zaterdag 29 december 2018

Opi Oliebol

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan. En de derde baan heeft zijn intrede gedaan!


Veel clubs organiseren aan het eind van het jaar een oliebollenrace. Hoewel het nergens beschreven staat, is de intentie denk ik, een vrolijke race rond het Hollandse fenomeen oliebol. Ongeacht of het een ponyclub is, een stel maten dat er plezier inschept langs de Lekdijk te rennen of een zwemclub die het jaar spartelend wil afsluiten. Eén ding is zeker: echt serieus is het niet!


Onze club had in 2017 een oliebollenrace met caravans die natuurlijk weer volledig uit de hand liep, want het werd wel serieus. Het begon er eigenlijk mee dat Alphons P. een gave VW-bus tevoorschijn toverde die werkelijk om de haverklap uit het slot sprong totdat je de caravan met oliebol aankoppelde. De combinatie ging vanaf dat moment als een TGV door het slot. Ik weet zelf niet meer precies wat ik aan elkaar geknoopt had, maar wij (de rest van de club) vormden geen partij voor deze verlaagde hippiebus die onverstoorbaar knoerthard zijn rondjes reed.

Gelukkig had een of andere helder geest bedacht dat de combinaties een vaste baan kregen en dat de coureurs van de plaats zouden wisselen, zodat iedereen ook een superheat met de bus van Alphons op de klokken kon zetten. In de ranking kwam ik nog een aardig eind op die manier, te meer ik bij de andere combinaties een beetje op safe speelde. Iets minder hard en in het slot blijven, leverde na tien rondjes een fantastische voorsprong op! Want vaak gebeurde het dat de caravan al rijdend kapseisde, losraakte of gewoon zonder reden omviel en in die positie met een vonkenregen over de baan werd voortgesleept. De boel herstellen kostte gewoon veel tijd, want allicht waren de marshalls ook een beetje aangeschoten en dus niet al te zeker meer van hun zaak!

Het allerfraaiste moment was tegelijkertijd ook het meest pijnlijke. De vader (103) van Marcus Aurelius die ons eigenlijk maar idiote snotneuzen vindt omdat wij met autootjes spelen, wil ter afsluiting van het jaar als zelfbenoemd erelid ook nog wel even demonstreren hoe dat dan moet. Dat slotcarracen. Hij sloot zich dus aan bij de geselecteerde coureurs en nadat de rode lampen waren uitgegaan, vertrok hij bijna als eerste. Behendig door de eerste bocht, tegenstander ingehaald, oei dat scheelde maar een haartje in de tweede bocht, maar wel een uitstekende exit voor het rechte stuk. Voor de bocht voor de tunnel, voor de meeste coureurs toch wel een billenknijpertje, remde hij nauwelijks. Ging goed, iedereen hield de adem in. Achter hem was het resterende veld een enorme chaos.

Het leek senior niet te deren. Opi Oliebol met zijn ogen strak op de koploper gericht, liet zich niet van de wijs brengen. De vinger drukte het gas strak tegen de regelaar en het had er alle schijn van dat onze nestor niet van plan was om voor welke bocht dan ook te remmen, laat staan enigszins gas terug te nemen. Heel langzaam drong het tot ons door. Inderdaad, na de enorme crash in de tweede bocht, waar eigenlijk minstens drie marshalls nodig waren om de combinaties weer in het slot te tillen, was één van die combinaties er meteen weer full speed vandoor gegaan om na het rechte eind bijkans te pletter te slaan tegen de boarding. Tjonge, wat een klap was dat!

De meegevoerde oliebol suisde door de lucht en mede dankzij het al wat ranzige vet bleef de lekkernij even tegen de muur kleven om vervolgens omlaag te ploffen en weg te rollen onder de baan. Het was in die tijd zo, dat er huishoudelijk af en toe wat geïmproviseerd moest worden, dus  onder de baan stonden allerlei dozen, koffers, kratten, afgedankte huishoudelijke apparatuur, gereedschapskisten en nog meer ondefinieerbare rotzooi, waarbij een weldenkend mens de wenkbrauwen optrekt en denkt: Wie bewaart dit in godsnaam? Gods wegen zijn ondoorgrondelijk en ook die van oliebollen. Die rolde stilletjes weg en nam daarvoor kruip-door-sluip-door-paadjes die alleen maar geschikt zijn voor muizen en oliebollen.

De sfeer was van dien aard dat niemand zich daar druk om maakte en met een nieuwe bol van de rijk gevulde schaal reed de combinatie er weer gezwind vandoor, waarbij het opviel dat de coureur in kwestie al flink het gaspedaal had ingetrapt toen de slepers de baan nog maar nauwelijks raakten. Met de nodige wielspin ging het zaakje er vandoor. Marcus Aurelius keek zorgelijk. Zeer zorgelijk. Staande naast zijn vader, wiep hij een blik opzij en hij zag een uitermate tevreden coureur die apetrots op zijn overwinning was. Kijk!, zo doe je dat snotneuzen! Dat hij eigenlijk met die andere combinatie reed, hebben wij uit de pers weten te houden. Alphons, bedankt voor die foutloze heat! Een groter cadeau kon je niet weggeven!

Naschrift: oliebol is in juli 2018 teruggevonden. Net zo taai als de coureur!



vrijdag 21 december 2018

Ik en mijzelf


De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan. Grip all over the place! 

Natuurlijk zitten er een heleboel aantrekkelijke kanten aan het zelf hebben van een racebaan van enige omvang. Dat moet Prins Bernhard jr. ook hebben gedacht toen hij Zandvoort (Amsterdam Beach) kocht. Persoonlijk vind ik wel dat de edelman een kat in de zak heeft gekocht, want wat is er niet versleten, achterhaald of veel te krap bemeten daar achter de duinen? En als je straks naar Zandvoort gaat om Max te zien racen, dan is het contrast met de andere badplaats wel heel erg groot. 
Ook het dorp Zandvoort is tot op de draad versleten. Uitgewoonde afbraakbuurt, tsunami-rijp!

Enfin, terug naar de stelling! Het aardige van een eigen baan is de beslissingsbevoegdheid die je hebt. Alle frustraties kun je in één klap van de tafel vegen door anders te beslissen. Zo vind ik het van hersenverweking getuigen dat bandenfabrikant Pirelli uitmaakt “Welke banden er meegaan” (Olav Mol) en dat de organisatie die de races mogelijk maakt, bepaalt op welke band je moet starten of met welke banden je gereden moet hebben tijdens een race. Wat een zeldzame idiotie en hoe achterlijk zijn die F1-eigenaren dat zij dit zich allemaal laten aanleunen! Ik heb een simpeler idee: Plak aan iedere bolide een budget van één miljoen euro voor het hele jaar. En verder zoeken ze het maar uit in de pits. Ben je in augustus door je budget, jammer dan!

Slotcarracers zijn ook zulke ongelooflijke zeikerds als het op banden aankomt. En dat is niet overdreven want niet zelden krijg je een setje banden waarmee je dan de wedstrijd maar moet zien door te komen. Het overkwam een delegatie van ons clubje in Witmarsum, waar de Ninco-slotcarbaan die uitgereikte banden gewoon opvrat. Niet te filmen, hoe Marcus Aurelius na acht rondjes (en zo lang is dat baantje nou ook weer niet!) met zijn sidewinder-tandwiel over de baan roste. Ik zal maar niet vertellen wat mij overkwam, maar ik zou een stuk vrolijker zijn geweest als ik houten karwielen had gekregen.

Nee, op mijn baan rijd je met de banden die jezelf kiest en dus verkiest. Wil je NSR supergrips? Be my guest! Rijd je liever op een of andere compound van Slot.It of van Proslot? Ook best! Ortmann, Slot Angels of whatever? Ga je gang! Kijk, in mijn optiek gaat het om de snelste auto, de slimste coureur, de beste tactiek en de behendigste rijder. Alain Prost had de bijnaam ‘le professeur’ omdat hij voortdurend zijn kansen berekende. Dat kun je waardeloos vinden, daar kun je boos om worden, maar de vraag is of dat terecht is. JeeWee van Capelleveen die veel beginnende slotcarracers waaronder ik, aan een goede start heeft geholpen, hamert al op pagina 2 of daaromtrent op de opvatting: ‘Rijd je eigen race!’ Probeer dus niet die man te volgen die sneller is dan jij want een uitvlieger is aanstaande. Zo hebben ook veel slotcarracers tijdens de wedstrijd andere tijden dan gedurende de training. Als er niks op het spel staat, kun je je meer permitteren. Ofwel, zoals Johnny Be Good zegt: Voorkom uitvliegers, want dat kost onnoemelijk veel tijd. Dat kost je niet zelden de overwinning!

Er zijn dus wedstrijdbepalende beslissingen in het hoofd van de coureur, waar het reglement niets aan kan veranderen. Waarom dan dat gezeur over banden? Kijk, er zijn weinig slotracebanen te vinden waarbij je halverwege naar de pit moet om regenbanden te monteren, althans ik heb het nooit meegemaakt. De analyse is dat de regen het oppervlak en de temperatuur van de baan verandert en daar heb je dan maar mee te dealen. Met regenbanden ben je minder snel, maar je kunt een duik in de grindbak voorkomen. De omstandigheden maken het interessant. Nu rijdt er iemand met die slijtsokken van Slot.It op track 3, waarop jij een heat later moet rijden. Jij koos voor sillys en die pikken al die marbles op waardoor na twee ronden jouw grip volkomen pleite is. Welnu, je dealt er maar mee! En nu niet als hysterische wijven krijsen dat die sillys jullie grip weg halen: je dealt er maar mee! Anders ga je maar pingpongen. Of kegelen. Desnoods handballen! Borduren?

