zaterdag 29 april 2017

TiTaTovenaar



De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Toen ik echt nog de ballen verstand van slotcarracen had, dat wil zeggen van de techniek achter deze af en toe best aardige sport, kocht ik vlakbij de Duitse grens twee Carrera’s in de 24-uitvoering. Zoals gebruikelijk bij dit Autobahn-merk krijg je echt waar voor je geld want beide auto’s wegen een ton per stuk. Er zit van alles in, op en aan, waarvan je je af kunt vragen of dat belangrijk is. Evenwel, onze buren willen niet anders en die zien dan ook het liefste een slotcar als een volmaakte TiTaTovenaar-verkleining van de werkelijkheid.

Ik was niet verrast, want eerder kocht ik voor mijn Fleischmannbaan voor een paar stuivers twee F1-bolides (Williams en Red Bull - 1:32) van hetzelfde degelijke merk. Die bleken zelfs een schakelaartje te hebben voor achteruitrijden, pardon, de baan andersom nemen. De magneten in deze beide bolides waren zo krachtig dat je de auto moeilijk op de baan kon zetten: ze klikken gewoon al vanaf enige hoogte in het slot!

Na een uurtje sleutelen waren beide rollators er een stuk beter aan toe, maar het bleven lachwekkende vertoningen ten opzichte van de racers van Hornby. Enfin, leuk voor de kinderen. Mij was de ervaring meer waard. En bij de twee 24-ers kwam die goed van pas. Eerst alle elektronica van Siemens en Blaupunkt eruit gesloopt en daarna iets verzonnen om de motor zonder die techniek weer aan de praat te krijgen. Vervolgens de boel een beetje recht afgesteld en vooral veel overbodig interieur weggegooid. Inclusief het canvasrolletje met gereedschap voor het reservewiel. 

Daarna was er nog een heikel puntje, want de beide Bisons komen pas tot leven bij 18 Volt en onze club doet het met 12 (was ooit 14). Vol gas rijdend moeiteloos met staar te volgen natuurlijk, maar nauwelijks enig remmend vermogen. Na een paar avonden gesukkel, het knoopje doorgehakt. De Ferrari 575 GTC Giesse kreeg een Plafit-onderstel op banden van Scaleauto en de Aston Martin DBR9 Gulf een vergelijkbaar Scaleauto-chassis dat net voldoende opgerekt kon worden om de banden passend in de wielkasten te krijgen.

Met zoiets beland je in een volkomen nieuwe wereld. De cracks vertellen je onmiddellijk dat je nieuwe chassis helemaal krom is en dus helemaal opnieuw gemonteerd moet worden om alles precies recht en haaks op elkaar af te kunnen stellen. Hetgeen inderdaad waar is. Vanwege dit slordige feit ben je wel een paar clubavondjes verder voordat je body en onderstel kunt samenvoegen, er vanuit gaande dat je al eerder zo slim was irgendwo passende banden te bestellen, want als we het dan toch over een afgrijselijke ramp hebben, dan zijn het die banden wel. Je voelt je toch een beetje als Alonso die in zijn schuurtje naar het reservewiel van de caravan zoekt om die zondag nog een wedstrijdje te kunnen rijden. Eerlijk gezegd heb ik toen wel een paar keer een andere sport overwogen!

Nog erger dan de niet-verkrijgbaarheid van banden is de voorraad Moosgummi in Holland. Niet dus! Wij hebben ons suf gepiekerd over een goede vertaling, want die is van groot belang om überhaupt te kunnen informeren. Schuimrubber, maar dan anders. Open polyvinyl is het ook niet. Maar wat dan wel? Het is stevig, buigzaam, sterk en het laat zich uitstekend verlijmen zonder op te lossen. Zonder Moosgummi geen kap op het chassis. Een uiterst precies karweitje met twee componentenlijm dat, mits goed voorbereid, tot een geweldig huwelijk leidt. Omdat de open tijd van de lijm zeer beperkt is, heb je maar weinig tijd voor correcties. En er is maar één stand goed! Ik heb een paar keer droog geoefend om te weten hoe ik de beide delen het beste kon samenvoegen, zonder alles onder de lijm te smeren en de meeste kans te hebben op een goed resultaat. Belangrijk is dat de bodemplaat van het chassis precies gelijk valt met de onderkant van de body. Overal!


Gelijktijdig moet je met vier ogen de banden in de gaten houden, want die moeten precies op de juiste plek in de wielkasten komen zodat later de speling van het chassis in bochten niet tot afgrijselijke schuurpartijen leidt. Al dat opgehoopte slijpsel achter de banden ziet er misschien wel cool uit, maar is niks anders dan bewijs van gekluns. Ja, het klinkt hard, maar het is wel de waarheid. Uithuilen en opnieuw beginnen! Of een andere sport kiezen. Met die Aston ben ik nog niet klaar, maar die Ferrari loopt inmiddels werkelijk als een zonnetje. De verlichting brandt en de balans nadert zijn optimum. Dat maakt het dan toch wel weer erg mooi, dat verdomde slotcarracengedoe!

vrijdag 21 april 2017

Rammelaar



De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Het blijft een aardig verhaal: Een man is zo wanhopig over een rammeltje in zijn auto dat hij zich in de kofferbak laat opsluiten, waarna hij zijn vrouw beveelt hem over alle slechte wegen te stuiteren die er rond hun huis maar te vinden zijn. Als hij het rammeltje bijna heeft gelokaliseerd, roept hij zijn vrouw toe te gaan slingeren. Dat zien een paar agenten die de vrouw prompt staande houden. 

