdt gewoon door! Hè? Hoe kan dan nou?  Het feit dat sommigen onder ons hierdoor van slag raken, duidt op proactieve vorm van dementia praecox. Onbegrijpelijk dat sommigen over een achterlijke sport spreken! Ik zeg: opnemen in het basispakket!   

zaterdag 14 juli 2018

Is dat zo?



Laatst hadden wij bij onze club een even verrassende als verontrustende situatie: op onze houten baan viel domweg niet te rijden. Iedere auto, van n’ importe welke fabrikant, slierde als een dronken lor over de baan. Dat was vreemd, want de baan was schoongemaakt. Grappig vond ik vooral dat de situatie iedereen aanzette tot goedmoedig kankeren en zeuren, maar dat niemand riep: “Waarom? Dit ga ik uitzoeken! Dat wil ik weten!”

Nu is dat wel een typerend dingetje van slotcarracers, vermoedelijk omdat het mannen zijn. Zij weten namelijk altijd al hoe het zit. Basta! Zo praat je immers ook tegen je vrouw en zij knikt dan wijselijk. Ongeacht of het over een valse tackle bij voetbal gaat of het antwoord op de vraag waar grip op een slotcarracebaan op gebaseerd is. De rondgetoeterde theorie steunt niet op onderzoek of nadenken, maar op de basale roestvaststalen opvatting ‘Ik heb gelijk!’. En dat gelijk wordt alleen maar groter als de onzekerheid toeneemt.

Daarom is het ook zo jammer dat wij niet een overkoepelend instituut hebben dat de ondankbare taak op zich heeft genomen om onwaarschijnlijk gezwam in de ruimte om zeep te helpen. Een instituut dat zegt: ‘Dit gaan we uitzoeken, over een half jaar hoort u meer van ons!’ Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat dit instituut alles zelf uit moet zoeken. Men kan een bepaalde vraag gewoon uitbesteden aan onderzoeksinstituten zoals TNO of het Massachusetts Institute of Technology. Ik noem maar eens een dwarsstraat.

Dat ik dit te berde breng, heeft natuurlijk alles te maken met mijn beroep en aangeboren wantrouwen. Ik vraag altijd en overal: ‘Is dat zo?’ En dat doen die instituten ook. Die vinden – heel anders dan mannen dus – helemaal niks totdat zij een antwoord hebben gevonden. Zo hoorde ik laatst iemand op onze club tegen Marcus Aurelius zeggen: “Dan moeten we ze gewoon verbieden!” Potverdorie, krachtige taal voor iemand die hooguit voor de derde keer achter onze racebaan stond. Nu raadt u al waarover dit gaat: het gebruik van siliconen banden.

Ik geef u een paar overwegingen en ik mag hopen dat de Nederlandse slotcarracerswereld daarna eens serieus gaat nadenken en onderzoeken over hoe het zit, voordat weer dat typisch mannelijke trekje de kop opsteekt, namelijk ‘Ik weet hoe dat zit, omdat ik dat toevallig nou eenmaal heel goed weet!’ 

De slotcarracer wil twee dingen: snelheid en grip. Ach ja, een kinderhand is gauw gevuld! De twee hebben weinig met elkaar te maken, hoewel je zou kunnen zeggen dat de vraag naar grip toeneemt, als de snelheid toeneemt. Ik bepaal me hier tot die vermaledijde grip. Die is afhankelijk van de baan en de gebruikte banden. Evenwel, de rookie die bij ons dan maar meteen voorstelde om siliconenbanden te verbieden, kwam met een nagelnieuwe 24-BRM Ferrari de baan op. Reed voor geen meter, grip nul. Omdat het ding toch zowat honderd pop had gekost, was de man zwaar aangeslagen. Ik zei troostend: ze rijden nooit goed, out of the box. Hij bleek echter al Scaleauto schuimbandjes te hebben en die werden dus gemonteerd. Daarbij adviseerde ik hem om de vering wat losser te zetten. Tot ieders verbazing vloog dat ding ineens als een kogel in het rond, zo zeer dat verschillende leden ter plekke besloten dat zij ook zo’n auto moesten hebben.

Echter, ik vind dat die Scaleauto schuimbandjes verboden moeten worden. Rubber, PE en PU trouwens ook. Die banden zijn namelijk weinig duurzaam en dus kwalitatief zó slecht dat zij allerlei rotzooi op de baan achterlaten. Zwarte strepen, marbles en vettigheid zodat er met siliconenbanden eigenlijk niet meer te rijden valt. Je moet voortdurend die meuk van je banden halen en dan krijg je ook nog te horen dat je de bandiet bent omdat je de grip weghaalt! Wat is dus de kwestie? Niet de schuimbandjes zijn goed, niet rubber is goed of PU of PE, nee, het gaat om de manier waarop die banden van die chemische snotlaag profiteren.

Nu de echte theorie. Een ultra gladde baan zoals plexiglas, glas of een extreem goed gepolijste en gelakte houten baan geeft de meeste grip. Waarom? Omdat het vrijwel gesloten oppervlak (daarom glanst verf) het grootste contactvlak biedt met de band. Hoe meer contact, hoe groter de grip. Siliconenbandjes sluiten het beste aan bij dat gladde oppervlak. Die theorie geldt ook voor andere banden, alleen krijgt hun meer poreuze oppervlak om die reden minder contact en dat betekent dus minder grip. De slijtlaag op de baan is dus niks anders dan een middel om dat contactoppervlak te vergroten. 

Voordat u nu preventief begint te schelden, vraagt u zich af: ‘Is dat zo?’

zaterdag 7 juli 2018

Mooi


De vrolijke belevenissen van de leden (15!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Behalve echte buitenstaanders (treintjesgekken, bestuurders van rollators en lijntrekkers), weet iedereen natuurlijk wel hoe buitensporig veelzijdig onze sport is. Het gaat natuurlijk wel een stukje verder dan met veel kunst- en vliegwerk een of ander rot autootje in het slot te houden. De banden moeten op gezette tijden worden gereinigd, smeermiddelen moeten minutieus worden aangebracht of de ruiten moeten worden gewist. Dat zijn dan nog maar de eenvoudige handelingen: je zou ze zelfs aan een vrouw kunnen overlaten, denk ik wel eens. Nee, de moeilijkheden stapelen zich al snel op als het om de techniek gaat en hoe je je in de discussie ter club staande houdt als het gaat om een pinion van tien of elf teeth! Wat zeg je dan om het een te kiezen boven het ander?

En denk eens aan de kwestie van de kap. Voor veel slotcarracers is de kap wel het allerbelangrijkste en vaak herken je deze bengels aan het feit dat zij altijd en pakje tissues (zakdoekjes) onder handbereik hebben. Jaja, de tranen wellen snel op als het autootje met zijn fraaie kapje weer een gigantische buiteling heeft gemaakt. Nu is dat ook erg pijnlijk moet ik zeggen. Van strak in de lak, naar kras, breuk en scheur is een dramatisch moment. Dat zich trouwens ook niet gemakkelijk laat reconstrueren. Hij deed dit, toen ging hij daar en wie kwam daar toen aan? Bengs! De meeste andere clubleden knikken dan beleefd zonder er een hol van te begrijpen, maar zij weten dat je de gedupeerde slotcarracer nooit tegen moet spreken. Want anders heb je even later een hartstochtelijk jankende slotcarracer over je schouder hangen.

Nu wil ik hier niet een lans breken voor het emotieloos in elkaar beuken van leuke slotcarretjes, maar enig laconiek gedrag is wel op zijn plaats. Ik noem even Job Renken, een clublid van Amazingslotcarracing te TE (en dus NIET van Kleineautootjesclub Leeuwarden), die onwaarschijnlijk vaardig blijkt te zijn met de airbrushspuit. Dat wisten wij ook niet toen wij hem onder contract namen, maar wij wisten meteen ‘Dit is geniaal!’, toen hij de eerste resultaten op onze Facebookpagina publiceerde van zijn nieuwe project, namelijk de Jägermeisterbolide vs 1.0.

Behalve dat de lak onwaarschijnlijk mooi en strak wordt opgebracht, weet deze Renken ook de stickers (livery, red.) fantastisch op de body te positioneren. Tikje schuin, meelopend met de carrosserielijn of juist goed passend in dat kleine hoekje onder de koplampen. Kijk, the devil is in the detail! Ook hier! Zit plakplaatje niet helemaal goed, dan weet je meteen dit is geen echte BMW! Veel slotcarracers slaan deze tak van sport daarom maar meteen over en mompelen dan zoiets als: ‘Niet belangrijk!’ Zo niet onze Job Renken! Die schotelt ons een adembenemend mooie foto van een adembenemend mooi gespoten Porsche voor en zegt dan in het bijschrift: Niet helemaal gelukt. Moet over. Morgen verder.

De zinnen zijn kort en ontdaan van iedere emotie. Vergelijk de brieven van Van Gogh nadat hij zijn oren had afgesneden of sla er het dagboek van Pablo Picasso op na die na de datum steeds schrijft: “Het was me het dagje wel!’ (Era mi día). Hoe dan ook, om te voorkomen dat u denkt dat ik de arme man een liter stroop om de mond smeer omdat ik heel toevallig nog twee white kits had staan, zeg ik nu meteen dat die gedachte een schop onder de gordel is. Het ligt namelijk heel anders. 

Heer Renken wil te zijnen huize ook graag een bescheiden racebaan om zijn voertuigen voor de clubavond uit, te kunnen testen. Wij kwamen daarover te spreken en ik liet hem belangeloos weten dat ik nog wel wat Fleischmann-zooi had staan. Zoals dat gaat, wilde hij eerst een rondje, toen een achtje, maar toen hij dat ontwerp had gezien, wilde hij nog een extra bochtje hier, een keerlus, een haarspeld daar, een recht eind van koninklijke afmetingen en de natuurlijke de hele zaak franco thuis. Geen punt, dacht ik, maar ik tekende daarbij aan het even tijd zou kosten.

Dus spoot Renken onvermoeibaar door en dat leverde steeds weer FB-rinkeltjes op, zodat wij wel moesten kijken welke bolide hij nu weer aan de Jägermeister-stal had toegevoegd. Tegen de tijd dat hij zijn eerste vrachtwagencabine aan Willem Alexander had opgedragen, had ik op de club voorzichtig gesist dat ik op zoek was naar stalkleuren. Nick geel, Markus Rode Kruis, Louis roze, Job oranje en ik koos toen maar blauw-oranje en vroeg Job mijn Zonda en Mosler in die kleurstelling te spuiten. 

