zondag 2 augustus 2015

Zot of gek!




SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Redacties krijgen vaak telefoontjes van zotten. Of gekken. Die zien ze dan vliegen! Kom gauw, roepen zij dan, hier vliegt een UFO! Of ze zien Russische vliegtuigen boven Walcheren scheren! Dat laatste kan, want als ze in Volkel of op die andere luchtmachtbasis Leeuwarden weer eens lekker aan het toepen zijn,  vergeten ze soms in het vuur van het spel ons luchtruim te bewaken. In dat laatste geval heb je niet met een zot te maken, maar met een wakkere Nederlander. Met dit soort dingen moet je als redacteur allemaal rekening houden, want als je je vergist en de primeur gaat bijvoorbeeld naar het Brabants Dagblad, dan heb je de hoofdredacteur van de PZC wel wat uit te leggen.

Zo zat ik laatst een ontzettend saai verhaal te redigeren dat ook nog zo slecht geschreven was dat ik mijn toetsenbord maar alvast in de meest gemene rode kleur had gezet die maar denkbaar is. Wat een enorm zeikverhaal, was dat! Toen ging de telefoon: Allo? Allo? C’est Jean-Luc Thérier! Daarna een stortvloed van verontschuldigingen die mij de tijd gaf om vast te stellen: gek of stapelgek? Nu moet u weten dat Thérier een vermaard Frans rallyrijder was die in 1973 andere rallyrijders op een gruwelijke manier de oren waste in een Renault Alpine A310.

Ik dacht hij wil natuurlijk meedoen met de Grasbaanraces van Ter Apel of zoiets. Je ziet dat wel vaker; helden die afzakken naar het ultieme regionale niveau. Zo trad hier laatst in Roswinkel of all places, de wereldberoemde George Baker op. Toegang: 2 euro! Enfin, dat was het allemaal niet, het ging om mijn blog over mijn Autodroom Renault Alpine A310. Zijn auto zogezegd!  Samen met navigator Jacques Jaubert reed hij keer op keer naar goud.

Ik nam de gok en zei: “Qui est à l’appareil? Vous êtes Monsieur Thérier?” Zoals iedere Fransman was hij ontzettend blij dat ik een beetje Frans sprak, want omdat de Fransen zelf nauwelijks een woord over de grens spreken, gaan zij uit verlegenheid al gauw een beetje bot doen. Speciaal naar Nederlanders die behalve met een enorme zak aardappelen ook altijd met een karrevracht vooroordelen de grens oversteken om zich vervolgens gedurende twee of drie weken zo onbeschoft mogelijk te gedragen. Vooral op de péage in hun geliefde Opel Kadett.

Ik mocht Jean-Luc zeggen en ik bedacht me dat dit een heel lastig verhaal zou worden naar mijn hoofdredacteur. Hij belde om mij erop te attenderen dat zijn Gauloises-uitvoering van de Renault Alpine A310 geen acht koplampen had, maar tien, de mistlampen in de bumper niet meegerekend. Ik wist het en antwoordde dat al om de drommel niet was meegevallen om die acht ledjes er in te prutsen, laat staan om die twee losse units ook nog van licht te voorzien. Ja maar, wierp Jean-Luc tegen, dat was het nou juist: het waren vooral die twee lampen die zo’n geweldig licht gaven en dat die vondst van Renault nadien door alle andere merken werd gekopieerd, maar dat niemand had begrepen dat die lampen niet naar voren moesten schijnen maar naar de bermen. Compris?

D ‘accord Jean-Luc, allemaal goed en wel, maar een slotcar met 8 koplampjes is al te zot voor woorden, laat staan tien waarvan er ook nog twee de berm verlichten. Maar goed, ik zal kijken wat ik kan doen. Ik bel je als het geregeld is, maar ik had er een hard hoofd in want het was onder dat kapje al behoorlijk druk met allerlei elektronische componenten en ik had het idee dat er niet veel meer bij paste. Van de andere kant: Voor deelname aan een Classic Cup®, systeem Frank Slot, moet je er toch bergen lood in pompen om aan het gewenste treingewicht van 80 gram te komen, dus waarom dan niet nog een paar lampjes?

Merci, Henri, merci! Ik lees het wel in uw blog! Oh ja, nog een verzoekje van Jaubert: of U ook een extra verstelbaar kaartleeslampje zou kunnen monteren? Want navigeren in ’t duister: een helse klus!

Doei, Jean-Luc! Je bent gek!