Ik weet natuurlijk wel dat het wijvengezeik en gejank altijd andersom is, maar ik wilde maar even duidelijk maken dat coureurs met siliconenbanden enorm veel last hebben van die conservatieve rubberfreaks. En de baan naar behoren schoonmaken? Ho maar! Nee, dat doen ze niet want dan verdwijnt alle grip! Deal ermee, sukkel! Het regent gewoon! Verzin wat beters dan dat gesnotter!

Langs mijn baan (4-sporen Fleischmann) hoor je nooit gezeur over wat dan ook. Coureurs zitten vooral te peinzen over wat ze het beste kunnen doen. Welke strategie levert het meeste voordeel op? Kies je voor een hoge bochtsnelheid of doe je het daar liever wat kalm aan zodat je kunt knallen op de rechte stukken? Denk, denk, denk! Op mijn baan wint niet de snelste coureur, maar de beste! Dat heb ik zo beslist. Ik lijk Prins Bernhard wel!


zaterdag 15 december 2018

Incognito


De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan. Grip all over the place! 

Wat gaan de ontwikkelingen toch hard! Had je eerst het doodsimpele Ninco-chassis met de motor direct op de bodemplaat, daarna het kleine oranje inzetstukje, om vervolgens bij fabrikanten als NSR en Slot.It te zien dat het merendeel van de bodemplaat gat was geworden waar dan een speciale motormount in past. NSR verzon allerlei kleurtjes om souplesse dan wel stijfheid aan te duiden, Slot.It hield het op simpel witgeel en zwart maar in steeds weer nieuwe uitvoeringen of met verbeteringen. Vier schroeven houden het geheel op zijn plaats, totdat een of andere snukkel bedacht dat de motormount moest kunnen bewegen. Vergelijk het loszittende kapje!

De vernieuwing bestond uit een setje minuscule onderdeeltjes waarmee je zowel de inline, de sidewinder als de anglewinder kon verbeteren. Nog een stap verder was het aparte zakje veertjes in verschillende stugheid, zodat je je motortje zacht, middelmatig of hard af kon veren. Afhankelijk van de baan, natuurlijk! Natuurlijk krijg je in eerste instantie nergens een handleiding bij, laat staan een vingerwijzing waarmee je kon beslissen of je keiharde springveren moest gebruiken, dan wel de hele zachte. Die zijn zelfs zo zacht dat ik me meteen afvroeg of dat dons wel zin heeft. 

Enfin, hadden we dat net allemaal aangeschaft en de vragende ogen van onze fronsende vrouwen weerstaan, komt Slot.It met een nieuw, nieuw, nieuw motormount dat je met behulp van ZES poten onwrikbaar kunt vastschroeven in het gat van de bodemplaat. Ook hier geen manual (wat ook wel overdreven is voor twee schroefjes, geef ik toe), maar ook geen toelichting op dit briljante idee.

Gelijktijdig was de hele wereld toch al een beetje in rep en roer dankzij de geïntroduceerde term EVO met getal.  Voor zover ik het nog kan volgen is EVO6 de laatste stand van zaken in combinatie met offset 1. De meesten onder ons begonnen toen onderhand wel af te haken bij die spaghettiboeren, met als gevolg dat Slot.It op de website manuales begon te publiceren om het allemaal uit te leggen. Te laat vrees ik, want een enkele zot daargelaten, was de magnetische vering (EVO1) al volledig overleden hoewel er natuurlijk her en der nog wel een zakje magnetische innovatie te krijgen zal zijn. Zo kwam er dus ook een manuale voor de vering met echte veertjes. Zo ongeveer het eerste dat je leest, is dat de bijgeleverde zwarte dopjes voor de kleine boutjes niet gebruikt hoeven worden. Daarna ontdek je dat jij nog een oud chassis hebt waar een klein gaatje ontbreekt om de vering af te stellen, hoewel de manuale zegt dat die gaatjes erin zitten. Fuckieduck!

Nu moet ik zeggen dat die veertjes bij mij wel werken. Het is een enorm gepruts en daarom moet je vooral een reusachtige magneet bij de hand houden omdat die rotveertjes de neiging hebben alle kanten op te springen en dan ben je nog niet jarig. Kortom, doe dit niet aan de keukentafel tenzij je je absoluut niet geneert voor je vrouw! Want die setjes komen met de ingebouwde garantie dat je de halve avond met je kont in de lucht en je neus bij de vloer als een jachthond door de keuken kruipt, op zoek naar dat ene veertje. Want als je dat kwijt bent, dan mag je Klaas Bos bellen voor een nieuw setje!

De firma NSR onderschrijft dit hele veertjes-gedoe minzaam en zij is de mening toegedaan dat de hele motormount (drie of vier ophangpunten) moet kunnen bewegen en dat is toch wel andere koek dan Slot.It die na de veertjes twee extra poten aanbiedt om de zaak te behoeden voor ernstig torderen. Althans, zo probeer ik dat te begrijpen. Iedereen die wel eens een oude, koude zescilinder diesel heeft zien aanslaan, zal zich ook verbaasd hebben over de slagen naar links en rechts die zo’n motor in eerste instantie maakt. Ik stel me dus voor dat onze krachtige elektromotortjes bij het ongeremd gassen na de bocht dat ook doen. Een ongewenste beweging natuurlijk die voorkomen moet worden.
Geef mijn portie maar aan Fikkie! 

Alphons van de Meerendonk, wie kent hem niet, is de vriendelijkheid op twee benen. Ik heb hem nog nooit kwaad gezien, behalve dan één keer! Toen begon ik een beetje te sneren over EVO6, de uiteindelijke praktische waarde van offset 1 mm die in de wedstrijd niet is toegestaan, en die twee extra poten om het krachtige heen en weer slaan van de motor de kop in te drukken. Nou, daar had ik beter niets over kunnen zeggen! Markus Guts en ik hebben thee met koekjes aangeboden, we informeerden heel vriendelijk naar het welzijn van de hond, we aaiden hem over het resterende rosse  haar en we wensten hem en zijn gezin alvast fijne feestdagen toe. Niets hielp! 

Het is niet aan mij om op deze plaats weer te geven wat Alphons P. te zeggen had over zowel die twee extra pootjes als die 1 mm offset die in zijn ogen vooral bedoeld is om de magneetkracht van de motor dichter bij de baan te brengen. Samengevat kwam het er zonder krachttermen eigenlijk op neer dat de ontwikkelingen zó hard gaan dat we terug bij af zijn. Slotcar magneto incognito!


vrijdag 7 december 2018

Bordkarton






De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan. Grip all over the place! 

Al zolang ik leef, heb ik eigenlijk al een enorme hekel aan Italianen. Dat heeft deels te maken met hun eeuwige keuken op basis van tomaten, kaas, pasta en bordkarton, deels met hun gedrag. Hun getoeter in hun stinkende binnensteden waar zelfs een fietser in de file staat, klinkt als ‘Ik, ik, ik en nog eens ik!’ De tweede vertaling is een synoniem: ‘Hé lekker wijf op de stoep!’ Die mentaliteit is typisch Italiaans. Kort pikkie, snel op de tenen getrapt! Tonnen afval op straat en economisch failliet. Ten tijde van Romulus en Remus ging het nog wel, maar na Christus ging het snel bergafwaarts. Kijk maar eens hoe die oude gebouwen en theaters erbij staan. Brokstukken en puin!  

Nu schijnt het zo te zijn dat het zuiden nog erger is dan het noorden, maar als ik dan de firma Slot.It beschouw, twijfel ik meteen aan die stelling. Zoals ieder bedrijf heeft ook Slot.It een website. En wat voor één! Uit het Dos-tijdperk vermoedelijk. Op zich kan dat niet schelen, maar wat wel enorm hinderlijk is dat belangrijke mededelingen van de onderneming daar niet zijn te vinden. Ook niet op de company-Facebookpagina. Nee, want daar wordt alleen een overload aan foto’s gepost van nieuwe auto’s. Zoals de klassieker BMW Mclaren F1 GTR. Ditmaal groen gespoten met wat nieuwe stickertjes. Voor de rest business as usual. Nu weet ik dat er mensen zijn die na het zien van die foto’s niet meer kunnen slapen van de zenuwen, maar persoonlijk vind ik het gruwelijk irritant. Like, like, like, like!!! Wat je niet leest is dat de problemen met de nieuwe C-chip voor het Slot.It Oxigen digitale systeem nog niet zijn opgelost. Evenmin lees je wanneer die Italianen dat wel voor elkaar denken te hebben.

Om dat te achterhalen moet je naar SlotForum International, waar je afhankelijk bent van een zwaar geïrriteerde Amerikaan die nou onderhand wel eens wil weten waar die vermaledijde chip blijft. Ik voel helemaal met hem mee, want ik heb hetzelfde probleem. En altijd proberen ze zich er weer toeterend en wijzend met een grapje vanaf te maken. De kwestie is dat ze het niet voor elkaar krijgen, daar ben ik nu wel van overtuigd. Daar zit je dan met je vleugellamme digitale systeem! Nu heet het weer voor ‘voor het eind van het jaar’. Ik durf er zowat een goed geprepareerde NSR-Mosler onder te verwedden dat dit niet gaat gebeuren. Want vanaf 5 december ligt dat hele land op zijn gat en in katzwijn te wachten op dat ene moment waarop ze massaal naar de kerk gaan. Stel je toch voor dat je Kerst mist! Dus het wordt zeker februari, want als rond 15 januari de kantoren weer opengaan, denken ze ‘Verhip, de chip!
November! Er is nu een chip die ze C1 hebben gedoopt. Dat cijfer staat dus borg voor een revisie die in ieder geval garandeert dat de chip niet meteen doorbrandt of in rook opgaat. Mi dispiace! Inderdaad een extreme verbetering, maar het ding kan nog steeds niet waar het allemaal omdraaide. Op papier! Mi dispiace! Geniaal bedacht was namelijk dat je een slotcar met een C-chip op iedere digitale baan kunt zetten en onmiddellijk kunt rijden. N’importe welke fabrikant. Digitaal, analoog, je verzint het maar. Ik zou dus met mijn 24-DTM met C-Chip voor mijn eigen Slot.It Oxigen-systeem, zonder enige aanpassing in combinatie met mijn draadloze Slot.It regelaar op iedere Duitse Carrerabaan analoog of digitaal kunnen racen. Zelfs op een SSD-baan van Scalextric (wisselstroom) idem dito met een sterretje. Alleen, het kan niet! Vermoedelijk te geniaal, zeer zeker te Italiaans van snit.