Het is erg pijnlijk om te zeggen, maar rijden met die auto’s staat gelijk aan iemand schofferen. Te mooi! Maar Job vindt dat het mot! Dus heb ik met superglue rondom een randje Moosgummi aangebracht zoals dat gebruikelijk is bij autoscooters, die auto’s met de slepers tegen het dak! Ok, het ziet er niet uit, maar de auto blijft wel mooi!

zaterdag 30 juni 2018

Tijdmeting

De vrolijke belevenissen van de leden (14!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.



Eén van de grappen die in Windows 10 is ingebouwd, is de mogelijkheid het programma eruit te laten zien als Windows XP, Windows 98 of zelfs Win 3.1. Met alle gein die daarbij hoort. Blauwe schermen bij wijze van crash en de geluiden die erbij horen als cultureel erfgoed. Wie kent ze niet?


Maar zie, de sukkels van de slotcarracerij zijn echt van de dingen van de vorige eeuw, want hun computertjes draaien bij voorkeur op Windows XP! Ik kan me bijna al niet meer heugen dat ik dat programma gebruikte, hoewel ik zeker weet dat mijn ‘Professional’-uitvoering stukken betrouwbaarder was dan de home-versie die ik in de clubhuizen zie. De eerste keer dat ik – stom als ik was – dat de administrator bij wijze van grapje de Windows 10-grap had geactiveerd, maar na verscheidene crashes (Oh, hij is weer vastgelopen!) werd mij duidelijk dat ik via de monitor echt de historie stond te bekijken.

Ook in Tweede Mond. De enige verklaring die ik daarvoor heb -naast het onweerlegbare feit dat iedereen reusachtig happy is met die digitale hiëroglyfen- is dat in Drenthe het Stenentijdperk nog steeds overal ligt opgestapeld. Een willekeurige lezer in de Randstad denkt nu: ‘Kom, kom, ze zijn wel achterlijk daar, maar het Stenentijdperk is wel wat overdreven!’ 

Helaas, neen! Er zijn hier zelfs hele horden mensen die stenen in de tuin leggen bij wijze van versiering. Je kunt ze zelfs kopen en dan heten ze veldkeien. Echt waar! 

Zo koesteren ze dus ook Stenentijdperksoftware op een telraam dat ze computer noemen. Als zo’n ding bijvoorbeeld start gaat hij eerst op zoek naar drive A:\*.* de floppy drive met dat hele typische geluidje ‘Krkr, kkrkk ngrrr!!’ Zo hebben wij onder de Nordschleife een pc staan die wij van Tom Peters erbij kregen. Het is een Intel 486 MMX computer met 3 mb extended geheugen, waar die oude windowsprogramma’s helemaal dol op zijn. Je kunt dan namelijk multitasken. Ga toch weg! Als je Windows Verkenner op start dan mag je blij zijn dat je daarnaast nog Rekenmachine aan de praat krijgt!

Enfin, hoe komt dit nou? Dit hangt samen met het softwareprogramma voor de tijdmeting. Zoals Bepfe. De leverancier zit al lang op de Bahama’s, maar de volgelingen blijven vasthouden aan de leer. Het beste programma ooit, het kan alles, het is betrouwbaar en gemakkelijk te bedienen. Dat zijn zo ongeveer de jubelkreten van de ICT’ers van de club. Helaas, is Windows XP de max! Zelfs Windows Vista gaat op tilt als die opgepoetste DOS-software wordt geïnstalleerd.

Mijn vraag: waarom hebben jongeren (de toekomst) belangstelling voor onze seniele autosport? Ik noem dit de zelfmoord van de sukkels! Hallo, opa's! Wakker worden! Dit is 2018!

zaterdag 23 juni 2018

Immer BMW


De vrolijke belevenissen van de leden (14!!!) van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Nederlandse slotcarracers kopen bij voorkeur autootjes van BMW, Ford of Opel. En Porsche is wel de Volkswagen van de slotcarracer! Ik heb lang nagedacht over dit vreemde verschijnsel, maar ik denk dat het antwoord schuilt in oerconservatisme en drang en hang naar veiligheid. Wat voor de deur staat is vertrouwd en dat moesten we dan ook maar hebben voor de racebaan. Zoiets. Ik heb daar zelf helemaal geen last van, want ik rijd al minstens 35 jaar Renault en ik heb een racekist vol Renaults. De meeste heb ik zelf niet gehad, trouwens.

Bij mij is vooral de schoonheid van het kapje functioneel en dat kunnen mijn collega’s niet zeggen over hun sigarenkist. Laatst nog. Buurman & buurman uit Muntendam kopen allebei een 24 Scaleauto. BMW! Dat is natuurlijk vanwege de kwaliteit, waar zij zo aan gewend zijn. Maar dan moet je collega Pluim eens horen over zijn Z4. Als je Evert even de ruimte geeft, brandt hij die hele auto tot de grond toe af. Inclusief stuurkolom! Maar echte BMW-rijders zijn een slag apart, hoor! Dat zijn nog echt de ouderwetse knipperaars op de autowegen. Opzij, opzij! Ik snij!

Waarom zeg ik dit? Omdat ik het betreur dat de echt mooie bakken (die niet meteen in de catalogus staan) nauwelijks aan bod komen. Slechts een enkeling steekt zijn kop boven het maaiveld uit, zoals Markus Goetz onlangs. Die kocht een prachtige Spyker en dan moet je wel ballen hebben, want dat merk heeft het drama aan de kont hangen. Lees de verslagen van de 24-uurs van Le Mans er maar op na! Hoewel… in 2006 nam de auto zelfs even de leiding tijdens deze heroïsche race.

Enfin, Markus heeft zoveel charisma dat niemand van de Duitse Hollanders in ons clubhonk er ook maar de kleinste opmerking over durfde te maken! ‘Mooi, mooi, mooi!’, kweelde iedereen toen hij voor het eerst de baan opging. Niet dat het ding vooruit te branden was. En een lawaai! Niet te kort. Geen wonder dat ik ‘m tien minuten later net na de tunnel waar de blauwgele C8 Laviolette zieltogend tegen de muur lag, vol op de slof nam zodat er zeker twee tubes superglue nodig waren om de Spyker weer een beetje te fatsoeneren.

Onze Guts vertrok geen spier! Is het risico, riep hij toen hij richting de pits wandelde met een handvol plestic en kevlar brokstukken. Dat blauwgeel was wel een voordeeltje, want zelfs dagen later vonden we nog kleine brokstukjes terug. Binnenkort kan hij mij te grazen nemen, mits ik ook zo stupid ben om een nieuwe auto die ik nog niet goed ken midden tussen een veld van onbesuisde jakkeraars los te laten. Het is de emotie die het dan wint van het gezonde verstand. Dagen gewacht op je nieuwe autootje en dan is het vrijdagavond. Je kunt gewoon niet langer bedwingen om ‘m te proberen. De hersens zeggen weliswaar ‘Niet doen, sukkeltje!’ maar die boodschap wordt vermoord.

Omdat ik dus eens wat anders wilde dan het gewone gedoe, belde ik met heer JeeWee van Capelleveen, in het dagelijks leven hoogleraar slotcarracen. Hé Jan Willem, riep ik amicaal, wat zal ik eens kopen waarmee ik iedereen kan verrassen? De prof dacht luttele minuten na en sprak daarna: ‘Zonda! Koop een Zonda, Teun en je zult eens wat beleven! Maar ik denk niet dat je hem nog ergens kunt krijgen. Succes ermee!’

Ik googlede me helemaal suf en juist toen ik het op wilde geven, vond ik het allerlaatste exemplaar van deze legendarische Italiaanse auto in de Verenigde Staten. Heel goed verstopt, want hij stond in het magazijn van Bruce die in het dagelijks leven Pontiacs, Chevys en Dodges verkoopt en daarnaast voor de fun een handeltje in slotcars heeft. Vanwege het tijdverschil konden we mooi chatten en toen hij uitgelachen was omdat ik hem vertelde dat hij de laatste ter wereld had, bromde hij dat hij even zou gaan kijken. 

Inderdaad, hij had ‘m. Opsturen? Graag! Dit nu is ruim een maand geleden. Dankzij tracking van USPS volg ik de auto dagelijks. Vanuit Illinois ging het gezwind naar Chicago maar daarna begon een bizarre tocht door de VS. Momenteel staat de Pagani Zonda in een depot in Oakland, vlakbij San Francisco. Als de route nu inderdaad via Sapporo richting Wladiwostok gaat, is hij precies op tijd hier om als Kerstkadootje te fungeren. Alles beter dan een BMW!    

vrijdag 15 juni 2018

Club

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Met onze krap dertien leden, de niet-betalende kinderschare van Markus en Tineke niet meegerekend, stellen wij natuurlijk niet zoveel voor in slotcarracebaanland. Wij stellen ons terecht zeer bescheiden op tegenover andere clubs die op allerlei fronten op veel meer ervaring kunnen bogen. Zo weet ik nog dat Klaas Bos in 2013 tegen Markus zei: ‘Als de 24-ers binnen komen, krijg je heibel in de tent.’ Wij waren toen met zijn tweetjes en om het toch nog een beetje interessant te maken reden wij allebei met twee auto’s tegelijk op onze viersporenbaan ‘Amazingslotcarracing’, maar we hadden nog nooit bedacht dat we ieder één van die auto’s zouden kunnen vervangen door een olifant, want zo groot waren 24-ers in onze ogen wel.

Onze wedstrijden waren dus eenvoudig, zoals wij dat gewend waren. Markus reed met zijn Slot.It-Lotus met Zwitserse vlag in baan 3 en met zijn zwarte Mosler in baan één. Ik reed dan bijvoorbeeld met een groene Renault Megane op sillys op baan 2 en met een Audi R8 LMP op NSR supersofts op baan vier. Ondertussen stonden we gewoonweg wat te filosoferen over de kwestie meer of minder lood, voor de as, in het midden of juist een klein brokje onder de achteras, voor meer grip. Om de ruzie-kwestie van Klaas moesten wij lachen.

