vrijdag 15 juni 2018

Club

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife, een zessporen Carrerabaan in de nieuwe vleugel van hun clubhuis. Of op hun razendsnelle houten 4-sporenbaan in de aanpalende hoofdvestiging.

Met onze krap dertien leden, de niet-betalende kinderschare van Markus en Tineke niet meegerekend, stellen wij natuurlijk niet zoveel voor in slotcarracebaanland. Wij stellen ons terecht zeer bescheiden op tegenover andere clubs die op allerlei fronten op veel meer ervaring kunnen bogen. Zo weet ik nog dat Klaas Bos in 2013 tegen Markus zei: ‘Als de 24-ers binnen komen, krijg je heibel in de tent.’ Wij waren toen met zijn tweetjes en om het toch nog een beetje interessant te maken reden wij allebei met twee auto’s tegelijk op onze viersporenbaan ‘Amazingslotcarracing’, maar we hadden nog nooit bedacht dat we ieder één van die auto’s zouden kunnen vervangen door een olifant, want zo groot waren 24-ers in onze ogen wel.

Onze wedstrijden waren dus eenvoudig, zoals wij dat gewend waren. Markus reed met zijn Slot.It-Lotus met Zwitserse vlag in baan 3 en met zijn zwarte Mosler in baan één. Ik reed dan bijvoorbeeld met een groene Renault Megane op sillys op baan 2 en met een Audi R8 LMP op NSR supersofts op baan vier. Ondertussen stonden we gewoonweg wat te filosoferen over de kwestie meer of minder lood, voor de as, in het midden of juist een klein brokje onder de achteras, voor meer grip. Om de ruzie-kwestie van Klaas moesten wij lachen.

Of die keer dat wij in Leeuwarden waren en daar volledig werden ingelicht over wat die club meegemaakt heeft, nadat iemand een opmerking had gemaakt over de oploskoffie en de melkcupjes. Echt waar, want die bleken dus niet van Friesche Vlag te zijn! En dat werd toen wel een puntje. Van de weeromstuit begon toen een ander wat te zeiken over de kantkoek, een echte Friesche lekkernij die vooral langs de waterkant aan watersporters wordt verkocht omdat je er ontzettend kiespijn van kunt krijgen. Ik zag Markus noteren: Geen kantkoek! Sindsdien is Leeuwarden geen club, maar men heeft wel een bestuur als een soort adviserend lichaam. Als de leden dat willen kan dat bestuur iedere vergadering worden afgezet of gedwongen worden op te stappen, waarna het automatisch pauze is. Daarna wordt het bestuur herkozen, waarna de vergadering automatisch afgelopen is, zodat iedereen kan aanschuiven aan de bar.

Dergelijke adviezen en tips gaan er bij ons in als Gods Woord in een ouderling. Prachtig gewoon. Tom Peters bijvoorbeeld, die min of meer moet leven van de slotcarracerij, gooit pas omstreeks half tien ’s avonds de stroom op de baan. Eerst verplicht met zijn allen gezellig koffiedrinken, vulkoeken, broodje hamburger, croquettes mosterd en veel tostis want daar krijg je zo lekkere gruwelijke dorst van. Daarna gaat iedereen lekker het autootje poetsen, biertje bij, en dan pas een beetje de baan verkennen. Hij zei het niet letterlijk, maar wij begrepen wel dat dit de juiste tactiek is wil je nog een beetje omzet draaien in deze achterlijke sport!

Andere veel voorkomende tips die ik hier niet allemaal zal boekstaven, zijn ook te vinden in het boek van JeeWee van Capelleveen, die in dat boek vooral betoogt dat de rode draad gezelligheid is. Hij breekt echt een lans voor de parasitaire vorm van slotcarracen, namelijk met een paar leuke vrinden de baan van een willekeurig slachtoffer met een interessante baan in de kelder, gaan bewonderen. Hoe enthousiaster, hoe rijker het onthaal. Sharp thinking!

Nu wij met dertien leden zijn (het eind is nog niet in zicht), vragen wij ons af wat wij met die tactieken moeten. Wij hebben namelijk een club van goedlachse en humoristische mannen die er een sport van maken hun autootjes en vooral zichzelf flink te bagatelliseren. Bij ons is bijvoorbeeld de belangrijkste vraag ‘Is er nog koffie?’ De kans dat iemand een discussie begint over de wenselijkheid van oploskoffie, lijkt mij minimaal. Zo ook melkcupjes. Ik weet niet eens of wij die hebben op onze koffietafel, want het enige dat ik hoor is: ‘Mag ik even de melk?’ Maar dat zal wel typsch Drents zijn om dat gewoon te vragen.

Daarmee zou je denken dat al die goed bedoelde raadgevingen boter aan de galg zijn, maar dat valt te betwijfelen. De Nordschleife was nauwelijks een uurtje in gebruik of er kwamen steeds meer 24-ers de baan op. Fokko reed voorop met een of andere peperdure slettenbak. En zo godsongenadig hard rondslierend, dat de één na de andere 32-er vertrok. Dit was het dus! De koningsklasse is gearriveerd: de dag die je wist dat zou komen!  

zaterdag 9 juni 2018

Ruimte

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op de Nordschleife van Carrera, een zessporenbaan in hun nieuwe honk.