Omdat ik al lang weet dat bozigheid (lees: ontevreden klant) geen enkel effect op die pizzaknagers heeft, heb ik wat anders bedacht. Gewoon via SlotForum International, de website waarvan Slot.It denkt dat iedereen ‘m bezoekt vanwege Slot.It. Goed, wat is mijn voorstel naar Maurizio Ferrari? Geef de C-Chip nu er toch nog aangesleuteld wordt een extra functie die je kunt bedienen met één van de wissel-knoppen op de Slot.It-regelaar. Het gaat om een extra functie die het wisselen niet beïnvloedt. Bijvoorbeeld. Ik wil van track 2 naar track 3 en druk dan op de knop wissel-op. Meteen daarna klinkt uit de auto een grappige claxon (Lekker wijf, ik, ik ik!) en de auto wisselt zoals vooraf bedacht. Direct na de wissel weerklinkt de claxon weer, ditmaal als teken aan de coureur dat het wisselen is gelukt.

Onnodig te zeggen dat het erg eenvoudig is allerlei leuke claxongeluiden te downloaden van de Slot.It-website die dan opgeslagen kunnen worden (upload) in de Chip C2. Dat cijfer heb ik vrijblijvend toegevoegd; het kan natuurlijk uiteindelijk ook best 8 of 9 worden. Dat doet er eigenlijk niet toe. Omdat ik natuurlijk niet helemaal achterlijk ben op het gebied van de digitalistiek, heb ik met behulp van een klein PC-zoemertje de functie al ingeprogrammeerd in de oude B-chip die ik nog had. Het werkt nog niet helemaal goed, want sommige auto’s rijden naar goed Italiaans gebruik voortdurend continue luid toeterend mijn circuit rond. Daar moet ik nog wat op vinden, want een vriend raakte zo geïrriteerd dat hij die auto met de vlakke hand heeft plat geslagen.

 Nuovo! Pizza Carrozzeria!   









vrijdag 30 november 2018

Gladiolen

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Nieuwtjes in een blog zijn natuurlijk belachelijk, maar dit exemplaar wil ik u niet onthouden: Drachten is niet meer! De stoere motorclub die, als het een beetje koud werd lekker bij de kachel ging slotcarracen totdat het zonnetje weer tevoorschijn zou komen, is ter ziele. Nu ja, dat klinkt ook wel weer heel erg dood. Ze zijn gestopt met te bestaan. Als club dan. Ach gossie!

Zowat twee jaar geleden was er ook al het nodige aan de knikker en toen vond ik in ieder geval de reden voor opheffing wel erg triest. Want de baan was echt toe aan een grote onderhoudsbeurt en dus werden de centen geteld. De pot was helemaal leeg toen één of twee leden de kop weer boven de baan uitstaken en alle techniek daaronder (die je normaal gesproken niet ziet, maar waar je ook niks van merkt omdat alles werkt) was weer up-to-date. Dat bleek precies het moment voor twee of drie andere leden om op te stappen met medeneming van hun abonnementsgeld. Godskanonne, hoe moeten we nu de huur betalen? Ze kwamen er niet uit en liquidatie was aanstaande totdat de eigenaar van die sombre kelder met de heroïsche naam ‘De Bunker’ de resterende leden (3?) de huur schonk. Nou, ik kan wel zeggen dat dit een onverwachte doorstart was! Bier!!

Of het ook allemaal zo belangrijk was, is natuurlijk de vraag maar er was één slotcarracemannetje dat wel een traantje moest wegpinken en dat was Frank Slot! Altijd zwaaiden de deuren van De Bunker open als hij een beroep op de baan deed voor zijn Classic Cup. Tuurlijk, Frankie! Zelfs vanuit Delfzijl kwamen ze aangesneld om het evenement mogelijk te maken. Dat was ook wel nodig want de overige leden van de Slotraceclub De Bunker lagen dan al gearmd met een krat bier achter de tap aan het voorjaar te denken. Toch bewaar ik er goede herinneringen aan. Eenmaal deden wij mee en het was meteen een ervaring om nooit te vergeten.

Ik was toen nog erger en debieler dan een rookie. Zo wist ik bijvoorbeeld niet welke voertuigen door Lord Slot tot de klassiekers worden gerekend en dat leidde daarom nog even tot een fikse studie tot in de kleine uurtjes om daarachter te komen. Ik koos uiteindelijk voor een Porsche Carrera 6, waar ik slim en wel een klein stukje lood inplakte om de wegligging te verbeteren. Onze wereldcoureur Raymond die gewend was iedereen binnen tien ronden op zes ronden achterstand te zetten, koos dezelfde bolide. Gelukkig in een wat andere uitdossing, zodat de kans dat we in de war zouden raken, behoorlijk klein was.

Met de bek open zag ik wat de keurende wedstrijdleider allemaal deed met mijn autootje. Banden fout, bodemspeling fout, schoen fout, slepers versleten zelf weten, brandblusser ok, gewicht niet acceptabel. In de twintig minuten die mij nog restten, pleurde ik ieder hoekje onder de kap vol met lood tot ik het vereiste tonnage had behaald. Bandjes kreeg ik godzijdank, want net als Raymond had ik in die dagen een klein viskistje, waar behalve lood eigenlijk niks inzat. Pffft. Net op tijd klaar. We vonden het wel stoer dat onze kleine autootjes tussen die grote bolides stonden. Wij wisten: niks zeggen, heel beleefd zijn en meteen een pasje opzij doen als één van de leden van Almere de doorgang eist. Wat niet meeviel daar in pijpenla Drachten. Twee keer heb ik me verscholen tussen de panelen van een radiator, die gelukkig niet aan was.

Wat wij toen niet verwachtten, maar nu wel weten (om van de nachtmerries daarna nog maar te zwijgen), het werd een drama. En wat voor een ontzettend stomme wedstrijd het was, bleek wel uit de eindstand waarbij ik ietsie pietsie sneller was dan Raymond (14 en 15). Van de pot gerukt dus! Mooi was wel dat het torretje van mijn Porsche zo godsgruwelijk heet was geworden door die twee ton reglementair verplicht lood, dat Alphons van de Meerendonk vier vingers tweedegraads verbrandde toen hij de auto optilde voor de traditionele parade en het daarbij behorende fotomoment. Natuurlijk vond ik die brandwondenkwestie heel vervelend, maar ik vatte het resultaat wel op als de idiotie van regelgeving ten top. En dat vind ik nog steeds, Frank!

Maar de wraak is zoet natuurlijk! Omdat Drachten niet meer bestaat, bestaat de kans dat Frank Slot zijn evenement moet redden door een beroep te doen op de banen van Sjors-van-de-Rebellenclub te Tweede Exlöermond. Wat is nu de kwestie? Daar waar clubs de deur definitief dicht gooien (vraag Alphons van de Meerendonk naar zijn Excel-document over 2018), bloeit onze club als nooit tevoren. En binnenkort gooien wij er nog een schepje bovenop, als er een tweede clubavond komt met wellicht een openstelling overdag voor trainen en sleutelen. Frank, wij helpen je uit de nood en passen het reglement aan onze mores aan! Helaas voor jou weinig keus: de dood of de gladiolen!
CU!   


zaterdag 24 november 2018

Gulf-jas


De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Eén van de meest charmante aspecten van het slotcarracen is wel het feit dat de LMR-theorie altijd juist is. Dat is opmerkelijk, want vaak zie je dat met name allerlei technische aspecten die samenhangen met een sport als de onze zeer strikt begrensd zijn. Heel anders dus dan bij voetbal, dat in zijn meest pure vorm bestaat uit het opvangen van de bal en dan meteen weer wegknallen. Een stapje hoger; achter de bal aan hollen en ‘m dan weer wegknallen en met deze kleine variant heb je dan die hele sport wel afgebakend.

Technisch gesproken, want de rest berust op louter toeval. Zelfs de tactiek waar de trainer en zijn vazallen zich wekenlang de kop over hebben gebroken, is volslagen flauwekul, want als de keeper één bal mist, kan het verhaal volledig een andere kant op gaan dan bedacht. De overige tien laten de koppies hangen en de overtuigde overwinning is ver te zoeken. Wekelijks op Studio Sport of hoe dat programma ook mag heten. (Wat wordt die Tom Egbers met dat maffe haar trouwens oud en dik, hè?).

Dat laten hangen van het koppie is trouwens een verschijnsel wat je bij onze sport ook vaak ziet, want psychologie is overal. Laatst zagen wij Erik helemaal afbranden tijdens een wedstrijd. Het begon ermee dat bij de start zijn bolide bleef staan. Het bleek het begin van een drama zonder weerga. Uiteindelijk probeerde hij het met de ene na de andere auto opnieuw, maar de achterstand op het veld was te groot. Groots dat hij doorreed natuurlijk, maar wij kennen hem vooral uit de voorste gelederen en hij zat er dus echt helemaal doorheen.