Of die keer dat wij in Leeuwarden waren en daar volledig werden ingelicht over wat die club meegemaakt heeft, nadat iemand een opmerking had gemaakt over de oploskoffie en de melkcupjes. Echt waar, want die bleken dus niet van Friesche Vlag te zijn! En dat werd toen wel een puntje. Van de weeromstuit begon toen een ander wat te zeiken over de kantkoek, een echte Friesche lekkernij die vooral langs de waterkant aan watersporters wordt verkocht omdat je er ontzettend kiespijn van kunt krijgen. Ik zag Markus noteren: Geen kantkoek! Sindsdien is Leeuwarden geen club, maar men heeft wel een bestuur als een soort adviserend lichaam. Als de leden dat willen kan dat bestuur iedere vergadering worden afgezet of gedwongen worden op te stappen, waarna het automatisch pauze is. Daarna wordt het bestuur herkozen, waarna de vergadering automatisch afgelopen is, zodat iedereen kan aanschuiven aan de bar.

Dergelijke adviezen en tips gaan er bij ons in als Gods Woord in een ouderling. Prachtig gewoon. Tom Peters bijvoorbeeld, die min of meer moet leven van de slotcarracerij, gooit pas omstreeks half tien ’s avonds de stroom op de baan. Eerst verplicht met zijn allen gezellig koffiedrinken, vulkoeken, broodje hamburger, croquettes mosterd en veel tostis want daar krijg je zo lekkere gruwelijke dorst van. Daarna gaat iedereen lekker het autootje poetsen, biertje bij, en dan pas een beetje de baan verkennen. Hij zei het niet letterlijk, maar wij begrepen wel dat dit de juiste tactiek is wil je nog een beetje omzet draaien in deze achterlijke sport!

Andere veel voorkomende tips die ik hier niet allemaal zal boekstaven, zijn ook te vinden in het boek van JeeWee van Capelleveen, die in dat boek vooral betoogt dat de rode draad gezelligheid is. Hij breekt echt een lans voor de parasitaire vorm van slotcarracen, namelijk met een paar leuke vrinden de baan van een willekeurig slachtoffer met een interessante baan in de kelder, gaan bewonderen. Hoe enthousiaster, hoe rijker het onthaal. Sharp thinking!

Nu wij met dertien leden zijn (het eind is nog niet in zicht), vragen wij ons af wat wij met die tactieken moeten. Wij hebben namelijk een club van goedlachse en humoristische mannen die er een sport van maken hun autootjes en vooral zichzelf flink te bagatelliseren. Bij ons is bijvoorbeeld de belangrijkste vraag ‘Is er nog koffie?’ De kans dat iemand een discussie begint over de wenselijkheid van oploskoffie, lijkt mij minimaal. Zo ook melkcupjes. Ik weet niet eens of wij die hebben op onze koffietafel, want het enige dat ik hoor is: ‘Mag ik even de melk?’ Maar dat zal wel typsch Drents zijn om dat gewoon te vragen.

Daarmee zou je denken dat al die goed bedoelde raadgevingen boter aan de galg zijn, maar dat valt te betwijfelen. De Nordschleife was nauwelijks een uurtje in gebruik of er kwamen steeds meer 24-ers de baan op. Fokko reed voorop met een of andere peperdure slettenbak. En zo godsongenadig hard rondslierend, dat de één na de andere 32-er vertrok. Dit was het dus! De koningsklasse is gearriveerd: de dag die je wist dat zou komen!  

zaterdag 9 juni 2018

Ruimte

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.


Toen wij ter club spraken over een tweede racebaan, rekende Markus Goetz, onze ceo, vlug uit hoe groot die baan kon zijn. Hij postte op ons clubforum vlug een schetsje van de beschikbare ruimte, minus bar, minus sleuteltafels, minus zitruimte voor publiek, minus verkeerstoren voor de wedstrijdleiding. Al snel vlogen de tekeningen van de meest fantastische ontwerpen ons om de oren. En hoewel wij allemaal vrienden zijn, was de kritiek op andermans ontwerp vaak niet mals. ‘Alleen met een acht los je het probleem van het verschil in tracklengte op sukkel!’, was een rake! Meteen kwamen er nieuwe ontwerpen met bridges, fly-overs, viaducten, tunnels en andere adembenemende oplossingen, waarbij steeds één ding opviel.

Ooit was er ruimte, maar als de baan werd ingetekend was die voorgoed verdwenen. Tijdens een clubavond, we zaten nog lekker met koffie met koek wat te keuvelen, poneerde ik de stelling dat alle clubhonken van slotcarraceclubs altijd te klein zijn, omdat de baan altijd groter is dan wenselijk. En dan houd je dus geen ruimte meer over. Voor jezelf! Het kan werkelijk niet bommen waar je bent, maar altijd moet je achter de billen van je maat langs, om ergens anders te komen. Is het dan niet verstandig om de baan iets kleiner te maken? Is het verschil tussen 32 en 36 meter dan werkelijk zo groot dat je in het eerste geval denkt: ‘Kleuterbaantje!’

Welnee! Iedereen moest wel even schakelen. Wat zeiden ze nou? Een kortere baan? Maken jullie gekheid? Nee, maar het andere standpunt moest wel even bezinken. Nu hadden de clubleden ook weinig keus, want de directie had in alle vriendschap met Tom Peters gesproken die dat hele clubgedoe met één klap van tafel veegde. ‘Welnee, daar schiet je niks mee op! Inspraak prima, maar je moet doen wat jij vindt!’ Met de koopovereenkomst voor de Nordschleife op zak, viel het besluit de tekeningen natuurlijk met veel duimpjes te blijven bewonderen, maar die verder te laten voor wat ze waard waren. Minder dan niks, maar erg bedankt jongens voor het meedenken.

Toen uiteindelijk de baan na een lange zaterdag hard werken in brokstukken in ons clubhonk lag, was het behoorlijk lastig je voor te stellen hoe die baan er opgebouwd uit zou zien. Ik werd er niet echt penuwachtig van, maar ik voelde wel een beetje druk. Want één, ik was met die baan op de proppen gekomen, en twee, ik had iets te berde gebracht over ruimte die er was en later niet meer. Ai, ai Teun, dit werd wel een beetje spannend!

Waar ik niet echt rekening mee had gehouden dat de heer Goetz jr. (zijn vader is 103) zondagochtend om half vijf de echtelijke sponde verliet om de boel in elkaar te zetten. In principe onmogelijk voor één man, maar als een vent wat in de kop heeft, heeft hij het niet in de kont. Het moest en het zou. Pech voor mij, want wij waren het niet eens. In mijn ruimtelijke optiek moesten de coureurs aan de raamzijde staan en niet met de rug tegen de tegenoverliggende muur. Vertaald: de opvatting van Marcus Aurelius scheelde 180 graden met die van mij. Dit was netelig, want natuurlijk hoorde ik enthousiast te zijn over het resultaat, maar dat was ik niet. Maar goed, de baas is de baas en aan inspraak doen wij niet.

Een week later. Ik was benieuwd hoe Markus met behulp van dommekrachten, een hydraulische autokrik en nieuw gezaagde poten (Snotverdorie Tom, de helft van de poten is zoek!) de baan op orde had gekregen. Je moet je dus voorstellen dat juist de zwaarste baandelen door het ontbreken van voldoende poten compleet waren gaan doorhangen en zelfs als gevolg van die zwaartekracht zichtbaar getordeerd! Echt waar! Nu begrepen wij ook waarom die verschillende delen met centimeters plamuur aan elkaar waren geklonken. Omdat het gewoon niet passend te krijgen was, moesten de nieuwe poten er onderuit, om vervolgens deel na deel met die hydraulische krik terug te persen in de gewenste stand. En pas dan een nieuw poot eronder. Fixeren die handel!

Goed gezien van Markus. Maar hij ging nog een stapje verder. Zijn schoonzoon, een beroemde chefkok, zo mager als een sliert spaghetti, werd uit bed getrommeld om te helpen de hele boel te draaien. Wat hij zonder mopperen deed. Toen ik dus binnenstapte stond de baan precies zoals ik me dat had voorgesteld. De coureurs staan met hun rug naar het daglicht en er is rondom voldoende ruimte voor baancommissarissen en belangstellend publiek. Het bewijs is geleverd: als de baan in de ruimte past, wil dat nog niet zeggen dat er voldoende ruimte is.    

zaterdag 2 juni 2018

Ave, Marcus Aurelius!

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.


Ooit had ik de leeftijd waarop ik onbekommerd met een vriendje naar school liep, armen om elkaars schouders. Wij waren namelijk boezemvrienden! Toen kwam er een leeftijd waarop anderen zeiden (en in ieder geval dachten) ‘Zou je dat nou wel doen?’ Nog weer zoveel jaar later gingen mannen elkaar op de wang zoenen, waarbij zij elkaar een kaliber hug gaven, dat vrouwen dachten “Nou, daar teken ik voor!” Was in Amsterdam natuurlijk. Eenmaal op de rand van het omgekeerde soepbord Drenthe beland, in Grunn dus, was dat allemaal verleden tijd. Iedere vorm van intimiteit en affectie werd gevangen in het woordje ‘Moi!’, waarbij je gelijktijdig óf nadrukkelijk je schoenen inspecteert, óf gaat kijken of het al volle maan is. Zelfs overdag!

En dan out of the blue, kom je de man tegen waarvan je denkt ‘Als dat geen boezemvriend is, dan weet ik het niet meer!’ Helaas heb je dan niet meer de leeftijd waarop je er lekker op los gaat experimenteren met armen om elkaars schouders of elkaar hartelijk begroet bij het wekelijkse weerzien, zodanig dat zijn vrouw denkt: ‘Nou, daar teken ik voor!’ Dat overkwam mij met Marcus Aurelius, die ik al zo lang ik deze blog schrijf zo benoem. Uit respect, uit waardering. Wikipedia voor het gemak en om uw geheugen op te frissen: Marcus Aurelius regeerde van het jaar 161-180 over het Romeinse rijk. Hij behoorde tot het geslacht der Antonini. Meteen na zijn aantreden stelde hij Lucius Verus (dat ben ik dus) als medekeizer aan. Marcus Aurelius was de laatste van de ‘Vijf Goede Keizers’.