De man, die dat natuurlijk niet kan zien, schreeuwt woedend dat ze door moet rijden. Enfin, het ritje eindigt op het bureau met een fikse boete. Moraal van het verhaal, mannen houden niet van rammeltjes (vrouwen misschien ook niet, maar die laten zich meestal om die reden niet opsluiten in de kofferbak) en alles in de auto moet muurvast zitten. Kwartslag voor dol!

Hoe anders is dat bij slotracers. Ik heb er zelf verschrikkelijk aan moeten wennen. Je draait de metrische schroeven van je karretje vast en vanaf dat punt weer minstens anderhalve slag los. Want de kap bijvoorbeeld moet kunnen bewegen ten opzichte van het chassis. Lees: Flink rammelen! Zo ook de motorsteun. Die moet ook al los-vast aan het chassis worden gemonteerd zodat ook tussen deze twee onderdelen de rammel gegarandeerd is. Soms zie je dus iets merkwaardigs. De coureur pakt zijn autootje op en dan lijkt het net op het chassis met de wielen nog even blijft staan. Zoveel speling dus!

Nu kun je die schroeven met een normale schroevendraaier, recht of Philips, vastzetten maar je kunt er natuurlijk ook een momentsleutel voor gebruiken. Die zijn er al voor de grubs. In eerste instantie dacht ik dat de zotheid nu helemaal toegeslagen had, maar bij nader inzien adviseer ik iedere slotcarracer om zo’n krachtinstelbare grubmoordenaar te kopen, want als er één schroefje is dat zich heidens kan aanstellen, dan is het die grub wel. Wat een klere dingen! En ieder merk natuurlijk weer zijn eigen maat, zodat je gedwongen bent het hele alfabet te kopen in zowel inch als metrische uitvoering. Nu ik erover nadenk, dit is inderdaad wel de meest zwarte kant van het slotracen, die rottige grubschroefjes! Vreselijk!

Hoe het ook zij, de rammelarij van de slotcar heeft wel een functie. Nu berijd ik meteen mijn stokpaardje: het rammelvrij maken van de grootste rammelbak ooit: de Ninco-slotcar!  Omdat de echte techniek van het slotcarracen, namelijk een chassis met een apart los te nemen subchassis voor de aandrijving (motormount, motor en tandwielconstructie) nog nauwelijks is doorgedrongen tot deze fabrikant van veel te duur kinderspeelgoed, moeten we zelf aan de slag om er nog wat van te maken. Juist omdat de hele zooi onder de body één geheel vormt, kan een Ninco dus nooit mee komen met de echte auto’s. Stuitert als een bronstige eland van de baan.  Daarom is het des te leuker die kleine monstertjes onder handen te nemen. Het lijkt wel een contradictio in terminis, want je moet dus enerzijds de Ninco-rammel wegnemen en anderzijds de boel zo los op elkaar stapelen dat het ten opzichte van elkaar flink kan bewegen zonder dat er sprake is van gerammel!

Het meest eenvoudige is de kap losschroeven en de rest weggooien. Nu kunt u met de kap in de hand naar Putten afreizen om daar een leuk chassis van NSR of Slot.It te scoren en de daarbij behorende motormount. Beide merken hebben zo hun eigen opvattingen over vering en ik kan zeggen dat ze allebei uitstekend werken met wel de aantekening dat die drie veertjes van NSR wel van platina moeten zijn als we de prijs in ogenschouw nemen. Bij Slot.It ben je voor iets meer dan vier euro het heertje. Thuisgekomen verzint u een list om chassis en kap los-vast te verbinden. Dat zal nog niet meevallen, maar een beetje doorzetter krijgt het voor elkaar. Wees overigens wel kritisch en laat je door Klaas niet zomaar een setje tandwielen aansmeren volgens de opvatting ‘Alles is beter dan Ninco!’. Maak een doelbewuste keuze!


Als de bolide dan gereed is, komt de proef op de som. Alles beweegt, maar rammelt niet. Zet voordat u de baan op gaat de bouten en moeren vast met een momentgrubsteeksleutel zodat de spanning rondom precies gelijk is. Een chassis trek je sneller krom dan je denkt. Slijp vervolgens de banden zuiver rond en schuur de hoek tussen het loopvlak en de buitenste wangen ietsje af. Stel de spiegels af, zet de ruitenwisser recht naar achter en fluiten maar. Een nieuw leven voor uw oude rammelaar. Mooi toch?