vrijdag 24 maart 2017

Toeval


De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

In de wedstrijd leer je spelenderwijs (huh?) dat winnen uiteindelijk niet om snelheid draait. Je moet natuurlijk wel een beetje opschieten nadat de lichten zijn uitgegaan, maar ‘haastige spoed, is zelden goed!’, doet hier zeker opgeld. Daarom is het wel grappig allerlei dappere tuningsverhalen door te spitten op de vraag wat de auteur cq bedenker van al dat slims nu eigenlijk wil bereiken. Het antwoord is: snelheid. 

De weg daarnaartoe is hobbelig en vraagt om ontzettend veel doorzettingsvermogen. Bijvoorbeeld het polijsten van die verschrikkelijke bushings met behulp van secondenlijm en tandpasta (Zie YouTube) of het egaliseren & polijsten van plestic velgen en chassis, waar op de gekste plekken nog fabricagebobbeltjes opzitten die uw bolide degraderen tot een niet vooruit te branden, maar wel springende geit. Met een scherp mesje, een Dremel en een stukje schuurpapier kun je zo een avond helemaal weg knutselen. De winst? Ik schat die uiteindelijk op minder dan 0,01 procent.

Ooit kocht ik de snelheidsmeter van Tamiya. Een grappig instrument dat na inschakeling en na een tiental seconden op een klein display de snelheid van het voertuig op de rollenbank weergeeft. Of die correct is, weet ik natuurlijk ook niet, maar je kunt wel voor en na tunen zien wat je hebt bereikt. Of niet! Mijn Moslers rijden volgens Tamiya zeker 48 km/u en er is zelfs eentje bij die vlot doorkachelt naar 52 km/u, waarbij eenmaal op temperatuur en na wat flink rondrazen op mijn Fleischmannbaan die snelheid nog eens met twee kilometer stijgt. Doet een beetje denken aan mijn auto die in Bottrop de sporen krijgt en dan 150 km verderop bij de afslag Stadskanaal inderdaad 248 km/u rijdt. Een aanloop die je een beetje kunt vergelijken met het lange rechte eind van de Carrerabaan van SRC Eindhoven en daar zijn er maar heel weinig van. Kortom, testen met koude motor en je krijgt een idee van wat je autootje vermag.

Sinds wij van Amazingslotcarracing te TE fanatiek wedstrijden rijden, weten wij als geen ander dat de-slotten funest is, als je aspiraties hebt om op het schavot te geraken en dat betrouwbaarheid in alle opzichten je het verst brengt. Bij mij duurde het even voordat het kwartje viel, want in de jaren vóór het wedstrijdvirus was alles erop gericht nog sneller te gaan dan de clubavond daarvoor. Smeren, slijpen, polijsten, gefrunnik met tandwielen, nagellak op de voorbanden of nog liever: helemaal geen voorbanden, en gewichtsvermindering waar maar mogelijk. Vloog je er dan een keer met een fraaie bocht uit, dan was dat lachen, met name omdat je blijk gaf van de drift om tot het gaatje te gaan. Goed zo!

Waardeloze tactiek! Ik heb iets beter bedacht. Uitgaande van een Mosler, koop je er nog een standaard chassis bij, motormount naar smaak en een standaard setje assen, lagers en banden. Bezuinig niet op de schoen: koop de geleider die qua diepte maximaal bij de baan past. Plak juist achter en een beetje onder de vooras een flink stuk lood. Akkoord, wat experimenteren is op zijn plaats, maar doe vooral niet te zuinig. Is er nu een wedstrijd, schroef dan dit chassis onder de kap. Wil je lekker rauschen met je vrinden en een beetje indruk maken op de wijven, pak dan die andere!

Simpel en succes verzekerd!  Je kunt het geluk verder nog een handje helpen door de afstelling van je controller. Bij de ene gaat dat beter dan bij de andere, maar kies ergens een stand tussen progressief-dynamisch en conservatief-parlementair. Kort door de bocht ergens tussen linksom en rechtsom. Sinds ik mijn controller wat meer in de ouwelullenstand heb gezet, verlopen de wedstrijden een stuk slechter voor mijn maten. Gewoon festina lente, haast je langzaam.


Een andere methode om een wedstrijd te winnen of de snelste auto te bouwen van de club, is de kwestie van geluk. Je rommelt wat in de oude onderdelen, en na enig volhardend geknutsel staat er een bijna nieuwe auto dan wel een mooi gereviseerd exemplaar. Zet die eens op de Tamiya en als je dan dat geluk hebt, staat er ineens een kei snel autootje op de rollenbank te bonken. Is mij meerdere malen overkomen. Mijn BMW Mclaren F1 GTR, dus een volslagen doorsnee slotcar waarmee je zelfs een boswandeling kunt gaan maken, rijdt best aardig als je de kinderen thuislaat. Maar mijn vrouw raakt er niet opgewonden van! Omdat ik niks beter te doen had, prutste ik maar es wat. Nieuwe bushings, andere motor, nieuw EVO 6 motormount met bijpassende tandwieltjes, nieuwe assen, lichtmetalen velgen met schuimbanden van ScaleAuto, lichtsetje van Slot.It, zerogrips vóór van NSR en maar meteen een nieuw setje spiegels. Rijden als een kogel. Maar waarom? Geen idee. Toeval waarschijnlijk. 