In het begin was dat regeren vrij simpel. Er waren een paar kleine onderdanen en af en toe kwam er een Galliër binnen strompelen, roepende: “De Romeinen, de Romeinen komen!” Die stelden wij op zijn gemak door duidelijk te maken dat wij dat waren. Sommigen vluchtten dan over de grens, zoals Fokko Zoutman, maar andere trokken helemaal door naar Zweden zoals Erik Groenewold. Patrick Lijnema sloeg aan het zwerven door de Lage Landen, helaas! Maar ooit, zo wist Marcus Aurelius, zullen zij terugkomen. En daarin heeft hij helemaal gelijk gekregen. Watskeburt?

Met het verstrijken van de jaren stabiliseerde het aantal onderdanen zich. Er kwam er eentje bij, er ging er eentje af, maar het was te danken aan Johan Post, een dubbelspion uit het verre bandietenland Fryslan, dat ons Rijk een enorme boost kreeg. Hij fluisterde mij, Lucius Verus, toe dat de Nordschleife te koop stond bij die afvallige koopman Tom Peters. Hij, de tollenaar, wist niet hoeveel dukaten wij daarvoor zouden moeten dokken, maar ik wist meteen dit wordt een kwestie van flink bluffen. Als die Kaninefaat van een Peters de Nordschleife wil verkopen, dan is er in de duinen zeker stront aan de knikker. En dat was ook zo!

Maar deze wetenschap zette onze vriendschap wel behoorlijk onder druk. Natuurlijk mag ik graag af en toe een simpel adviesje geven, maar mij nadrukkelijk met het beleid bemoeien, is een andere kwestie. Gelukkig zag ik een andere oplossing en ik legde de kwestie toen wij aan lagen (Romeinen eten liggend, red) en wij ons onbespied waanden op tafel. Gelukkig viel het goed en Marcus Aurelius doorzag eigenlijk meteen èn de kwestie èn de genialiteit van mijn plan. Wij gaven de knechten opdracht om de Audi TT te zadelen en te voorzien van heel veel proviand en nadat wij van iedereen bijzonder hartelijk afscheid hadden genomen, togen wij dwars door het prachtige Drenthe richting de konijnenvreters van de duinen.

Eenmaal in die armetierige nederzetting aangekomen, zonderde Marcus Aurelius de koopman handig af van zijn kompanen zodat er ongestoord kon worden gesproken. Ik bleef op ruime afstand, maar wel zo dat de Tom mij goed kon zien. Niet lang daarna was het gesprek afgelopen. Ze gingen nog net niet huggen, maar ik zag wel dat er sprake was van een goede afloop. Er moest betaald worden in florijnen en niet in Friese dukaten, maar de hoeveelheid viel mee. Jammer was dat de koopman de banken van het Amfitheater en de catacomben daaronder benevens de keizerlijke toren wilde behouden, maar de rest van het landgoed viel toe aan het Romeinse Rijk. Zonder een slag of stoot. Nadat wij uit beleefdheid nog een lauw en laf biertje hadden genuttigd, reden wij in onze strijdkaros derwaarts. Joepie, helemaal in de nopjes! Uiteindelijk konden we tussen het schakelen door nog highfiven van de pret!

Enkele weken later reden we met onze slimste en sterkste slaven naar Swanenburg om de boel te confisqueren. Niet lang nadien stak Drenthe het duinenrijk naar de kroon en zie daar kwamen ze aan: Fokko was als eerste terug, Patrick liet weten dat hij snel weer komt kijken en Paul is niet meer uit het clubhuis weg te slaan! En toen kwamen Erik en Tristan, Geert kwam er nog bie en good old Job bracht ook Nick mee. Eerst hadden we te veel tracks of dus te weinig leden. Nu hebben we heel veel tracks en nog veel meer leden. Dit alles dankzij mijn boezemvriend Markus Goetz!

Ave, Marcus!

zaterdag 26 mei 2018

Enge man

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.

Het kan natuurlijk, maar erg waarschijnlijk is het niet. Vrouwen die zich diepgaand bezighouden met slotcarracen. Tenminste, ik heb het nog nooit meegemaakt. Ik heb het wel altijd een raar dingetje gevonden van die feministische beweging, omdat mannen wel altijd verplicht aan het borduren moesten vanwege het gelijk zijn, maar dat hullie nou nooit eens in het kader van die emancipatie zelf de zomerbanden moesten wisselen in november of december.  Zo gezien kun je dan niet eens een behoorlijke slotcarracer worden, want onze sport ligt immer in het verlengde van de bandenwisselarij.

Het staat mij daarom ook vrij te zeggen dat vrouwen gewoon niet kunnen rijden en al helemaal niet met een slotcar. Bij ons op de club zie je het wel eens een enkele keer gebeuren, maar zet twee vrouwen bij elkaar en alles draait om lingerie, de weegschaal, de kapper, schoenen (heel veel schoenen), Kruidvat, Action en wat er die avond op TV komt.

Bij mannen is dat precies andersom. Zet één man tussen een groep vrouwen en hij weet niet eens meer dat er slotcars bestaan. Zet twee mannen tussen een groep vrouwen en ze beginnen samen gezellig over slotcars te discussiëren, terwijl het groepje vrouwen er kip-zonder-kop tussendoor kleppert over lingerie, de weegschaal, de kapper, schoenen (heel veel schoenen), Kruidvat, Action en wat er die avond op TV komt. Opvallend toch?

Hoe dan ook, het zette mij op het verkeerde been toen ik in gesprek raakte met Bianca over een NSR Mosler die zij op MP te koop aanbood. Mijn vragen werden door haar zo ontzettend to the point beantwoord dat ik dacht: ‘Nu zullen we het hebben! Het staat te gebeuren! Ik ga een auto kopen van een vrouw, die misschien van die slotcarracerij nog wel meer weet dan ik! Wie had dat gedacht?’ Ze ondertekende helaas met ‘Teun’ en dat was wel een enorme ontgoocheling.

Want zo zijn vrouwen wel een beetje; ze nemen mannen graag bij de neus! Ik herinner me zo uit mijn verslaggeversjaren dat er wat moest gebeuren aan Liane Engeman. De sportredactie had er geen zin in (later wordt duidelijk waarom) en dus kwam die stoeipoes op mijn bord terecht. Ik googlede avant la lettre wat door ons papieren krantenarchief en werd geen slag wijzer van deze lange, slanke, blonde, knappe (!) eerste vrouwelijke autocoureur van Nederland. Peter Post bellen? Die wist altijd alles, behalve als het over auto’s ging.  

Jan Lammers vragen? Maar die stond nog in de box, bij wijze van spreken!  Dus ik belde Luuk, onze fotograaf en wandelend Privé-archief. “Luuks, maak als de donder een foto van Liane!’ En hij was al weg in zijn Ford Capri zes cilinder! Maar zoals met alle leuke verhaaltjes liep het ook deze keer voor Luuks helemaal verkeerd af. Mevrouw Engeman woonde namelijk in de zogenaamde hunkerbunker te A. en zij bezat een klerenkast van een hond die zonder enige moeite recht in de navel van Luuks kon kijken en daarbij steeds zijn muil ver open liet hangen.

Moet jij die interviewen? Ik zou maar uitkijken, want één verkeerde beweging en het is met je gebeurd! Maar dat was ik helemaal niet van plan. Terwijl ik naar haar foto staarde (Foto: Luuk Gosewehr) belde ik met de hunkerbunker en tikte daarna een fotobijschriftje van een paar regels. Exit mevrouw Engeman. Ze kon wel rijden en vermoedelijk beter dan alle andere vrouwen te A, maar het was geen kampioene uiteindelijk. Het ging fout op karakter, want ze kafferde haar Alfa Romeo-mecaniciens na haar eerste race voor het merk zo ongenadig uit dat zij zichzelf uit de racerij katapulteerde.

Wel jammer natuurlijk, want Liane Engeman had zomaar alles in zich om de Max Verstappen van de slotcarracerij te worden. En ik durf er wat om te verwedden dat je dan, in navolging van haar racekunsten, heel wat meer vrouwen zou zien die graag eens een avond met zo’n trekkertje zouden willen gaan pielen. Dat dit niet gebeurt (er is dus wel een knappe dame nodig om vrouwen de overstap te laten maken) zit ‘m in de mannen, die zich altijd een beetje angstig gaan gedragen. Ze zijn dan bijvoorbeeld een beetje bang dat hun vrouw meteen die peperdure regelaar sloopt, door er per ongeluk op te gaan zitten. Of dat zij, met de auto op de baan, vol gas geeft onderwijl haar leesbril zoekend om de schaalverdeling voor de reminstelling te kunnen lezen. Doffe klap, auto slaat full speed tegen de muur te pletter en dan klinkt het: ‘Deed ik dat?’ Omdat je ten overstaan van je vrienden niet je huwelijk gaat afbreken, slof je mismoedig & eenzaam naar de hoek om de brokken op te rapen.

Het is natuurlijk maar een autootje en niet eens een echte. Maar ik geloof dat het verstandig is om de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het clublokaal in stand te houden door te zeggen: “Nee, dat kun jij dus niet. Want jij namelijk kunt niet één ding tegelijk doen. Zoals wij!”


zaterdag 19 mei 2018

Omschakeling

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Het aardige van deze tijd is dat de wereld steeds meer belangstelling krijgt voor de technische aspecten van het slotcarracen, vrouwen uitgezonderd. Die hebben het stelselmatig over ‘spelen met autootjes’, wat te wijten moet zijn aan een enorme holte in hun hersens die bij meer normale mensen is opgevuld met technisch inzicht. Wat zien wij namelijk? Eerst begint iedereen wat te wauwelen over elektrisch rijden, daarna legt het chauffeurtje het loodje. Twee belangrijke stappen op weg naar de wereldwijde erkenning van het slotcarracen. Ik kan me nog herinneren dat ik te maken had met een directeur die een Lexus reed. Hybride! Hij sprak daar altijd met een beetje gedempte stem over, waaruit ik afleidde dat hij dat liever een beetje geheim wilde houden. Wijvenkar!

