vrijdag 16 februari 2018

Kano

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.



Ik heb een wat oudere vriend (Dat klinkt ook raar!) die nogal fanatiek is met roeien. Niet zo’n oude stalen sloep, maar van die schepies die je bijvoorbeeld bij The Head of The River ziet, de klassieke roeiwedstrijd van Ouderkerk a/d Amstel naar Amsterdam. En hiermee verklap ik een nieuwtje want wellicht is dit jaar (17 en 18 maart) de finish voor het eerst in Amsterdam! Kijk es aan! Hoe dan ook, die oudere vriend van mij vindt dat geroei erg leuk en op een dag, toen ik eens attent naar zijn hobby wilde informeren, versprak ik mij door te zeggen: “Hoe is het met de kano?”



Om de dodelijke kracht van deze ontzettend stomme opmerking weer te geven, moet u zich even afvragen wat er door u heen zou gaan als iemand bij u informeert of de treintjes nog wel netjes langs het perronnetje willen blijven staan, terwijl u overtuigd slotcarracer bent. Dan is zo’n vraag niet fijn! Treinen is van een heel andere orde van grootte dan slotcars. Ik hoef dit niet toe te lichten en volsta met een simpele verwijzing naar het programma ‘Rail Away’ van de EO. Drie tot vier keer per week zo’n suf treintje op primetime! Kan niet missen dus!


Enige tijd geleden kwam mijn vrouw, die denkt dat ik alles kan, triomfantelijk met een grote doos binnen die zij met een bijzonder tevreden glimlach op tafel zette. Ik had direct gealarmeerd moet zijn door haar opmerking ‘Daar zeg ik zo meteen iets meer over!’, maar gek genoeg bleef ik gewoon met onze kinderen kletsen over koetjes en kalfjes, hetgeen een scherpe vertaling is van een hoop gezeik over hun eigen elektrische sportwagen voor de Shell Eco Marathon op Ubbo Emmius in Staka. Toen wij dat min of meer afgerond hadden, kwam zij inderdaad terug om de inhoud te onthullen.

Het bleek een trein! Rail toch gauw away!, wat moet ik daar mee? Repareren, sprak zij fijntjes, want hij doet het niet. Ik wist meteen dat zij dus elders de keiharde toezegging had gedaan dat die hoop roest weer rijdend retourtje zou komen en dus zuchtte ik diep. Liefde is soms een beproeving.

Een paar dagen later (er was niemand thuis) gooide ik die hele doos ondersteboven op het laminaat in de kinderkamer (!) en begon met de moed der wanhoop die rails aan elkaar te plakken. Uiteindelijk werd het een soort ovaal met twee wissels die toegang gaven tot een soort extra halve omloop. Op dat zijspoor voor simpele zielen kun je dus bijvoorbeeld een deeltje van de trein achterlaten.

Ik zag veel roest en veel rammelende contacten onderling. De locomotief kraakte, maar knapte zienderogen op toen ik er een halve bus WD40 in leeg had gespoten. Met een blokje van Fleischmann -für Gleis- kraste ik de oxidatie zo goed mogelijk weg, wat toch nog een heidens karwei was. Niet lang daarna reed het treintje vrolijk in het rond. Eén van de wissels bleek definitief kapot, gelet op de hoeveelheid veertjes en afgebroken onderdelen in de doos. Maar dat mocht de pret niet drukken. Door rond te tuffen op halfgas leek het sprekend op Rail Away en het zou me eigenlijk niks verbazen als die depressieve kijkers van de EO in feite naar een modelspoorbaan zitten te kijken waar ze een wisselend decor achter houden.

Na tien of elf rondjes testen begon ik een beetje duizelig te worden en ik besloot uit mijn slotcarlab een chronometer te halen zodat ik eens een rondetijd kon klokken. Met een gehalveerde trein, want ik wist van mijn vriend HJ te MM dat lange treinen in bochten snel ontsporen, wat ook alweer zo’n dom dingetje is. Nee, dan Alphons P.! Die bewees dat een caravan achter een slotcar de wegligging van de laatste opmerkelijk verbetert. Bij treinen doen wagons dat kennelijk niet, zodat je terecht echt grote vraagtekens achter deze uitvinding mag zetten.

Hoe dan ook, ik zette de locomotief met kolentender en twee rijtuigen van Wagon Lits op de baan en bepaalde het start-finish punt. Eerst met rijdende start. Ik liet die hoeveelheid schroot goed op gang komen en drukte op het juiste moment de knop in. Na exact 7,2 seconden denderde de boel over de finish. Niet echt indrukwekkend als je bedenkt dat een beetje slotcar 48 meter in die tijd af kan leggen (staande start - kwalificatietijd).

Tegen de tijd dat mijn vrouw thuiskwam, had ik de hele zooi weer in de doos opgeborgen en het bleek nog verrekte lastig te zijn om die wagons weer op de juiste manier in het piepschuim te persen zodat het er ook nog een beetje uitzag. Het werkt weer, zei ik ongeïnteresseerd. “Fijn schat, ik had al gezegd dat je het wel voor elkaar zou boksen. Ik zei: Hein maakt die trein weer piekfijn!”

Het was toen dat ik een enorme hekel aan mijn voornaam kreeg. Dan nog liever Jan!

zaterdag 10 februari 2018

Super toch?