Bij de LMR-theorie is dat minder aan de orde, geloof ik. Het gaat natuurlijk vooral om de Aha-Erlebnis die je op een bepaald moment hebt, waarna je dan denkt ‘Dit is beslist de oplossing!’ Een snerpend voorbeeld van deze situatie kwam op toen wij als klein cluppie bij wijze van grappie onderstelletjes van Ford Lotussen van Fleischmann doorzaagden om die vervolgens te voorzien van een Slot.It motormount. Dat werd muurvast gezet met tweecomponentenlijm en met name Fokko Zoutman was daar echt een held in. Die smeerde iedere naad zo godsliederlijk vol met lijm dat het zwaartepunt dramatisch daalde, wat heel verstandig was want de kappies van die Fleischmann klassiekers zijn opgetrokken uit ijzersterk bruinkoolplestic en dus enorm zwaar. Hoe dan ook, met een pittig boxermotortje uit Italië reden deze sidewinders als nooit tevoren. Later kwamen er nog wat variaties op dit thema met achterbanden van de F1-bolides maar dat bleek op de baan vooral grappig en niet eens zoveel bij te dragen aan meer snelheid. Kennelijk is er een grens.

Maar zoals je uitgekeken kunt raken op een vrouw, zo kan dat ook gebeuren met een slotcar. Op een dag weet je dat het voorbij is en niet zelden probeer je dan alles maar zo snel mogelijk te vergeten. De blik vooruit! Zo ook onze club. Ik weet niet waar de groene en oranje Fords gebleven zijn, maar je hoort er niks meer van, je ziet ze niet meer. De nieuwe route op basis van de LMR-theorie is nu heel anders met hele lichte kappies, lexan interieurtjes van de Bouvrie, vering en hele losse schroefjes. Alles rammelt en beweegt, terwijl het natuurlijk de kunst is om een hele stille auto te fabrieken, omdat alweer volgens de LMR-theorie een stille auto een snelle auto is.

Zelf heb ik daar een heilig vertrouwen in en ik streef dan ook doelbewust naar fluisterstille auto’s met een motor die dusdanig is opgehangen dat in de wielkasten de maximale bewegingsruimte net niet wordt gehaald. Vaak is dat een enorm gepiel, dat onze ervaren vrouwen veelal kenschetsen als tijdverspilling. Maar die kunnen dan ook niet rijden! Wat is mijn punt? Laatst kwam Evert Pluim die in het dagelijks leven in een extreem dure Range Rover uit 1971 of daaromtrent door het leven hobbelt, met een Gulf Mosler op de baan die zo godsloerend hard reed, dat wij daar wel een beetje van stonden te stuiteren. Aangestoken door dit tranentrekkende moment uit een ver verleden (net als de Ford Lotus is de Mosler eigenlijk helemaal uit) kwamen er meteen meer Moslers recht uit de mottenballen de baan op. Zo ook de mijne.

In een mooie Gulf-jas, maar dat was niet voldoende om onze Evert ook maar één seconde te bedreigen qua snelheid. Toen er even later een mankementje ontstond, raapte ik het ding op en ging terug naar de pit om te zien wat er aan het handje was. Een paar clubleden, altijd tuk op het meepikken van een stukje LMR-theorie, keken over mijn schouder mee. Louis zag meteen dat het motorbracket zo krom als een hoepel was, alsof er een soldeerbout tegen aan gelegen had. Thuis ovenbakte ik de zaak magnetisch weer recht. Maar de schade was zo groot, dat normale NSR-bevestiging uitgesloten was. Dan maar de lijmpot van Fokko! Na tien minuutjes was er nog één los onderdeel, het kappie. De rest zat voor eeuwig aan elkaar. En wat bleek? Nieuwe LMR-theorie, want het ding reed ineens als de duivel. Kom maar op EveRRt!

Noot: LMR-theorie: Lul Maar Raak

zaterdag 17 november 2018

Arendsoog

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Treinen brachten mij op het idee! Zit ik met mijn vrouw gezellig & vergenoegd naar het neersabelen van Rutte te kijken wegens de dividendbelastingaffaire, stapt het Journaal zomaar over naar zoiets stoms als trillende treinen. Alsof dat nieuw is! 

In mijn jeugd las ik alle 84 boeken van Jan en Paul Nowee, betreffende de held Arendsoog. Voor alle buitenlandse lezers: dit was een held die te paard door de Betuwe reed in gezelschap van een verdwaalde indiaan die via Rotterdam in Holland terecht was gekomen. Zijn naam was Witte Veder! Welnu Arendsoog en Witte Veder luisterden altijd met één oor (logisch!) op de rails of er een trein aankwam. Je had toen nog geen bewaakte spoorwegovergangen, vandaar. De trilling van de trein spoedde zich voort via de rails en Witte Veder kon zelfs naast de rails vernemen of er een trein over de Betuwespoorlijn aankwam, maar hij was dan ook Indiaan!

Na de scheuren in de huizen in Groningen, zijn kennelijk andere Nederlanders ook maar eens hun huisje gaan inspecteren, en ja hoor, allemaal scheuren. Komt dus door die trillende treinen! Ik luisterde al niet eens meer, maar mijn vrouw zat met stijgende verbazing naar dat item te kijken, wat ik merkte omdat ze onderhand behoorlijk hard in mijn been begon te knijpen. Ik maalde daar echter niet om want ik wist als Archimedes dat dit een Eureka was, een Perfectum Resultativum. Dat is latijn en het betekent dat de nadruk van de betekenis op het resultaat ligt.

Wat is namelijk de grootste gemene deler van het slotcarracen? Het trillen! Het onzichtbare trillen! Het trillen dat niet gesignaleerd wordt en in ieder geval veronachtzaamd. Als ik het omdraai, begrijpt u mijn punt ook: de beste slotcar is de slotcar die niet trilt! Hè, hè, dat is eruit! Nu de uitleg! We vergroten de band van een slotcar tot de proporties van een Groningse trekker achterband, want dan kunnen we het beter zien. Rijdend achter een Groningse trekker zien we dat die bolide (€95.000) niet rijdt, maar gewoon over de weg stuitert. Dat doen slotcars ook, maar de frequentie ligt vele malen hoger. Met het oog kun je het niet zien. Met een hi speed camera vermoedelijk wel. Tekstueel kan ik het probleemloos (contact met de baan): wel-niet-wel-niet-wel-niet.

Je moet dus gewoon zorgen dat je bandjes op de racebaan blijven. Steeds! Altijd! Voortdurend! Anders mis je de helft van de grip! De vraag is alleen hoe we dat gaan doen. Er is één stap die je betrekkelijk goedkoop kunt zetten, hoewel ik niet durf te beweren dat hij honderd procent sluitend is. Monteer in een Slot.It-autootje een veringsetje aan de achterzijde van de motormount. Zorgvuldig afstellen in combinatie met de baan! Dat is niet gemakkelijk want je moet hele kleine stapjes zetten om de vering in balans te brengen met de frequentie waarin de auto trilt. Lastig, lastig, lastig! Maar niet ondoenlijk. Ik kan me wel voor mij kop slaan, want ik heb tig autootjes van die veertjes voorzien, omdat ik vond dat het zo gunstig uitpakte.

En natuurlijk is dat zo, want ook autofabrikanten trekken alles uit de kast om dat wiel op het wegdek te houden. Dat trilt ook als een koortsig konijn. Monroe, Koni, Bilstein zijn de koningen van de triltechniek! Dat is niet voor niks, maar wij suffe slotcarracers zitten gewoon een beetje ruzie te maken over rubberbandjes of brandblussertjes. Ouwe sukkelaars! Terwijl je als je een flink aantal slotcar-chassis ontleedt, je meteen ziet dat fabrikanten niet voor niks een subchassis aanbrengen of althans proberen op een of andere manier dat naaimachinegezoem te elimineren.

Onze club, inmiddels behorend bij de grootsten van Nederland, is in het diepste geheim bezig met het ontwikkelen van het ultieme chassis. De meest goddelijke slotcar denkbaar! Ik kan er hier op deze plek nog niks over zeggen, omdat Markus Goetz, die wij Marcus Aurelius noemen, mij expres geen toegang verschafte tot die ultra geheimzinnige bijeenkomst die werd bijgewoond door Heino (Heinz-Georg Kramm, La Montanara), F. Zoutman (door zijn vrouw overwegend Fokko genoemd) en de Zwitser M. Guts, wiens vader net 104 geworden is, zodat het doorzettingsvermogen wel is gegarandeerd.

Omdat ik er niet bij was (“dan krijgen we maar weer gezeur met Johan Post”) is er helemaal niets schriftelijk vastgelegd. Dat is jammer, maar niet echt verschrikkelijk. Ik heb namelijk zojuist hierboven beschreven waar zij zich de komende maanden op gaan richten. Met dank aan de treinen en een beetje aan Frank 103, die mij al eerder op dit spoor zette. Huh?


zaterdag 10 november 2018

Club Modern

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Sinds kort rijden wij op onze clubavonden met een nogal ouderwets hulpmiddel dat wij hebben gedigitaliseerd. U lacht terecht! Het gaat om een daarvoor nauwelijks gebruikt whiteboard (zakelijk aftrekbaar) dat wij hebben voorzien van een soort raster. Twee wedstrijden worden aangekondigd en eenmaal aangekondigd, kunnen de coureurs middels in kruisje (we zijn in Drenthe) aangeven of zij meerijden of niet (geen kruisje). Een foto van het geheel wordt op onze openbare forumpagina (Facebook, Amazing Slotracing Clubforum) gepost zodat je pakweg 24 uur van tevoren al weet wat je boven de kop hangt. Dat het opgeleukte analogie is, begrijpt iedereen want je kunt dus niet op die Forumpagina alvast een digitaal kruisje zetten. Anyway, voor ons is het een innovatie!