Maar van lieverlede was de omschakeling niet te stoppen, en ik kan me zeker nog herinneren hoe groot de paniek op redacties van bladen zoals AutoWeek (de auto autoriteit, hahahahaha!) was die zes primeurs in twee weken te verwerken kregen, namelijk door persberichten van grote merken zoals Volvo, BMW en zelfs Audi dat het Schluss was met de grote stinkers. Hadden ze nog maar nauwelijks bedacht hoe zij dit de lezertjes moesten vertellen, kwam de volgende klap alweer! De verbanning van de diesel, waarover zij jaren hadden geschreven dat dit de enige krachtbron was voor een echte vent. Hij, de kilometervreter, de crossoverfanaat! Omdat je toch man moet zijn om de waarde van die techniek überhaupt op waarde te kunnen schatten.

En dan nu het chauffeurtje. Het is een ontwikkeling die overal werd aangekondigd, maar stelselmatig werd genegeerd. Behalve door slotcarracers natuurlijk, die wel beter wisten. U herinnert zich zes vrachtwagens als olifanten achter elkaar op de Maasvlakte met maar één chauffeur die beslist: de voorste! U herinnert zich de man die zich lekker uitrekt, handen achter het hoofd en ondertussen met 140 over de A28 zoeft, nota bene op de linkerbaan? Want zo begon het: de auto die zelf tussen de lijntjes kon blijven. Ik heb me er altijd over verbaasd dat Renault in 2002 de Vel Satis op de markt bracht die dat kunstje vlot flikte. Inclusief versnellen, remmen en richting aangeven, maar dat allerminst aan de grote klok hing. Nu begrijp ik waarom. Het was pas de eerste stap!

Maar de 1:1 slotcar is niet meer te stoppen. Het is zuiver een kwestie van wennen aan de gedachte. Daarom is het ook zo frappant en bewonderenswaardig dat er in Delfzijl een man is opgestaan die zich heeft voorgenomen de wereld om te turnen. Geteisterd door weer en wind, bouwde hij onder zijn tochtige carport een fraaie 3-spoorsdemobaan, waarmee hij deze zomer de boer opgaat in stad en ommeland. En dat is heel goed gezien van Alphons-P., want het omzetten van de geesten is eigenlijk vooral een kwestie van veel aandacht geven. Zie het roken! Niet die misselijkmakende foto’s op de pakjes, maar het voortdurende gezeik over dat meeroken heeft het fenomeen in een razend tempo gedecimeerd. Die PR-techniek is volledig gekopieerd voor de diesel. Ik bedoel: Wie weet waar Arnhem ligt? Maar dat provinciedorp dat hooguit wordt geteisterd door wilde zwijnen en herten, kondigde een dieselstop af en haalde daarmee het Journaal. Stikjaloers op die gratis reclame volgden Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en Zwolle.

De baan bezorgde Alphons veel kopzorg. Vanwege de laadruimte van zijn auto, moest de baan uit losse delen bestaan die dan op de braderie aan elkaar worden gekoppeld. Hij koos voor Litze in plaats van kopertape, maar dat vereiste weer een speciale overgang tussen de delen. Hij koos voor accu’s bij wijze van stroomvoorziening, omdat hij het risico van “Geen zon, geen stroom!” bij zonnepanelen te groot achtte. En hij ontwierp tot slot een vernuftig systeem van latten en schragen en veel vleugelmoeren waarmee hij de baan boven de grond kon laten zweven. Maar wankel was het wel. Zeker op die karakteristieke marktpleinen in het noorden des lands die vanwege het historisch besef en de toeristieke invalshoek belegd zijn met van die kleine kutklinkertjes, waarop zelfs een auto met terreinbanden nog staat te wiebelen. Zijn vrouw die dat getob met lede ogen aanzag, toog naar Aldi en kocht daar zes kampeerinklaptafels van aluminium en kunststof, zodat niet alleen de baan, maar ook de gereedschappen en hulpmiddelen veilig opgesteld kunnen worden.

Klaar! Over de feitelijke tournee is nog niets bekend. Het is daarom raadzaam de blog (alphons-p.blogspot.com) van deze unieke slotcarracer (Some say he's banned from the town of Heerhugowaard; all we know he’s called The Stig) goed in de peiling te houden want daarop zal komende lente ongetwijfeld de marsroute worden gepubliceerd. Het is net seks: slotcarracen moet tussen de oren zitten.

vrijdag 11 mei 2018

Pijn

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.


Toen ons clubje te TE nog klein en onbeduidend was (wij wisten niet eens dat er reglementen bestonden, laat staan dat wij begrepen dat die ook voor ons golden), reden wij iedere vrijdagavond onze rondjes in een gezellige en harmonieuze sfeer. Na de koffie met koek en de limonade met nootjes enzovoorts was de baan lekker op temperatuur en onze banden ook.

Je merkte dan ook dat de tijden vanaf pakweg 2200 uur in een rap tempo omlaag gingen. En als er eenmaal één van de maten onder de acht was gedoken, dan volgden er al snel andere coureurs die dat kunstje ook wel even flikten. Een half uur later werd de jacht op de zes geopend, maar vaak zag je dat voor het leeuwendeel de grens met 7 punt vier wel was bereikt.

Natuurlijk had dat deels te maken met de auto an sich, maar ook wel een beetje met de vermoeidheid die dan toesloeg: de scherpte die zo kenmerkend was aan het begin van de avond was dan wel een beetje verdwenen om plaats te maken voor bravoure. Niet de beste methode. Ik heb een keer tijdens zo’n lachen-gieren-brullen sessie een Audi als een vetvlek tegen de muur laten slaan, domweg omdat ik werd afgeleid door een helse crash wat verderop. Wielen, assen, alles vloog door de lucht. Maar een enkele keer was de pace goed, de temperatuur optimaal en de banden superbe.

Twee auto’s op track twee en drie om het hardst in het rond, waarbij de coureurs alleen nog maar naar de PC konden luisteren. Naar zo’n gruwelijk irritant geluidje om aan te geven dat je je rondetijd nog net weer even wat scherper had gezet. Niet kijken natuurlijk, want dat zou zeker fataal zijn!


Het waren avonden (het lijkt wel of ik stokoud ben en terugkijk op mijn jeugd) om in te lijsten. Ik heb ze in alle soorten en maten meegemaakt. Met alleen Markus, maar ook met een clubje van vier. Het gekke van dit hele verhaal is dat het nooit volgens afspraak ging. Dat tomeloze racen begon gewoon op een bepaald moment, bijvoorbeeld omdat iemand mompelde: De grip is heel erg goed! Dan moest natuurlijk iemand dat gaan controleren. En daarna weer iemand. Als de golf van nijdig en verhit bandjes poetsen eenmaal aan de rol was, dan was het hek van de dam.

Persoonlijk vond (en vind) ik dit slotcarracen in zijn mooiste vorm. Omdat wij in Drenthe veel te achterlijk zijn voor reglementen en dat soort dingen, concentreerden wij ons maar op één ding: een nog scherper baanrecord. Het maakte daarbij helemaal niet uit of je dat bereikte met een LMP of een Mosler. Je pakte gewoon uit de kist wat je als beste keus voorkwam. Ik moet wel bekennen dat we soms wel eens een beetje schrokken als Tineke dan zei: “Ik weet niet wat jullie doen, maar ik ga naar bed!” Natuurlijk was dat een hint die wij in Drenthe zelfs nog wel begrijpen, maar Markus die een Zwitser is, bleef dan altijd heel beleefd: “Ja, doei!” Daaruit begrepen wij dan weer dat het laatste rondje nog een wijle verderop lag.

Maar nu is het allergekste dat ik niet meer weet wie de supertijd aller tijden heeft neergezet en welke die supertijd dan was! Ik vermoed 6,9 en ik weet zeker dat ik het niet was. Markus? Raymond? Of Fokko met zijn Ferrari 1/24? Die had ie zelf gebouwd met een kap van Revell. Waanzinnig ding! Je gaf gewoon volgas en dan stoof dat ding als vanzelf in het rond. Remmen, daar deed ie niet aan! Met hem meerijden was ook uit den boze want vanuit track drie, maaide hij in de bochten alles in track één en twee bacterieschoon. Niks bleef er in de sleuf als Fokko Ferrari aan de beurt was.

Natuurlijk doe je wel veel kennis en ervaring op. Bijvoorbeeld dat het echt onhandig is om met twee precies dezelfde auto’s een aanval op het baanrecord te doen. Toch gebeurde dat. Patrick had net een nieuwe slotcar in hoogglans zwart. Volgens Fokko echt een proletenbak omdat het afstellen gewoon crimineel moeilijk is door de talloze mogelijkheden die de auto biedt. Maar omdat Markus ook zo’n slotcar in hoogglans zwart heeft (had?), besloot die de zijne ook op de baan te zetten. Wel zo gezellig! 

Toen het mij als marshall onderhand zwart voor de ogen zag door de rond zoevende bolides*), gebeurde het voorspelbare, een simpel uitvliegertje. Nu weet ik niet meer of ik me vergiste in de track of in de auto, maar er gebeurde iets dat beter niet had kunnen gebeuren. De Nightrider ging er als een raket vandoor om er bij de eerste beste bocht vliegend vandoor te gaan. Het was een prachtige vlucht. Over het gangpad, over een slapende hond, een bench, zo in de richting van de bar. De klap was oorverdovend en daarna was het ijselijk stil. Wat kan slotcarracen toch ongelooflijk pijn doen! Foei, foei, foei!

*) Black Arrow met Apache. (Kenmerk: spat bij botsing volledig uiteen)

zaterdag 5 mei 2018

Monitoring

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.



In de jaren dat ik in Den Haag werkte, kwam het woord ‘monitoren’ op. Beleidsmakers en slippendragers gebruikten dat woord om de haverklap, wat ik bijzonder irritant vond. Om te beginnen is het echt ambtenarentaal: van een zelfstandig naamwoord een werkwoord maken. Nog erger is dat zo’n woord een soort panacee wordt. De bodem onder een fabriek bijvoorbeeld is zo vervuild, dat alleen al door wat rond te wandelen mannen en vrouwen volledig steriel worden. Men zegt dan dus: We moesten dit maar eens gaan monitoren! Ander voorbeeld. Defensie met de giftige verf op tanks en vliegtuigen. Meteen tegen de pers zeggen dat je het gaat monitoren. Kanker OK!, maar klaar!