zaterdag 18 maart 2017

Natuurgetrouw


De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Op Homeracingworld dotkom schrijft een of andere Harry een review over de Ninco Lamborghini Murciélago R-GTs van Ninco. Het model is volgens hem een natuurgetrouwe kopie van de Lambo die werd gereden door het team Krohn/Barbour in de American Le Mans Series (ALMS). De bolide werd in opdracht door de Duitser Reiter en Audi Sport ontwikkeld uit de gewone straatversie. Zeg maar die Lambo, die nogal moeite met verkeersdrempels heeft. Harry: “Prachtig, fantastisch, geweldig, zeer fraai, enorme wegligging, razendsnel out of the box, toptuning in minder dan een half uur, want subliem.”

Ik ben een andere mening toegedaan. Wat een waardeloze bak! Ik had dat kreng al een tijdje bij wijze van projectje, maar op de club durfde ik er eigenlijk niet meer mee te testen, zeker niet als Johnny Be Good in de buurt was. Zijn humeur daalt gegarandeerd binnen een halve ronde ver onder nul. Die man haat Ninco! Ik ook, maar om den brode en dat is een alternatief feit. Enfin, een clubavond verzieken wil ik niet op mijn geweten hebben.

De details hebben Ninco beroemd gemaakt. De Lambo heeft zelfs een sticker op het dashboard met de beeltenis van de klokken en klokjes en de middenconsole is voorzien van een kleurig knoppenpaneel. Toe maar! Jammer dat andere details wat minder goed uit de verf komen. Zoals een chassis dat een beetje sluitend op de kap past. Of die enorme hoeveelheid plastic voor het interieur. Ramen, kleppen, stoelen en veiligheidskooi: alles resoneert. Die veiligheidskooi gaat zelfs harder te keer dan de bezem van de boze onderbuurvrouw tegen het plafond. Weggooien dus. Dat is trouwens toch een goed advies bij Ninco: vooral veel weggooien!

Harry is onder de indruk van de Speeder NC-5. Gooi weg, dat kinderspul! Vervang hem liever door een Exceeder van 26.000 RPM en plak ‘m dan nog maar eens vol lood, zoals Harry deed. Tandwielen? Weggooien en vervangen door een setje NSR-anglewinder, gemaakt voor Ninco! Het interieur zelf kun je beste eerst helemaal uitbreken en daarna opnieuw vastlijmen met vulcaniserende plastic lijm, zodat het één geheel vormt met de body. Steek alles weg wat overbodig is. Let vooral op de zijraampjes die je dankzij slechte montage weliswaar heel realistisch kunt openklappen, maar die rammelen als de carrosserie van een versleten stofzuiger. Flinke dotten lijm zijn ook hier welkom.

Gooi de geleideschoen ook weg. Behalve slecht gemodelleerd, past hij ook rampzalig slecht in het gat. De boel wrikt, klemt en tordeert; hopeloze zaak. Monteer een schoen van ScaleAuto en neem er dan eentje met een schroefje. Weer een rammel opgelost. Over de banden kun je veel zeggen, maar de vooras moet opgetild worden. Die bungelt af fabriek zo raar in het chassis dat de eerste beste APK al fataal zou zijn. Wrik er een stuk stryropor onder en lak de banden af met nagellak. Blank natuurlijk of roze als je homo bent. De achterbanden zijn ook helemaal niks, maar gegoten aluvelgen is wel het minste. Zelf monteerde ik schuimbanden van ScaleAuto (Procomp 3) en dat scheelt meteen honderd procent. Het schuim compenseert ook de uiterst belabberde vering van het Italiaanse monster die eigenlijk alleen maar verbeterd kan worden door de drie schroefjes van de motormount wat losser te draaien.

Nadat ik dit allemaal met ijzeren doorzettingsvermogen had gedaan, kwamen in mijn tuningscentre chassis en body weer bij elkaar. Het was me al opgevallen dat het chassis aan de achterzijde niet sloot en zelfs wiebelde. De dikke dubbele uitlaat bleek de boosdoener. Door in het chassis een uitsparing te zagen paste het al beter, maar nog niet zoals ik wenste. Het bleek dat ook het buisje waar het montageschroefje in moet, te lang was. Door daar zeker 4 mm af te slijpen, kreeg ik de kap op zijn plaats. Bijkomend voordeel is dat de uitlaat nu onderdeel van het chassis lijkt te zijn. Let ook op het buisje op het chassis waar dat schroefje door moet: dat heeft een rare rand die je beter weg kunt halen. Het past allemaal voor geen meter, maar met de Dremel gaat beter.

Slotcarracen is leuk, een beetje prutsen ook. Met de aankoop van een Ninco leg je voor jezelf de lat erg hoog. Ik mag dat wel. Daarom is het jammer dat de tent failliet is gegaan, hoewel ik het kan billijken. Mijn Lambo 6 liter, twaalf cilinder rijdt nu als een zonnetje. Eigenlijk heb ik hetzelfde gedaan als Reiter en Audi: de straatversie omgebouwd naar een racemonster. Best cool eigenlijk, heel natuurgetrouw!