Toen wij ter club spraken over een tweede racebaan, rekende Markus Goetz, onze ceo, vlug uit hoe groot die baan kon zijn. Hij postte op ons clubforum vlug een schetsje van de beschikbare ruimte, minus bar, minus sleuteltafels, minus zitruimte voor publiek, minus verkeerstoren voor de wedstrijdleiding. Al snel vlogen de tekeningen van de meest fantastische ontwerpen ons om de oren. En hoewel wij allemaal vrienden zijn, was de kritiek op andermans ontwerp vaak niet mals. ‘Alleen met een acht los je het probleem van het verschil in tracklengte op sukkel!’, was een rake! Meteen kwamen er nieuwe ontwerpen met bridges, fly-overs, viaducten, tunnels en andere adembenemende oplossingen, waarbij steeds één ding opviel.

Ooit was er ruimte, maar als de baan werd ingetekend was die voorgoed verdwenen. Tijdens een clubavond, we zaten nog lekker met koffie met koek wat te keuvelen, poneerde ik de stelling dat alle clubhonken van slotcarraceclubs altijd te klein zijn, omdat de baan altijd groter is dan wenselijk. En dan houd je dus geen ruimte meer over. Voor jezelf! Het kan werkelijk niet bommen waar je bent, maar altijd moet je achter de billen van je maat langs, om ergens anders te komen. Is het dan niet verstandig om de baan iets kleiner te maken? Is het verschil tussen 32 en 36 meter dan werkelijk zo groot dat je in het eerste geval denkt: ‘Kleuterbaantje!’

Welnee! Iedereen moest wel even schakelen. Wat zeiden ze nou? Een kortere baan? Maken jullie gekheid? Nee, maar het andere standpunt moest wel even bezinken. Nu hadden de clubleden ook weinig keus, want de directie had in alle vriendschap met Tom Peters gesproken die dat hele clubgedoe met één klap van tafel veegde. ‘Welnee, daar schiet je niks mee op! Inspraak prima, maar je moet doen wat jij vindt!’ Met de koopovereenkomst voor de Nordschleife op zak, viel het besluit de tekeningen natuurlijk met veel duimpjes te blijven bewonderen, maar die verder te laten voor wat ze waard waren. Minder dan niks, maar erg bedankt jongens voor het meedenken.

Toen uiteindelijk de baan na een lange zaterdag hard werken in brokstukken in ons clubhonk lag, was het behoorlijk lastig je voor te stellen hoe die baan er opgebouwd uit zou zien. Ik werd er niet echt penuwachtig van, maar ik voelde wel een beetje druk. Want één, ik was met die baan op de proppen gekomen, en twee, ik had iets te berde gebracht over ruimte die er was en later niet meer. Ai, ai Teun, dit werd wel een beetje spannend!

Waar ik niet echt rekening mee had gehouden dat de heer Goetz jr. (zijn vader is 103) zondagochtend om half vijf de echtelijke sponde verliet om de boel in elkaar te zetten. In principe onmogelijk voor één man, maar als een vent wat in de kop heeft, heeft hij het niet in de kont. Het moest en het zou. Pech voor mij, want wij waren het niet eens. In mijn ruimtelijke optiek moesten de coureurs aan de raamzijde staan en niet met de rug tegen de tegenoverliggende muur. Vertaald: de opvatting van Marcus Aurelius scheelde 180 graden met die van mij. Dit was netelig, want natuurlijk hoorde ik enthousiast te zijn over het resultaat, maar dat was ik niet. Maar goed, de baas is de baas en aan inspraak doen wij niet.

Een week later. Ik was benieuwd hoe Markus met behulp van dommekrachten, een hydraulische autokrik en nieuw gezaagde poten (Snotverdorie Tom, de helft van de poten is zoek!) de baan op orde had gekregen. Je moet je dus voorstellen dat juist de zwaarste baandelen door het ontbreken van voldoende poten compleet waren gaan doorhangen en zelfs als gevolg van die zwaartekracht zichtbaar getordeerd! Echt waar! Nu begrepen wij ook waarom die verschillende delen met centimeters plamuur aan elkaar waren geklonken. Omdat het gewoon niet passend te krijgen was, moesten de nieuwe poten er onderuit, om vervolgens deel na deel met die hydraulische krik terug te persen in de gewenste stand. En pas dan een nieuw poot eronder. Fixeren die handel!

Goed gezien van Markus. Maar hij ging nog een stapje verder. Zijn schoonzoon, een beroemde chefkok, zo mager als een sliert spaghetti, werd uit bed getrommeld om te helpen de hele boel te draaien. Wat hij zonder mopperen deed. Toen ik dus binnenstapte stond de baan precies zoals ik me dat had voorgesteld. De coureurs staan met hun rug naar het daglicht en er is rondom voldoende ruimte voor baancommissarissen en belangstellend publiek. Het bewijs is geleverd: als de baan in de ruimte past, wil dat nog niet zeggen dat er voldoende ruimte is.