Van de weeromstuit sprak ik altijd over een nieuw beeldscherm of wat dan ook. Niks monitor. Ik denk eigenlijk nu ik erover peins, dat ik zelfs een beetje aan PTSS leed. Maar ik ben erover heen sinds ik mocht nadenken over de plaatsing van enkele monitoren rond mijn racebaan. Die kwestie heeft wel iets weg van een pittig denkspelletje. En dat wordt niet altijd goed gespeeld! In Best bijvoorbeeld hebben ze een oude monitor van Aldi in kabouterformaat. Die hebben ze dan ook nog strak tegen het plafond opgehangen en de afstand tussen coureurs en beeldscherm is zo groot dat je minstens een Google Glass op je kersenpit moet zetten, wil je überhaupt nog iets kunnen zien. Nee, daar heb je helemaal niks aan.

Bij ons te TE, dat moet ik nu haastig zeggen, is het niet anders. Een rijtje seniele mannetjes en een regiment Variluxbrillen op de grootst mogelijke afstand van de monitor die ook hier weer het formaat heeft van een smartphonescherm. Althans zo zouden mijn kinderen dat vernietigend omschrijven. Die vinden trouwens alles onder 27 inch te idioot voor woorden. Waar ze met de huidige hardware prijzen wel gelijk in hebben. In de paar jaar dat ik lid ben van AS, heb ik de monitor al verschillende malen zien verkassen met evenzoveel discussies over de vraag of de kabel door de lucht moet, dan wel moet worden ingehakt in de bodem.

Ik begrijp het wel. Eerst is er de ruimte. Dan komt de baan en daarmee is de ruimte weg. Ergens staan nu de coureurs naast elkaar alsof zij in Londen op de bus staan te wachten en dan dient de monitor zich aan. Probleem!!! Bij verschillende clubs heb ik dit gezien en ik heb gezworen dat ik dit beter op zou lossen. Terwijl ik nota bene meteen had besloten tot monitoren! Maar ik bedoel dus meer dan één. Bij voorkeur drie. Het programma PCLapCounter waar ik erg gecharmeerd van ben, heeft bijvoorbeeld de mogelijkheid om verschillende schermen te openen. De coureurs krijgen iets anders te zien dan het publiek, althans als je dat wil. Ik vind dat reusachtig praktisch.

Een oplossing voor dit probleem bedenken, hangt een beetje samen met de manier waarop je tegen slotracen aankijkt. Tot mijn grote spijt is er bij vrijwel alle analoge banen nog steeds sprake van stenen tijdperk. Voeding, baantje, knijpertje anno 1960: that’s it! Akkoord, het knijpertje heeft de vorm van een pistooltje gekregen, maar voor de rest? Een geleider die over een spoel krast: het is niks anders dan een gruwelijk ouderwetse draadgewonden potmeter! Ik zal het anders stellen: De dieren rond ons huis hebben allemaal een chip en zijn daarmee een stuk digitaler dan de ‘moderne slotracer’ die naast mij staat!

Ik wil niet al te veel gaan zeuren over uw dure speelgoed, maar ik vind heden ten dage draadloos wel het minste. Drive by wire heeft zijn tijd echt wel gehad, hoor!  Rijd je draadloos, dan wordt het vraagstuk van de monitor een hele andere. Ik sta bijvoorbeeld op vrijdagavond nooit op de bus te wachten! Nee, allicht niet! Evenmin staat er ook maar iemand mij in de weg! Ik vind het dus raar dat na de race alle leesbrilletjes zich rond de monitor verdringen om iets te zien, waarbij de lange mannen echt in het voordeel zijn. Ik ben ongeveer de helft van Alphons P. zodat ik dan vooral zijn schouderbladen zie. Maar waarom roept nooit iemand: “Kzie niks!” Ik wijt het aan te weinig kritisch vermogen. Mijn vrouw wordt daar wel eens ibbel van, want ik de criticaster breek iets dat ik heb gemaakt onmiddellijk weer af als het me niet bevalt.

Rond mijn racebaan staan drie monitoren. Eentje dekt een smalle hoek van de baan af, maar dat manco heb ik opgevangen met een spiegel tegen de muur. Een tweede dekt een viaduct af, maar als de auto daar rijdt, zie je hem ook niet. En als u het echt hinderlijk vindt, plaats ik een camera in de tunnel met het beeld Picture in Picture op het scherm van de boosdoener. De derde dekt alleen een muur af. Het is dus gewoon een kwestie van kritisch monitoren. Ophangen!!


vrijdag 27 april 2018

Machines



De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Lang, heel lang geleden, toen het oerwoud nog ongestraft gekapt mocht worden om hier te lande duurzamer te kunnen bouwen, kocht ik voor de eerste etage een parketvloer bij de firma Bruynzeel. Om die te kunnen onderhouden kwam er ook een boenmachine, fabricaat FAM. ‘Aha!’, denkt u nu, ‘die man legde op die prachtige strakke grond een fantastische racebaan aan!’ Nee, zo was het niet. Het huis is al lang verkocht, maar de parketwrijver mocht mee. Jaren werkeloos, totdat ik een grote Fleischmannbaan ging bouwen met oude zooi. Op Marktplaats las je wel: sporen glimmen, maar bij mij was dat meestal niet zo. Aanslag, roest, vet, aangekoekte jam, de hele mikmak kwam ik tegen.

Voor een viersporenbaan van pakweg 45 meter heb je nogal wat deeltjes nodig. Met die zooi allemaal kriskras op de grond dacht ik meteen hoe krijg ik dit schoon? Iemand suggereerde de vaatwasser en op een dag toen mijn vrouw niet oplette, stopte ik stiekem een deeltje bij de vaat van die avond. De volgende ochtend was de teleurstelling groot. Eerst kreeg ik te horen “Wat is dit in godsnaam?” en ten tweede bleek het rechte deel 3100 nog even godvergeten smerig als voorheen. Kortom, een andere methode was vereist. In een grote bak gooide ik daarom 20 liter schoonmaakazijn van Aldi en ik kocht van mijn zakgeld 40 schuursponsjes (plastic) bij Action plus een groot blik Commandant 3 (Brezan). Na een nachtje weken, poetste ik deel na deel tot hoogglans. Dat ging heel snel. Anderhalf minuutje per deel hooguit. Afspoelen met schoon water, klaar!

Op zolder legde ik toen een vierkante Fleischmannbaan alsof het laminaat was. Met een oppervlak van zeker drie bij drie meter. En daar zette ik de FAM op. ‘Wauw! Super!’, om dat wijventaaltje nog maar eens te gebruiken. Dat ging echt heel goed! ‘Wauw!, Super! Goed bezig, Hein!’ Ik voelde me bijna een huisvrouw en het was dat ik al een ijsmutsje op had, maar anders had ik zeker een doek om mien heur geknoopt.

Nu is het een bekend feit dat mannen niet van opruimen, schoonmaken, stofzuigen of boenen houden. Behalve natuurlijk als het om het racebaantje gaat. Mijn grote vriend Marcus Aurelius, CEO van Amazing Slotcarracing te TE, raakt iedere vrijdagmiddag in een zekere staat van euforie als het wekelijks boenen weer aanstaande is. Met zijn Swiffer danst hij rond de baan, regelmatig tevreden het doekje inspecterend dat het nut van zijn inspanningen bewijst. Begrijpelijk allemaal, maar ik ben uit ander hout gesneden.

Zo heb ik bijvoorbeeld ontdekt dat mijn vrouw behalve gruwelijk knap en razend intelligent, ook helemaal waus is van de chemische krachtbronnen die het huishouden kunnen verlichten. Zo was zij de eerste in Nederland die het atomaire krachtspul Dasty van Wibra inzette. De opmars van het spul was na haar introductie op feesten en partijen (“Wauw!, Super!”) niet meer te stuiten. Denk aan de racebaanwereld die helemaal flabbergasted was na de ontdekking van de hemel van WD40! Achterover uit de schoenen geslagen. Smeren, schoonmaken, zelfs opgedroogde resten secondelijm op de kleine ruitjes van onze bolides laten zich moeiteloos wegpoetsen!

Nee, was dat maar waar! Maar een discussie daarover valt buiten dit bestek. Daarbinnen het besef dat racebaanmannen en zeker de snuiters die vitrines met vette vingers op het glaswerk koesteren, meer hun oor te luister moeten leggen als het gaat om de ervaring die vrouwen onderling uitwisselen tijdens feestjes en partijen. Daar kunnen wij heel wat van leren! Nu de bouw van mijn Fleischmann 4-sporenracebaan richting oplevering gaat, is de kwestie van het schoonmaken en schoonhouden actueel. Zo ontdekte ik laatst een stuk waarop nogal wat kleine witte spettertjes grondverf terecht waren gekomen. Kennelijk zo ingespannen bezig geweest dat me dit niet was opgevallen toen ik het nog gewoon had kunnen wegpoetsen.

Ik daarom naar onze voorraadkast, een voormalige badkamer, nu het lab van mijn vrouw. Links de chemische wereld inclusief definitieve dierverdelgers, rechts het voedsel. Alles keurig gerangschikt in rotten en stapels op strakke witte planken die ik natuurlijk zelf heb aangebracht. Ik jatte Cillit Bang - turbo power-  Kalk en Glans, HG Staalpolish, CarXtras Kunststofverzorging, Dasty, de WD40 die ik haar had gegeven voor onze RVS-koelkastdeur, en wat zwarte schoensmeer met handige lekvrije dosator. Na mijn gepoets, maakte de FAM het werk af. Mijn oude boenmachine is precies vier sporen breed! Sinds een jaar is het echt een herintreder! Mannen houden van machines!

zaterdag 21 april 2018

Nathalie



De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

In de loop der jaren heb ik er een soort zevende zintuig voor ontwikkeld: er is sprake van een echtscheiding en vaak bepaald niet zachtzinnig. Boosheid bij vrouwen vindt dan vaak een weg naar Marktplaats: als die zooi van hem maar weg is. Zo kocht ik ooit voor een paar stuiver een paar fantastische rijlaarzen. Het was niet zover weg, dus ik maakte een afspraak om ze op te halen. Tot mijn verbazing werd ik onthaald alsof ik een oude vriend was. Koffie, koek en het scheelde maar weinig of we hadden stevig aan de borrel gezeten. Dus quasi haastig weg vanwege de paarden, wat zij dan wel weer stoer vond!