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.


Dat het hier is dichtgeplakt met kranten weet u nu onderhand wel. Dat dit de meest achterlijke streek van Nederland is, wist u ook. Dat een binnensmonds gemompeld ‘ja’ of ‘nee’ hier zelfs op de middelbare scholen doorgaat voor een verbazingwekkende volzin, had u zelf ook al bedacht. Maar dat hier in het buitengebied de komende maanden glasvezel voor supersnel internet wordt aangelegd, dat wist u niet. Nu wel en u bent op slag van zessen stik jaloers!

De wet van de remmende voorsprong heeft Muska bereikt en dankzij heel veel geld van Europa, de Provincie, de Centrale overheid en de dapperheid van vijftig procent van de bewoners (eis om tot aanleg over te gaan) krijgen wij glasvezel tot in de meterkast. Wat betekent dit voor Circuit Deux Chevaux, u weet wel dat leuke analoog-digitale slotcarracebaantje in de voormalige paardenstal van die twee mooie zwarte Friezen? Dit: wij kunnen meerdere camera’s boven de baan hangen en die beelden rechtstreeks topspeed wereldkundig maken. The sky is the limit en wij kunnen dus per milliseconde tering veel gigabits streamen. Wie had dat gedacht: in het achterlijke Musselkanaal wordt de toon gezet voor ultramodern slotracen.

Dat betekent concreet dat mijn vriend John Kovalevski in Boston, USA, niet alleen onze wedstrijden kan volgen, maar straks ook kan inloggen met zijn aan zijn pc gekoppelde controller om hiero in Muska een wedstrijdje te rijden. Vanuit Boston USA dus! Ik zelf zit inmiddels in een klein team (denktank!) om te brainstormen over het probleem van het om de beurt marshallen of zelfs maar het terugzetten van de eigen auto bij afwezigheid na een uitvlieger. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit uiteindelijk moet lukken met bijvoorbeeld Einsteins E=MC2. Persoonlijk heb ik ook hoge verwachtingen van de inbreng van de gepensioneerde F1-coureur Felipe Massa, die sinds zijn crash in Hongarije als geen ander weet wat de impact is van door de lucht vliegende massa. En daar komt het in die relativiteitstheorie feitelijk toch op neer.

Aardige voetnoot binnen dit verhaal is dat mijn kinderen, die slotcarracen af doen als de meest verachtelijke vorm van elektriciteitsverspilling ooit, enige belangstelling beginnen te krijgen voor deze nieuwe ontwikkeling en zelfs al een beetje besmuikt beginnen te lachen als ik zeg dat ik zonder problemen wel zes banen kan laten draaien, mits zij maar eens bereid zijn het licht achter hun kont uit te doen! Hoe dan ook: het zal niet lang meer duren of er gaat op een Nederlands Technasium binnen het vak Onderzoek & Ontwikkeling een onderzoeksprojectje draaien naar virtueel slotcarracen met de snelheid van het licht. Minstens. Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat door een wat trage glasvezelkabelverbinding het slotcarretje van John al uit de baan ligt, terwijl hij kijkend op zijn scherm in de USA nog van niks weet! Dat probleem moeten die wizzkids van mij maar eens zien op te lossen.

Ik kwam op dit geniale idee, toen ik een filmpje wilde maken van de verrichtingen van mijn Circuit24 Ferrari’s op hun eigen circuitje dat ik ter vergroting van de nostalgie in de woonkamer had uitgelegd. Helaas hebben wij geen tapijt dan wel vaste vloerbedekking met broodkruimels en teennagelrestanten. Desondanks denk ik dat het een realistisch zestigerjarenbeeld opleverde.  Nu de kern: ik scheurde mijn autootje over de baan terwijl ik met de linkerhand mijn smartphone vasthield en met de rechter de oude duimenknijper via het scherm controleerde.

Wat was de schok? Dit virtuele rijden avant la lettre was echt doodsimpel. Ik stuurde de rode tweezitter (TR60) met racenummer 8 zonder enige moeite in het rond. Dat had ik niet verwacht. Om te beginnen natuurlijk vanwege het door wijven in standgehouden lulverhaal dat mannen geen twee dingen tegelijk kunnen doen, maar anderzijds ook omdat ik niet verwachtte dat mijn scherm voldoende dieptescherpte zou bieden om bijvoorbeeld tijdig te remmen voor een bocht. De conclusie was dat het rijden via een scherm net zo eenvoudig (lees: moeilijk) is als de live ervaring.
Omdat het zo goed ging, werd mijn filmpje natuurlijk veel te lang om te posten via Facebook. Nu had ik het er wel door kunnen drukken, maar dan zou ik daarmee die hele site wereldwijd ontwricht hebben en dat wilde ik dus niet. Alles in de geest van het echte slotcarracen, humoristisch, milieubewust, sportief, betrokken en dus vol overgave.

Gisteravond heb ik de afstand wat vergroot. Ik schat de afstand tussen mijn racebaan Deux Chevaux en mijn kantoor op iets meer dan zevenendertig meter (vgl. eerste vlucht Orville Wright). Op mijn hoofdbeeldscherm kan ik nu met mijn muis racen, terwijl ik gelijktijdig op het tweede beeldscherm deze blog tik! Super toch?, om die wijventerm nog maar eens te gebruiken!