Nog belangrijker is dat we besloten hebben tot de aanstelling van een wedstrijdleider. Met pakweg 17-18 actieve leden kom je zo’n drie keer per jaar aan de beurt en de meesten van ons vinden dat gewoon leuk. Het is een soort mantelzorg, maar dan te overzien. Wat moet je zoal doen? De namen van de deelnemers invoeren in de computer, de wedstrijd regelen door de marshalls aan te wijzen en tijdig aankondigen dat de wedstrijd begint. Hoe gaat dat? We starten op start-finish en alle auto’s blijven staan als een heat is afgelopen. De marshalls verplaatsen vervolgens de auto’s naar de baan die de computer aangeeft. Rijdt Louis bijvoorbeeld op track 1 in heat 1, dan gaat zijn auto mee naar track 3, als de computer hem die baan toewijst.

Een goed en snel werkend systeem. Er zijn ook clubs waar ze baandelen gaan tellen, andere hebben een verdeling in inches aangebracht die dan omgezet moet worden in feet, yards en miles, zodat uiteindelijk blijkt wie de Mille Miglia gewonnen heeft. Bij ons lopen de rondes gewoon door. Even uitgelegd: iemand met 132 rondes heeft gewonnen van iemand met 63. As simple as that!

Wel adder onder het gras, want niks is er mooi of aardig op deez’ aardkloot! Onze rondentelling deugt niet. Die van baan twee valt om de haverklap half of helemaal uit, maar omdat dit euvel iedereen treft, is het in feite niet van belang! Logisch! Erger is dat sommige tracks behekst zijn of dat de duivel zelf achter het stuur kruipt. Zoiets. Dat overkwam laatst Job Renken. Behalve dat hij een onverschrokken spuiter is, kan hij ook rijden als de duivel. Maar in dit geval stond Job toch ook wel even van zichzelf te kijken want zijn tellertje sprong in één ronde vijf rondes omhoog! Voor de bühne speelde hij natuurlijk dat ie hartstikke nijdig was, maar hij wist dat hij met een extreme hoeveelheid rondjes de geschiedenis in zou gaan, want veranderen kun je dat niet en ook hier: fotootje uitslag op forumpagina. Eeuwige roem Job Renken!

In de haak is het natuurlijk niet en dus werd er flink gemopperd op ouwe Bepfe, Rennbahntechnik. De ellende is vooral dat het spul met kunst- en vliegwerk op de rit gehouden moet worden en daar wordt deze of gene wel eens een beetje ibbel van. Lange tijd konden wij track twee reanimeren door het verspuiten van pure zuurstof richting de sensoren op start-finish, maar die remedie heeft ondertussen resistentie opgeleverd. Een ander raar dingetje van ouwe Bepfe is de vooringenomenheid bij de start die vooral de tracks 3 en 4 nogal eens treft. De lichten gaan uit en er gebeurt helemaal geen ene reet qua drie en vier! Beide coureurs grijpen vertwijfeld in de haren of beginnen gewoonweg wat te schreeuwen, terwijl de rest van het veld het lange rechte eind al achter zich heeft gelaten en zelfs al met gezwinde spoed terugkeert naar de triomfantelijke rit voor de tribunes langs, waarbij velen van puur enthousiasme op de banken gaan staan. En dan ineens, daar rijden de twee onfortuinlijke coureurs alsnog weg, alsof een onzichtbare hand hen een beetje heeft geholpen. Duidelijk is evenwel dat seniele Bepfe gewoon niet in de peiling had dat ook die twee tracks stroom beliefden.

Een leuk voordeel van deze kwestie is wel dat na de wedstrijd iedereen met iedereen praat over de wonderlijke uitslag en over hoe maf die wedstrijd is verlopen. Vaak komt daar nog een pietluttertje bij (verloren band, carrosserie afgevallen, tandwiel krr, krr!) zodat de stroomkwestie al gauw een onbeduidend toevalligheidje is. “Ja, erg jammer voor je, maar het had mij ook kunnen overkomen!” Tegen die tijd is de wedstrijdleider alweer bezig met het opstarten van de tweede wedstrijd, vrijwel altijd in de 24-range. De coureurs haasten zich naar de pits, zich de Fanta van de lippend vegend, om de bolide voor de laatste keer te checken. En het publiek schaart zich tussen de marshalls om maar niets te missen van de grollen die ouwe Bepfe nu weer in petto heeft.

Bepfe update? Kommt da nochmal irgend wann etwas?  Die aktuelle version von Bepfe ist ja schon ein Paar jahre alt, und mal abgesehen vom Chaos Sound fehler gibt es noch einen Frühstart Bug. Weiß jemand ob es da noch ein update in den nächsten Jahren geben wird? Ansich arbeiten doch alle großen Renncenter mit der Software, da stellst sich die frage warum es nicht aktuell gehalten wird. (15 april, 2014)

vrijdag 2 november 2018

Brakes



De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Omdat wij ongelooflijk stoer zijn, mogen wij graag tegen elkaar zeggen ‘Remmen is angst!´ Ik weet niet of het bij mij met angst te maken heeft, maar soms vind ik het knap vervelend dat die vermaledijde Porsche van mij werkelijk voor geen meter remt. Maar dan ook werkelijk helemaal niks! Ik heb al vaak op mijn sodemieter gehad dat ik beter moet uitkijken, maar daar schiet je bepaald geen ene reet mee op als je auto met het gas helemaal los, gewoon door kachelt alsof je full throttle geeft. Gek word je ervan! En vervelend is het ook!

Natuurlijk is het enerzijds mijn eigen schuld want heb ik er niet alles aan gedaan om de auto zo soepel mogelijk te laten lopen? Alles lekker gesmeerd en mooi afgesteld? Bandjes fijn geslepen, assen recht en lagertjes mooi in lijn? Of wat te denken van de afstelling tussen pignon en kroonwiel? Is dat niet mijn fort om die twee loepzuiver op elkaar af stemmen zodat de gear mesh eerder met een micron dan met een kwart millimeter te maken heeft? Jawel, mijn auto zoeft gewoon verder als het remwerk niet functioneert.

Laatst stond ik met Erik Hoytink in de pitstraat, terwijl de rest van de club langs de baan stond te schreeuwen. Kennelijk was er een ongeluk gebeurd of had er weer zo’n verdomde marshall staan slapen. Op mijn aangeven zei Erik: ‘Dat heb ik ook. Thuis rijden ze prima en hier is het drama. Ik neem ze niet eens meer mee!’ Dat vond ik nogal een uitspraak, want Erik rijdt bij voorkeur met siliconenbanden, dus intelligentie kan hem niet worden ontzegd. Ik kan dat weten, want ik rijd ook bij voorkeur op diezelfde banden. Maar die pijnlijke kwestie liet ik verder voor wat hij was. Ik zei: ‘Hij remt niet! Voor geen meter!’  Kijk, en dat is dan typisch Erik die dan gewoon vindt dat je daar niet over moet zeiken, maar dat ding gewoon thuis moet laten. Ik was blij met die opsteker en ik gooide mijn 24-BRM laconiek en opgelucht terug in de kist. Kssst, naar huis!

Maar uren later thuis kon ik de slaap niet vatten. Toch raar, peperdure auto, Porsche design, LM-velgen met van die sporty gaten erin, en remvermogen nul. Nakko-de-pakko! Ik flipte mijn tablet aan en startte Google met ‘Slot car no brakes’. Ik hapte naar adem, zoveel hits genereerde deze zoeksleutel. Natuurlijk van rookies die de Brembo’s niet kunnen vinden, maar ook van mr. Flippant, de ‘digital guru’. Kijk, now we’re talking! Een of andere guy uit the Outback was er eens voor gaan zitten om uit te leggen hoe dat nou werkt met zo’n elektromotortje. Heel verhelderend! Wat me ook opviel is dat de King 25 van NSR soms fantastisch remt, maar een andere keer helemaal niet. Hoopgevend was zeker de opmerking van een crack dat je hard over de straight moet gaan om vlak voor de bocht te remmen, om vervolgens hard door de bocht te kunnen gaan.

Remwerking dus noodzakelijk! Daar lag mijn probleem feilloos op tafel want door gebrek aan remmen moet ik wel twee meter vóór de bocht van het gas af, billenknijpend hopen dat ik er door schuif en dan vooral niet te snel weer op het gas, want dan zijn de rapen helemaal gaar. Deslotting, over de kop, rondslingeren: alles heb ik meegemaakt. Helden als Job Renken en Louis Tonkes zijn dan al rond geweest tegen de tijd dat ik de boel weer een beetje onder controle heb.

Maar dat kan niks schelen, want ik las veel zinnige dingen over het waarom. Slotcar Illustrated (the online magazine) en Slotforum International zijn dus mijn ‘ding’! En vooral de teksten (lees: antwoorden) op hulpgeroep van sukkels zoals ik. ‘Help, mijn rem doet het niet!’ Eerst een college over wat een elektromotor nu eigenlijk is. Dan uitleg over het verschil met een dynamo. Dan de overeenkomsten tussen die twee. Vervolgens, met verwijzing naar een natuurkundeboek uit 1939, een toelichting op het leven en werken van Isaac Newton. Ach, ach, ach! De eenparig versnelde beweging, gewicht, massa, snelheid en wrijving.