Gelukkig zijn er ook huwelijken waarin het goed gaat met zijn hobbymatige eigenaardigheden versus haar nuchtere blik op de toekomst. Ik bedoel: de meeste huizen hebben qua inhoud toch hun beperkingen, maar de verzamelwoede van de vitrinemannen doet anders vermoeden. En ik heb ze wel gezien hoor, de masterbedrooms met op de linnenkast haar twee klederdrachtpoppen onder een glazen stolp en voor de rest van vloer tot plafond alleen maar schappen met slotcars in hun boxjes. Soms gerangschikt op kleur, soms op merk maar meestal lukraak neergezet. Hooguit een beetje schuin voor een sporty look! Welterusten schat!?

Dit beeld had ik bepaald niet voor ogen toen ik kennis kreeg aan Nathalie. Zij leurde op Marktplaats met wat baandelen van het voorhistorische merk Ninco en omdat ik er toch nog wat kapot moest zagen om ervaring op te doen voor de connectie Fleischmann-Ninco, schreef ik haar een briefje. Financieel bleek het net zo’n keiharde onderhandelaar als d’n Ollander vroeger in het koloniale tijdperk. Geen cent er vanaf! Maar goed, haar prijs was nu ook weer niet onredelijk te noemen zodat ik een paar centjes richting Brasschaat stuurde. Waarschuwing van Marktplaats: u handelt met het buitenland!, maar toen was het al te laat.

Enige tijd later, ik had het nodige van de firma Ninco naar de Filistijnen geholpen, zocht ik weer contact met haar. Het was nuttig geweest, dus nu waren de wissels aan de beurt. Geen Nathalie te bekennen! Kennelijk was het huwelijk weer hersteld of zo. Gelukkig vond ik in mijn adressenboekje haar emailadres terug en wie of wat schetst mijn verbazing: “Hallo Hein!” Alsof het niks was! Al snel zaten we weer gezellig te babbelen. Zij over het feit dat ze naar Antwerpen was geweest, een paar daagjes niet thuis, naar haar ouders etc. De hele mikmak! Mijn zevende zintuig begreep het onmiddellijk! 

Nadat we weer waren geland, konden we zakendoen. Ze zou gaan zoeken! Ik stelde me een huis voor met op zolder een paar flinke dozen waar die hele Ninco-baan in was gepleurd, misschien wel door haar helpende broer die nog behoorlijk nijdig was op zijn ex-zwager, die sukkel!

Niet lang daarna had Nathalie gevonden wat zij zocht en ik dus helemaal in de nopjes, want vooral die digitale baandelen van Ninco moet je met een lampje zoeken. Maar terwijl zij aan het zoeken was, ontdekte ik dat zij ook een enige autootjes op MP had geplaatst, waaronder vier Ninco Méganes ProRace digitaal. Terecht wilde zij daar een passende prijs voor hebben, maar ik had geen centje over voor die Ninco elektronica, dus dat ging over. Wel mooie autootjes, zoals de ATAG en de McDonalds die zelfs een beetje zeldzaam is. De auto’s hadden wel wat schade opgelopen, waarbij ik niet kon vaststellen of dit kwam door het gerace over die hobbelbaan dan wel door huwelijksgeweld.

Daarmee leek de im- en export van Nincobaandelen definitief tot een einde te zijn gekomen, ware het niet dat ik op Marktplaats (zoekterm: Nathalie) een enorme lot auto’s tegenkwam. Halleluja, wat was hier aan de hand? Hoewel de foto’s nou niet bepaald ragscherp zijn, meende ik er een modelletje te ontdekken, dat mogelijk iets voor mij zou kunnen zijn. Maar mijn vraag werd vrolijk de grond ingeboord. Nee hoor Hein, dat zijn oude Méganes en dat is niet wat je zoekt! Jaja, ze begint me al te kennen. Enfin, ik maakte het netjes uit door haar veel succes te wensen met de verkoop, waarop zij weer terugkwam met tekst en uitleg. Zij heeft een man die aan de lopende band slotcars koopt en als zij vindt dat het te gek wordt, gaat er weer een hele zwik Marktplaats op. 

Waarna hij dus weer nieuwe gaat kopen. Nathalie is dus een soort tussenhandel. Hollanders, let op! De koopjes staan op Marktplaats en komen uit België. Bonne chance! (Als Nathalie niet meteen reageert, is zij even naar haar ouders. Geen zorgen!)

vrijdag 13 april 2018

Swifterbant

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

In de tijd dat iedereen nog rookte en ik dus ook, blies ik nogal eens richting La Douce France om dan direct over de grens een pakje (lees: slof) echte Gauloises te kopen. Zo kreeg je ze in Nederland niet! Mooi moment! Sinds die tijd herken ik de typisch lichtblauwe kleur en de kenmerkende Romeinse helm op zes mijl afstand. Tel daarbij het geluk dat mij ten deel viel om achter het stuur van een lichtblauwe Renault Alpine A310 te kruipen, en het zal duidelijk zijn dat er één slotcar beslist moest komen: die!

Zo kon het gebeuren dat ik samen met Markus Goetz, de ceo van onze club Amazingslotcarracing te TE, naar de beurs in Houten toerde en daar stomtoevallig in gesprek raakte met Klaas Bos die daar ook toevallig was. Kwam dat even mooi uit! Ik vroeg hem naar de Alpine, maar ik wist eigenlijk al dat ik hooguit in het ondergrondse circuit van de vitrinejongens nog een redelijk exemplaar te pakken zou kunnen krijgen. Klaas zei echter: Alles is te koop! Dat gaf mij wel moed, die aanwijzing. Maar hij bleek gelijk te hebben, want een half uurtje later stond ik geanimeerd met een Zweed te babbelen die er gewoon eentje had staan tussen allerlei idiote meuk van Fly en Carrera. Hoe was het mogelijk! De aanschafprijs viel erg mee als je bedenkt dat de auto via Noorwegen, Denemarken en Duitsland helemaal in Houten terecht was gekomen.

De Alpine is een product van Avant Slot, een klein slotcarfabriekje dat zich nergens aan stoort. Men doet gewoon zijn eigen ding. Moet je bij Slot.It of NSR nog voor minstens dertig euro een ombouwsetje kopen om n’importe welke instapper dan ook om te bouwen tot een exemplaar met verstelbare vooras, bij Avant Slot is dat standaard. Als je wilt kun je zelfs de hele vooras een paar graden scheef zetten, wat bij Ninco-circuits erg praktisch is. En of dat nog niet genoeg is hebben ze een heel apart systeem bedacht voor de geleideschoen. In feite zit die in een soort verend triangeltje, dat ook met een klein schroefje weer instelbaar is. 

Een soort gelijk verhaal kun je ophangen over de achterwielophanging en de bevestiging van de motor die standaard met een schroefje wordt vastgezet in de motormount. Kom daar maar eens om bij Slot.It! Daar hachelt die hele motor bij een beetje gasgeven van links naar rechts als een slecht uitgebalanceerde wasmachine die begint te centrifugeren. Sta je met zo’n schommelstoel bij de start, dan kun je het natuurlijk wel vergeten!

Kortommo, technisch een klein wonder en qua uitvoering een schoonheid, maar dat laatste is natuurlijk in eerste instantie de verdienste van Alpine, ook al zo’n klein fabriekje onder de vleugels van Renault. Maar wel prachtig gekopieerd door Avant Slot en ook de verhoudingen zijn werkelijk briljant. Nu heeft de rallyuitvoering (er is ook een nogal saaie straatversie) een hele bult koplampen aan de voorzijde. Je moet goed kijken om te zien dat de dubbele fabriekskoplampen bijna voor de helft schuilgaan achter dat opgebouwde leger Hella verstralers. Daaronder, vlak boven het wegdek nog twee mistlampen. Goed, werk aan de winkel! Ik monteerde vier leds in de fabriekskoplampen en enige tijd later, toen ik genoeg moed had verzameld, nog eens vier in de Hella’s. Omdat de mistlampen er toen wel wat triest uitzagen, schroefde ik daar ook nog twee leds in. Tien stuks! Met de auto op de track viel er een prachtige bundel licht voor de auto en ook de kont was goed waarneembaar door twee helrode achterlichten. Ach, ach, wat een leuk knutselwerkje!

Ter club te TE zei niemand veel meer dan ‘Toe maar!’ of ‘Daarmee kun je wel in het donker rijden’, wat ik altijd heb uitgelegd als een begrijpelijk vorm van kift, jaloezie en knutselnijd. Ik bedoel: wij hebben ook leden die niet eens twee lampjes kunnen monteren. Of dat niet durven! Wat een zeikers!

Waar ze wel een beetje gelijk in hadden, was dat de auto niet zo best reed, maar dat wimpelde ik af met ‘het tunen moet nog beginnen’. Dat was ook zo en als eerste monteerde ik een lekker setje schuimbandjes. Die rode van Scaleauto en dat bleek een goede keus. Na wat gepruts aan alle schroefjes reed het ding als een trein. En wat dan zo mooi is: dat beetje overhangen in de bocht. Niet te veel, maar net zichtbaar! Prachtig, prachtig! Nu moet ik toegeven dat het nogal stom is om met vol ingeknepen controller naar je leuke autootje te kijken alsof er geen bochten bestaan. Het liep verkeerd af, maar de schade viel mee: afgebroken voortrein. Onherstelbaar beschadigd. Gelukkig botste ik tijdens een avondje Googlen op Shapeways. Over enige tijd rijdt de Alpine weer rond met een 3D-geprint chassis. En dan zijn we helemaal klaar voor de Classic Cup. “Het werd tijd, Hein!”, hoor ik in Swifterbant roepen!    

vrijdag 6 april 2018

Projectje

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Zit je net lekker te knutselen aan je NSR-karretje, roept je vrouw van beneden: “Hallo, moet ik mijn verjaardag in mijn eentje vieren of zie ik jou vandaag ook nog?” U herkent dit? Zuchtend laat u de boel de boel en schuift aan rond de salontafel waar oom Freek zich net in jouw stoel heeft genesteld en meteen aan je kop begint te zeuren over de basketbalwedstrijd die hij vannacht op Ziggo Sport heeft gezien. Hij imiteert Mart Smeets, knoeit met zijn taart en praat te hard. Dit wordt een hele lange avond!