Helemaal blij, doe ik dan absoluut geen oog meer dicht en lees ik door tot het tijd wordt om koffie te gaan zetten voor mijn vrouw. Uiteindelijk eindigde discussie en het getheoretiseer over de allergrootste geleerde aller tijden met de conclusie dat de controller niet deugt. Want hiervoor geldt hoe minder weerstand, hoe groter de remkracht. Met mijn huis-tuin-en-keukencartridge van Slot.It rijd ik fantastisch op mijn goed geleidende thuisbaan (Fleischmann, also besser gibt es nie!), maar voor geen meter op die Carreraclubschleife. Veel te veel weerstand in de controller! Aha, we moeten dus rijden met de high current cartridge van Slot.It!

Slotcars rijden dankzij wrijving. Want wrijvingskracht leidt zoals elke kracht tot een ‘versnelling’. Maar omdat de wrijvingskracht altijd in tegengestelde richting van de beweging werkt, leidt wrijving altijd tot negatieve versnelling ofwel: vertraging. Behalve dan bij de controllers van Slot.It. Dat bewijs heb ik nu wel voldoende geleverd met mijn Porsche! De Nobelprijs kan worden opgestuurd naar de Verbindingsweg in Musselkanaal.   


zaterdag 27 oktober 2018

Kapje

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Toen ik Nederlands studeerde, kreeg ik aan het eind van het allereerste college te horen dat een dag later het Nedersaksisch behandeld zou worden. Lees ‘Ain boer wol naor zien naober tou’ dan zal ik dat morgen voor jullie zingen. Meer doen we er niet aan! Sodeju, dat schoot lekker op met die studie! Aan dit rücksichtslos wegstrepen van Nederland boven en naast de IJssel moest ik denken toen ik bij onze club voor het eerst hoorde spreken over ‘het kapje’ en meer in het bijzonder ‘rood kapje’ als het om een Ferrari ging. Althans dat geloof ik, want mijn tongval is wat afwijkend en meestal versta ik er geen biet van, wat ze zoal tegen elkaar brabbelen. Behalve dan ‘kapje’.

Als oud-Neerlandicus bespeur ik hier natuurlijk een Nedersaksische verwantschap met het Duitse ‘Karo’. Als je dat lied van die boer die naar zijn buurman wilde (Waarom in godsnaam?) goed bestudeert zoals ik deed, dan begrijp je dit onmiddellijk. In onze club is het kapje voor, en kapje na. En het gesnik en gesnotter neemt werkelijk helemaal groteske vormen aan als er weer eens een vreemde eend in de bijt tot moes is gereden. Zoals een kapje van Revell of een kapje van Tamiya. Daar wordt terecht heel minachtend over gesproken, over die kapjes.

Het zijn namelijk hele mooie kapjes, maar meer voor de vitrine. Zit je eraan met je vingers, dan breekt er iets af. Laatst hadden we weer zo’n heerlijke klap waarbij je alles hoorde kraken en scheuren. Tot groot vermaak vloog de kanariegele Revell (Nota bene een ijzersterke BMW; hoe mooi kan het leven zijn?) met een fraaie boog uit het slot, over vijf tracks, steeds hoger en hoger om met een fatale knal op de keiharde houten vloer te crashen. Nog een geluk dat die niet van hardhout is!

Laat ik er dit van zeggen; de collega-coureurs die stonden te huilen van het lachen, laat ik expres buiten beschouwing, maar de ravage die wij een zestal meters verderop aantroffen tart iedere beschrijving. Het complete handschoenenkastje was met de rest van het interieur (veel zwart leer en chroom) achterin de kofferbak terecht gekomen. Aan de achterzijde ontbrak de complete overgang van Karo naar chassis, zodat je moeiteloos dwars door de auto kon kijken want ook de karakteristieke BMW-Grill was met omlijsting en al compleet verdwenen. Verschwunden! Enige tijd later, de traumahelikopter had de Nordschleife alweer verlaten, zaten wij aan tafel na te praten over deze moeder der ongelukken. Doordat iedereen het vanuit een andere hoek had gezien, kregen wij bijna een fraai 3D-beeld van de fenomenale vlucht die deze BMW had gemaakt en de gevolgen daarvan voor de Revell-kap. Het kapje, zogezegd.

En dan zijn er natuurlijk altijd van die fijnbesnaarde types die zeker weten dat dit ook gebeurd zou zijn als wij de CHAOS-knop geen vaarwel hadden gezegd. Het was een onvermijdelijk ongeluk, maar of dat nou troostende woorden zijn als je zelfgebouwde en zelf strak gespoten Revell-carrosserie naar de Filistijnen is, weet ik niet. Ik liet de kompanen nog wat verder koeterwalen in hun Nedersaksisch en liep de afsleepwagen achterna. Het wrak stond inmiddels bij de garage van de eigenaar en in het volle licht was goed te zien hoe ernstig de auto had geleden onder zijn eerste vliegtochtje. Zelfs de stangen van de veiligheidskooi lagen als opgevouwen lucifers tussen de andere zooi in de kofferbak. Van de achterbank was al helemaal niks meer te bespeuren. Waar je ook keek, overal waren stukken kapje afgebroken of afgescheurd. Wij lieten de eigenaar maar even betijen, want het was zonneklaar dat het minste of geringste zoals een hand op de schouder, voldoende zou zijn om hem te laten breken. Ik wist zelf niks beters te doen dan te zeggen: ‘Nou ja, morgen weer een dag!’

En dat is natuurlijk ook zo! De koning is dood, leve de koning! Want enkele dagen later toonde de onfortuinlijke BMW-eigenaar ons een prachtig zilvergrijs gespoten kapje met oranje accenten en overal leuke stickers met als hoofdsponsor Bridgestone, toch niet de eerste de beste! Nee, een hele mooie Porsche, kan niet anders zeggen. Schrijft de eigenaar trots: “Vrijdag compleet en ‘race ready’ te zien bij ASR!” Nu citeer ik de vrienden en dat geeft wel aan dat het een vrolijke boel bij ons is: ‘Hoop dat hij langer meegaat dan de BMW!’

Zelf zou ik dat niet zo scherp verwoord hebben, maar het was weer eens wat anders dan de gebruikelijke opmerkingen bij alweer een nieuw kapje. Als daar zijn: Gaaf, Top, Schitterend, duimpje omhoog, Topper, Mooi en Prachtig! Die aandacht voor de kapjes is overigens maar tijdelijk. Het moet verbloemen dat wij nog niet zo goed weten hoe wij die vermaledijde BRM-chassis moeten tjoenen. Komt nog! Ondertussen doen wij het met onschuldige wedstrijdjes kapjesknutselen. Geinig, hè?




zaterdag 20 oktober 2018

Aan den Lezer!

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!


Hoewel je natuurlijk een blog schrijft om iets te vertellen of te beschrijven, kun je natuurlijk ook best eens wat achteroverleunen en de lezertjes een vraag stellen. Dat van die ´lezertjes´ is niet denigrerend bedoeld, maar ik krijg dat woord niet meer uit mijn kop sinds een collega (v) dat woord te pas en te onpas gebruikte voor degenen die ons magazine lazen. De lezertjes dus. Schreef je een gruwelijk lastig verhaal over de Miljoenennota vanwege de derde dinsdag in september (de lezertjes: ‘Oh, u bedoelt Prinsjesdag?’), en dan klepperde zij er meteen dwars overheen dat zij bang was dat diezelfde lezertjes het niet zouden snappen. Als zij het al zouden lezen, natuurlijk! Wat heb jij, zuchtte ik dan. “Een leuk verhaal over de vissen in de Hofvijver!” Daarmee had zij dan een diepte-interview gedaan. Leuuuuuukkkkkkkkk!

Enfin, ik heb van die samenwerking veel opgestoken. Daarom dus een vraag aan de lezertjes: “Welke slepers zijn het beste?” Het stellen van deze vraag is volgens mij gerechtvaardigd omdat dit blog 208 is en de snelle rekenaars onder de lezertjes weten nu meteen dat ik dit vier jaar doe. Vier maal 52, waarbij dat laatste getal staat voor het aantal weken per jaar. So far, so good! Een gek kan meer vragen dat zeven wijzen kunnen beantwoorden en dat geldt zeker voor deze eenvoudige vraag. Zijn het de gladde rvs-slepers van NSR, de roodkoperen van Slot.It, die hele dikke paardenstaarten van Carrera of die hele goedkope mikmak daar tussenin van allerlei andere merken? Je weet het niet! En voor zover ik weet is er ook nooit behoorlijk onderzoek gedaan naar deze kwestie.

En van het één, komt het ander! Is het bijvoorbeeld zinnig om de uiteinden schuin af te knippen en wat uit te rafelen? Moet je ze regelmatig schoonmaken door er wat WD40 op te spuiten of is een vriendelijke oliesoort een beter idee? En hoe zit het met de bevestiging van de draadjes? Met een schroefje of een busje? Solderen of gewoon door een gaatje schuiven en vast wurgen? Ik vind het raar dat niemand ooit de vraag stelt of met een antwoord komt. Die gewoon zegt: Ik vind de dunne rvs-slepers op rol het beste. Het meest kostenefficiënt, ze genereren het beste contact en de verbinding met de draad is in alle gevallen sterk en betrouwbaar. De slijtvastheid is enorm en ze nemen weinig vuil op. Daarnaast zijn deze slepers vriendelijk voor zowel Litze, kopertape als de metalen strips van de plestic banen. Eigenlijk heb je er na montage geen omkijken meer naar!
Ho, ho! Ik zeg niet dat het zo is! Moge dat duidelijk zijn? Het gaat om de vraag en waarom die eens gesteld zou moeten worden. Als slotcarracers naar beter streven, zo niet het beste voor ogen hebben, dan is het handig de inserts te laten voor wat ze zijn en te beginnen bij het punt waar het meteen pijn doet. Tijdens veel wedstrijden wordt tussentijds aan de slepers geprutst. Er is bijvoorbeeld een soort HEMA-kwaliteit die de neiging heeft om te klappen, zodat de slepertjes in kwestie als een soort gewei naar voren steken. Het kan niet anders of sommige lezertjes hebben dit wel eens ervaren.

In deze jubileumblog wil ik een lans breken voor de feiten. Vroeger, toen ik nog nieuwsgierig was naar alles, was ik lid van een clubje jongens dat modelbouw vliegtuigen bouwde. Het begon met een clubhuis. Op een zondag reed ik met een clubgenoot een beetje zenuwachtig richting de Udenseweg om bij een huis aan te bellen. Een man deed open en wij vroegen hem maar meteen of wij zijn  leegstaande garage in het dorp mochten betrekken als clubhuis. Dat mocht en hij pakte de sleutel van het rekje. Veel plezier, jongens! We kregen gadsamme niet eens een kopje koffie, realiseerden we ons toen we weer naar huis fietsten. Hoe dan ook: in het clubhuis werden vliegtuigen gebouwd op basis van wetmatigheid. Een toestel dat het niet deed, werd keihard op de pijnbank gelegd en nagemeten. Dit is het balanspunt en jouw balans ligt dáár! (Zes millimeter verderop!) Of: je hebt een spanwijdte van 1,60 meter en een gewicht van 1950 gram. Dat kan natuurlijk niet!

Omdat ik toen al argwanender was dan de duivel, bouwde ik ooit een miniatuur vliegtuigje volgens de wetmatigheden van onze club. De spanwijdte was maximaal 12 centimeter, denk ik. Het hele bouwproces duurde zowat anderhalf uur en meteen daarna gooide ik ‘m de lucht in. De rest van de avond cirkelde hij mooi rond op de thermiek van de gaskachel. Pas in de lente stortte hij neer.
Ik vind het dieptreurig  dat slotcarracers geen kernwaarden hebben, waaraan een goede slotcar moet voldoen. Ik laat spoilers, spiegels, inserts en brandblussers maar buiten beschouwing. De moraal van dit verhaal is dus dat de lezertjes nog niet van mij af zijn!  Nog heel veel te doen!  
  

zaterdag 13 oktober 2018

Biertje

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Omdat ik thuis een spannend, maar erg leuk karweitje had, kon ik die avond niet naar onze club. Dat kon natuurlijk wel, maar ik wilde mijn karweitje afmaken. De voorbereidingen had ik de dagen daarvoor getroffen en nu kwam het aan op starten (Zou er iets gebeuren?) en bij goede afloop daarna ‘op het inregelen’. Ik wist dat ik daar onmogelijk bij weg kon lopen. Daarom liet ik Marcus Aurelius, onze CEO, weten dat ik de eerste wedstrijd in ieder geval verstek zou laten gaan. Omdat wij elkaar goed kennen en wij op een soortgelijke wijze een klap van de molen hebben gehad, wist onze chef onmiddellijk dat ik die avond niet zou verschijnen. Dat was helemaal juist en de avond was voor mij een enorm succes. Met veel data, flikkerende ledjes, uitlezen van meters en het aanbrengen van minuscule veranderingen die het succes alleen maar groter maakten. 

Enfin, belangrijk is dat allemaal niet. Wel dat er die clubavond over van alles en nog wat werd geouwehoerd, maar voor vooral over een nieuw te bouwen baan voor tractor pulling. Eerlijk waar: ik schrok me kapot! Ik dacht ‘Je bent even niet in de buurt en ze gaan meteen de gekste dingen doen die boeren!’ Nu weet ik niet of u ooit in Onstwedde bent geweest of in de Mussel, maar daar doen ze dus aan tractor pulling. Het komt erop neer dat ze op één zaterdag drie hectare grasland, waar je normaal gesproken geen poot in mag zetten zonder een riek in je kont te krijgen, volledig aan gort rijden met zelfgebouwde trekkers die vooral heel veel zwarte rook uitstoten en dus CO rondsproeien alsof het snoepgoed is. 

Omdat mijn vrouw en ik wensten te integreren, gingen wij desondanks naar het tractor pulling terrein in Onstwedde. Rond tien uur ’s ochtends zat iedereen aan de traditionele houten picknick bankstellen bier te drinken en dreuge wurst mit kruutnaogel te knagen. Tegen elf uur moest de eerste een plas. Omdat de banken op een bijzonder intelligente wijze aan de tafelpoten zijn vastgemaakt, moest iedereen naast hem ook opstaan om de plasser de nodige ruimte te geven om zijn voeten over de bank te hijsen. Dit tafereel herhaalde zich nadien elke twee à drie minuten en ik begon toen het idee te krijgen dat mijn vrouw het integreren verre van zich wierp.

Omdat ondertussen enkele trekkerpiloten alvast wat aan het oefenen waren in het rook uitbraken, zei mijn zoon: Als dit alles is, kunnen we beter naar huis gaan. Hij was toen erg in de ban van Lego Technics®, dus begrijpelijk vonden wij dat wel. We kochten een troost-ijsje en vonden een bankje langs de honderd meter lange sleepbaan. Afgezien van af en toe een ontploffende trekker, gebeurde er geen ruk en daarom gingen wij gezwind naar huis. 

Maar dit nu, dreigde de nieuwe core business van onze leuke slotcarraceclub te worden. Een circa vijf meter smalle lange baan, als een soort ruggengraat verankerd in een vijf meter lange tafel. Tijdens het taart eten zou die baan natuurlijk afgedekt worden door een afneembaar blad, omdat anders de trekkers zich een baan zouden moeten worstelen door klodders slagroom, uitgespuugde nootjes, afgevallen cakeklonten en vermoedelijk nog meer stukken gekonfijte appel. En godbewaarme, naarmate de week vorderde, nam de euforie over de nieuwe trekker pullingbaan alleen maar toe. 

Het was niet gemakkelijk om niet een paar snerende opmerkingen te maken over het enthousiasme dat als twee druppels water leek op wat wij in Onstwedde hadden mogen aanschouwen. Tristan Hoijtink vroeg zich af of voor deze baan ook echt zand zou worden gebruikt of iets van meel omdat het minder weegt en gemakkelijker schoon gemaakt kan worden. Antwoord: Nee, Groninger klei! Kets: Valt me tegen, dacht eerder aan veen. Kets: Veen droogt te snel uit, wordt een speciaal soort zand. Kets: Oké! 😊😊


Of dit alles nog niet genoeg was, was er die week ook nog een enorm gekrakeel over geschikte rallyauto’s. Iemand opperde iets over een Fly en die schijnt een PB gehad te hebben om wel even serieus te blijven. Wat is een rallyauto? Dat is een auto met twee poppetjes erin. Eentje om te sturen (Slot-car!) en de ander om kaart te lezen (Slot-car!) Dat gezeur over die rallyauto’s ging bijna 24/7 door en dat maakte dat ik de vraag stelde of het de bedoeling was om over twee dagen een race met rallyauto’s te gaan rijden.

De onderliggende grom was: Had niet iemand dit op het Forum even kunnen aankondigen, zodat de niet-aanwezigen iets meer tijd hadden om in hun kist te zoeken naar een auto met a) twee poppetjes en b) inserts. Aha, die aanval trof doel. Ik geloof dat het Job Renken en Erik Hoijtink waren die onmiddellijk de poppetjes, de brandblusser, de binnen- en buitenspiegels, de verplichte extra koplampen, spoiler en inserts wegstreepten. Ook de banden waren vrij. Over de motor werd door Job nog wel gezegd dat die toch wel enigszins moest passen onder het gebruikte lexan-interieurtje. Kortom, regels zoals je bij tractor pulling verwacht. Biertje, dan maar?

zaterdag 6 oktober 2018

Poloshirt

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Het klassieke beeld: een rijtje slotcarracers actief aan de baan. Wat opvalt is dat ze hun eigen houding en gedrag hebben. Ikzelf heb ontdekt dat ik liever een beetje apart van dat rijtje sta. Dat kan ik sinds ik mijn SCP van Slot.It draadloos heb gemaakt. Soms sta ik zelfs op een hele andere plek dan door de ontwerper van de baan bedacht. Maar er zijn bijvoorbeeld ook slotcarracers die heel dicht bij de baan blijven omdat zij een heel kort pielesnoertje hebben. En je hebt de leuners. Die hebben wij zeker een stuk of vijf. Ze hangen over de baan, steunend op de ellebogen.

Een andere categorie is de verzameling wijdbeens-typen. Die planten hun voeten zeker een halve meter uit elkaar, waarbij ze de indruk wekken dat hun voeten zuignappen zijn. De uitbuikers zijn over het algemeen de luitjes met rugklachten die een houding zoeken om het één in evenwicht met het ander te brengen.

Met die groep heb ik geen medelijden. Als slotcarracen een sport is, dan is het natuurlijk flauwekul te denken dat je met één keer per week met wat rondjes rijden kampioen kunt worden. Nee, natuurlijk niet! Je moet de sportzaal in! Trainen, gewichtheffen, cardio, buikspieren sixpacken, rug soepel maken en rechten! Je kunt natuurlijk niet volstaan met de buik over de broekriem hangen en dan er maar het beste van hopen.

Natuurlijk vind ik dit eigenlijk geen issue, omdat ik vind dat iedereen zelf moet weten hoe hij voor vuilniszak speelt, maar het viel mijn vrouw wel op. Ze zei: “Godsamme klere, het is wel een stelletje uitgezakte hobbezakken in afgewassen T-shirts hè? Ze zei er nog net niet achteraan ‘die vrienden van jou!’ Dat was dus het signaal voor iets wat ik ooit als beginnend journalist leerde ‘waarnemen en beschrijven’. Zie hierboven. Aangezien ik mij deze techniek in een recordtijd eigen heb gemaakt door vooral naar knappe vrouwen te kijken, kan ik inmiddels eigenlijk alles tot in detail beschrijven wat ik zie en het zal niemand verbazen dat ik hierdoor dingen zie, waar anderen vermoedelijk helemaal niet opletten. Neem de voeten. De Nederlandse cineast Bert Haanstra maakte ooit de fenomenale film ‘Bij de beesten af!’ en daarvoor ging hij onder andere met zijn camera plat op het strand liggen om voorbij wandelende voeten en kuiten te filmen. Allemachtig, wat een horrorfilm!