Een paar dagen later kom je weer op zolder en mismoedig kijk je naar de enorme bende op de werktafel. Alles ligt door elkaar en het ziet er bepaald niet opwekkend uit. Je besluit tot een projectje. Met een paar halen veeg je alle onderdelen in een conservenblik Unox erwtensoep en zet dat in de kast. Voor later! Nadat het gereedschap weer een beetje is opgeruimd en de werktafel er weer wat ordentelijk uitziet, besluit je die onwillige Slot.It (Mazda 787b) te koppelen met je controller zodat je tijdens de clubavond in ieder geval een digitale krachtpatser in de kist hebt. Na wat heen en weer geflikker van de Ledjes, reageert de Mazda keurig op je draadloze haardroger van Slot.It. Goed gevoel!

Projectjes, iedereen heeft er wel een paar, ontstaan meestal als het gevoel niet zo goed is. Je tunet een lekker autootje van vooras tot achteras, je bouwt een leuk setje medium vering is, je vervangt de motor door een flat 6 RS, bekijkt met een loep hoe pinion en kroonwiel tegen elkaar draaien (Prachtig!) en ziet dan dat één van de achterwielen een fractie aanloopt. Damn! Je trekt er wat aan in de hoop dat het over is en dan gebeurt het! Een nokje van een achteraslager breekt af. Wel gotverdegotver! Om kort te gaan: hier is zojuist een projectje ontstaan.

In de loop der tijd heb ik zo een aardige serie projectjes opgebouwd. De meesten ontstonden doordat ik niet de juiste onderdelen bij de hand had. Simpel voorbeeld: je denkt wat te bereiken door de motormount te vervangen door een offset EVO-6 exemplaar. Natuurlijk gaat dat hele offset-gedoe nergens over (de motor 0,5 mm, 0,75 of zelfs 1 mm lager), maar je moet toch wat! Heb je dat ding erin geprutst, blijkt dat je geen passende tandwielen hebt om die gap van 0,75 op te vangen. Sodeju! Vlug op de tablet gekeken, en ja hoor, OUT of STOCK! Het zal niet waar wezen! Hele meuk kan zo in een blik erwtensoep van Unox. Klaar!

Ik was die walm van die erwtensoep wel een beetje zat en daarom begon ik na te denken over een betere oplossing. Dat viel nog niet mee, want voordat je het weet heb je het probleem nog een stuk groter gemaakt en moet je noodgedwongen een nieuwe dakkapel op je zolder zetten om je spullen nog kwijt te kunnen. Nu was het natuurlijk ook niet zo dat ik dag en nacht aan dit probleem dacht, maar het zoemde wel in het achterhoofd. Op zich is dat prettig, want er komt een dag dat je oog in oog staat met de oplossing. Bij mij gebeurde dat op een donderdagochtend.

Ik liep binnendoor naar kantoor en hoorde toen op onze zolder waar mijn zoon een complete work out fitness room heeft opgebouwd, een afgrijselijk gekrijs en geblaas van de katten. Die waren goed link op elkaar! Op het moment dat ik een enorme dreun vernam (er was er duidelijk eentje hangend aan de sporen vanaf grote hoogte naar beneden gelazerd), besloot ik te gaan kijken. Wat de twee gezusters geflikt hadden, weet ik niet, maar een vakjesdoosjes van Gamma was op de grond terecht gekomen. Hé! Dat is een mooie oplossing! Bij wijze van waarschuwing gooide ik een paar dumbells naar de katten die wijselijk het hazenpad zochten.

In mijn kantoor bekeek ik mijn vondst. Zeker een jaar of vier, vijf geleden gekocht en thuisgekomen afgekeurd als een onzinnige aankoop. De crux is namelijk dat de zijschotjes verplaatsbaar zijn, zodat je grotere of kleinere vakjes kunt maken. Koos ik voor de kleinere, dan paste er geen slotcar in, koos ik voor de grotere, dan knalde die auto voortdurend heen en weer. Maar nu speelde dat geen rol, want een belangrijk kenmerk van een projectje is dat de slotcar helemaal uit elkaar ligt. Ik paste de indeling zo aan dat ik precies negen projectjes kwijt kon. Die bleek ik ook te hebben, waaronder twee Moslers (onderdelen out of stock), een oude Porsche van Scalectrix, nog een Audi R18 zonder droparm (out of stock), een zelf gespoten Clio-kap van NSR, een Renault Alpine A310 met afgebroken voortrein en een Porsche Carrera waar ik zelf een offset AW-motormount in heb geknutseld maar waarvoor geen tandwielen meer bestaan. Maar dat kon me geen bal schelen, zo blij ben ik met mijn welgeordende en overzichtelijke projectjesbox. Ruimt alles op, ook je hoofd! 


vrijdag 30 maart 2018

Beurs



De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Als je dichtbij de grens met Duitsland woont zoals wij, dan ben je waarschijnlijk eerder geneigd een dagje uit te trekken voor een bezoek aan die enorme slotcarbeurs in Oberhausen, dan wanneer je in Zoetermeer woont. Of Purmerend. Kijk, wij draaien de motor richting de Autobahn in tien minuutjes lekker warm en dan gaat ook meteen voor dik 150 kilometer kaarsrecht asfalt het gas vol er op. Het is het mooiste stuk Autobahn dat Duitsland kent, maar je moet wel bereid zijn om een beetje mee te doen, want er wordt onwaarschijnlijk hard gereden. Ik herinner me dat ik op weg was naar Maastricht en dat ik (met 240 km per uur op cruise control) voorbij werd gereden alsof ik stil stond. Allemachtig nog-es-an-toe!

Wij doen dat maar af en toe, zo’n beurs want je moet behoorlijk uitkijken dat je niet wordt aangetast door het Börsevirus. Uiteindelijk komt het erop neer dat je thuis constateert dat je een hoop zooi hebt gekocht waarvan je dan denkt: Wat moet ik hier mee? Van de andere kant, als je voor honderd euro benzine wegsproeit op de Autobahn, dan is het natuurlijk redelijk stom om weer naar huis te kachelen zonder ook maar één leuk autootje te hebben gekocht. 

Zodoende vonden wij het behoorlijk grappig, Marcus Aurelius en ik, dat er bij ons om de hoek een modelautobeurs werd georganiseerd in het Valthermondse ‘Brughuus’, toegang gratis! Die naam Brughuus doet natuurlijk al het ergste vermoeden. Verschaald bier, tafels met namaak Perzische kleedjes met ranzige vlekken en een niet te missen interieurlucht die het midden houdt tussen put en riool. Waarschijnlijk hangt er in het toilet boven de wastafel ook nog zo’n gele dildobanaanzeep, die een kleiachtig aroma verspreidt die maakt dat je vrouw ’s avonds zegt “Zou jij je niet eens gaan douchen en vergeet daarbij je piemel niet!” Op de bar natuurlijk een blauwglazen pinda automaat die een handjevol uitkotst als je je muntje doordraait.

Zo’n café, waar gisteren nog de overbuurman ten grave werd gedragen en waar nu alle tafels tegen elkaar zijn gezet voor de modelauto’s vanaf 1917. Natuurlijk hoopten wij tegen de verkoper te botsen die ook nog een paar slotcars had meegebracht en die dus bereid was om ze voor een paar stuiver van de hand te doen. Omstreeks 11 uur was ik te TE en bij een gezellig bakkie steggelden wij nog even of wij met de Audi sportscar van Marcus zouden gaan, dan wel met mijn al warmgedraaide riant afgeveerde benzinelimousine. Zes minuten later stonden wij voor het Brughuus, waar het al een drukte van belang was. Er was duidelijk sprake van twee groepen. Met de pette op één oor herkenden wij de boeren die hun slag kwamen slaan bij de landbouwwerktuigen, bij voorkeur de groengele van John Deere. De andere groep op de sokken werd gevormd door de truckers die op zoek waren naar Daf, Scania of Volvo. Mercedes of MAN zijn hier niet zo in trek, laat staan de Magnum van Renault. Wij besloten dicht bij elkaar te blijven.

Een jaar of twee geleden waren wij zo ook in Houten. Die beurs wordt door de Scalectrix-jongens georganiseerd en ik moet zeggen dat het begrip ‘internationale allure’ wel degelijk opgeld deed. Veel Britse verkopers met een onverstaanbaar grappig accent, Duitsers en zelfs een Zweed met een hele leuke verzameling Avant Slot. De beurs zelf kon je in drie stukken hakken: een paar procent 24-klasse, 60 procent nieuw of bijna nieuwe moderne modellen en de rest antiek. Inclusief kapot. Dit alles uitgestald op oude cafétafels, zodat je bij een bezoek van drie uur toch minstens 02.50 uur krom voorover staat om de uitgestalde waar op ooghoogte te kunnen zien. Een ook veel toegepaste methode is het op de hurken voor de tafel zitten, maar daarmee is de kans om door de voort schuifelende massa omvergeduwd te worden wel heel erg groot. Terwijl ik ernstig stond te twijfelen over de aankoop van een prachtige wit met rode Citroën DS (YES!) van SCX (OH NO!!), kwam er een man in een rolstoel naast mij staan, die een beetje moest lachen om mijn knipmessenstudiestand. Heb ik geen last van, kraste hij olijk!

Zijn humeur deed een beetje denken aan het bijzonder praktische bordje dat ik ooit van mijn vader leende en nooit teruggaf: ‘Arts maakt visite’ of aan de krukken die mijn broer na een wintersportvakantie steevast in de auto liet liggen. Zowel liggend in de auto als hulpmiddel buiten de auto bleken zij meer waard dan het statiegeld. Ik zie m nog pinkelend de Heineken Music Hall ingaan, terwijl wij nog zeker anderhalf uur in de rij moesten staan. Zo erg was het in Valthermond gelukkig niet. Gewoon voor de deur parkeren en meteen doorlopen. Geen slotcar naar ‘t zin gevonden, maar wel heel goed begrepen dat er nog ontzettend veel modellen zijn die prachtige, leuke en goed rijdende slotcars op zouden kunnen leveren.

Wij kunnen eigenlijk alleen kiezen tussen Ferrari en Porsche, uit een paar Fordjes, een Mclaren en een Jaguar. Wat een treurige armoe! Dat was het enige dat ik kon bedenken toen ik daar in Valthermond rond schuifelde.  Uit nijd bijna een roestige Ford Taunus 12M gekocht!