Nu wil ik niet zeggen dat ik dit gruwelbeeld iedere vrijdagavond ook zie, maar het is wel weinig elegant. Of laat ik het anders formuleren: vrouwen raken er niet echt opgewonden van, mijn vrouw in het bijzonder dus. Is dat erg? Nee! Is dat een signaal? Welzeker!

Voordat u helemaal ontploft van ingehouden verontwaardiging, speel ik even handlanger van de duivel. Ik ben een toevallige surfer die op internet wat las over slotcarracen, de club en de leuke clubavonden in het bijzonder. Ergens knettert er wat in mijn hersens, ik denk aan mijn kleine jongens-jeugd en denk: Dat was fun, hoe zou dat nu zijn? Daarom besluit ik te gaan kijken. Ik stap het clublokaal binnen en de eerste minuten zie ik eigenlijk helemaal niks. Ja, er is een baan en daar vliegen wat gekleurde muizen overheen. Daar staat een rijtje ongeschoren mannen in zwabberbroeken, korte broeken, hemd uit de broeken, tattoos en weinig trouwringen. Gefocust, dat wel. Nadat ik wat gewend ben geraakt, kopje koffie heb gedronken, wordt het beeld wat duidelijker. 

Het zijn vooral hele aardige mannen, die allemaal hun eigen verhaal hebben. Leuk, gastvrij, open en bereid om je helemaal in te wijden in de grote kunst van het slotracen. Jammer, dat het er niet uitziet!
Nu ben ik niet de enige die dat zo ziet. Ik herinner me een Classic Cup-wedstrijd waar leden van Slotracing Almere aan meededen, allemaal in een clubshirt. En er zijn meer clubs die voor die richting hebben gekozen. En dat is om de drommel helemaal niet gek! In feite heeft iedere sport zijn eigen kledinglijn en dat maakt de boel een stuk aangenamer om naar te kijken. Er zijn zelfs sporten (paardrijden dressuur) waar hele strikte eisen aan de kleding worden gesteld. Dat gold vroeger ook voor tennis (wit), maar die richting is losgelaten sinds de opkomst van de kleurentelevisie.

Op internet zijn nog wel foto’s te vinden de kleding van KST, Keistad Slotracing Team, maar die aanduiding gaat een beetje verloren in het sponsorgeweld dat ook nog op het T-shirt is gedrukt. Nee, dan zijn die donkerblauwe poloshirts van SRA een stuk gedistingeerder. Maar dat is een persoonlijke opvatting. Geen T-shirts dus, maar polo’s. Voor als je jezelf en je sport serieus neemt, want kleren maken de man, heren!

Laat dat laatste maar weg, hoor ik mijn vrouw roepen!  






zaterdag 29 september 2018

Wetenschap

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!


Slotcarracers heb je in veel soorten en maten, ook met een zeer uiteenlopende belangstelling voor de verschillende facetten van de sport. Je hebt de ralleyrijders, de racers, de liefhebbers van Amerikaanse bakken, dragracing, klassiekers of open wheel-fanaten. Vergeet ik gemakshalve de groep van digitale adepten of de hybride rijders, de bezetenen van techniek of de ietwat verstrooide wetenschappers, waartoe ik Markus Goetz en mijzelf reken. Nu zijn er nog wel een paar die continue de ‘Waarom?’-vraag stellen, maar dit is wel een minderheid vergeleken met de andere categorieën.

Neem de grip-kwestie. Alweer jaren geleden verbaasden Markus en ik ons over het merkwaardige verschijnsel dat een racebaan de ene avond veel grip kan hebben en een andere absoluut niet. Of dat het verschijnsel grip pas na tien uur ’s avonds ineens de kop opsteekt, om na één uur ’s nachts werkelijk fenomenale proporties aan te nemen. Toen wij de zaak nog niet wetenschappelijk benaderden, lachten wij om dit verschijnsel en profiteerden daar zonder enige gêne volop van. We hadden in die tijd ook geen last van betweters of zwamneuzen die dat natuurlijk konden verklaren op basis van hun kennis, opgedaan in de vierde klas van de lagere school. Niet gehinderd worden door kennis is voor spreker een zegen, maar voor zij die net iets meer kaas hebben gegeten een regelrechte gruwel. Ik stipuleer nog maar even: Markus Goetz en ik.

Het werd dus tijd voor onderzoek, de basis van wetenschap nadat de waarom-vraag is gesteld. Wij legden temperatuur bi/bu, vochtigheid, weersgesteldheid en luchtdruk (spoiler!) vast in grafiekjes, maar de conclusie bleek niet te trekken. Zoals vaak, speelde ook hier het noodlot (noem het toeval) ons in de kaart. Op een avond reed ik, zonderling als ik ben, op één baan met siliconenbandjes die ik een beetje neurotisch erg regelmatig ontdeed van vastgekleefd baanvuil. Omdat we met zijn tweetjes waren, Markus en ik, was er ook niemand boos op het feit dat ik met die bandjes reed en ook steeds op dezelfde track. Ik vind dat ik dit moet melden om te voorkomen dat ik straks door de slotcarracewereld  wordt weggezet als een achterlijke asociale zool, bij voorkeur zonder dat iemand vraagt: Waarom?

Welnu, naarmate avond vorderde merkte ik dat de grip beter werd en ik minder hoefde te tapen. Min of meer gelijktijdig kwamen er nog wat losse leden binnen dwarrelen en toen onze bezetting onderhand maximaal was (4-5), ging ik naar huis. Gewoon bedtijd. Logisch ging iemand anders op de vrijgekomen track rijden en die ervoer een enorme grip. Om kort te gaan: die nacht werd het baanrecord gereden op de door mij met siliconenbanden gereinigde track. Zonder enige twijfel de beste grip ooit en daarmee bedoel ik dat bijvoorbeeld de Solexbocht bijna met vol gas genomen kon worden, waardoor de tijden scherp naar beneden doken. Wij lachten: “Dat komt natuurlijk door die olie uit die siliconenbandjes van Hein!”. Wij dachten: “Wat een zeldzaam geouwehoer over die siliconenbandjes!”

Anyway, terug naar de wetenschap. Dat begon met een analyse van wat er precies was gebeurd en dat bracht Markus ertoe een gerenommeerde fabrikant van slotracebanen te vragen: Welke baan heeft de beste grip? Het antwoord kwam per kerende post. Omdat er op ons forum onlangs iemand weer wat begon te roepen, schreef ik een antwoord op de vraag ‘Waarom?’

‘De glanzende motorkap van een auto ziet er onder een microscoop min of meer uit als tandenschuim. Veel putjes, veel bultjes. Met polijsten en was krijg je hoogglans: de putjes worden opgevuld, de bultjes afgeslepen. Een goed gepoetste slotracebaan is qua oppervlak te vergelijken met een goed gepoetste en gewaxte motorkap. In theorie is de baan helemaal vlak vergelijkbaar met een spiegel. Het deel van de band dat de baan raakt, wordt hierdoor niet groter, maar de hoeveelheid bandoppervlak dat de baan raakt neemt wel toe. Dit kunnen we vertalen. Een normale band heeft sleuven en kanaaltjes voor de afvoer van regenwater. De hoeveelheid bandoppervlak dat het wegdek raakt, neemt daardoor af. Dat verlies wordt genomen omdat de veiligheid bij regen toeneemt. De beste band bij droog weer is daarom de slick: de maximale hoeveelheid bandoppervlak van het deel van de band dat het wegdek raakt, heeft contact met het wegdek.

Rubber slotcarbandjes worden geslepen om oneffenheden weg te halen en aldus het raakoppervlak te vergroten. Dat lukt redelijk goed, maar dit effect is veel beter bij siliconenbanden die van zichzelf een goed gesloten oppervlak hebben. Daarbij is de band zacht, waardoor de aansluiting met de baan meteen goed is. Schuimbanden worden geslepen om het oppervlak gelijkmatiger te maken, het oppervlak wordt vergroot door de 'holtes' op te vullen met olie of een olieachtige substantie. Ik denk dat cohesie hier een rol speelt. Door met een geslepen schuimband op een spiegelglad oppervlak te rijden krijg je een maximaal contactoppervlak en dus de meeste grip.

Als een baan meer grip heeft of krijgt door rubbersporen, dan betekent dit dat het rubber de baan polijst ofwel de putjes en de bultjes opvult. Glas of plexiglas zijn spiegelglad en bieden daarom een maximaal oppervlak (grip) aan de band.’

Roept u maar!

zaterdag 22 september 2018

Inserts

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Onze club, die hard op weg is één van de grootste clubs van Nederland te worden, beleeft een ommezwaai. Het komt door onze nieuwe Carrera Slotracebaan, beter bekend als de oude baan van Tom uut Zwanenburg, dan wel de Nordschleife, voorheen standplaats Amsterdam Noord. Die baan biedt de mogelijkheid om heel hard te rijden en om wedstrijden met 24-ers te houden. Dat komt denk ik vooral door de ruime bochten waardoor het niet echt veel moeite kost om elkaar te laten leven. Er zijn ook wel circuits waarbij dat beslist veel minder het geval is. 

Nu is hard rijden wel echt een dingetje van onze club. Zodoende wordt er steeds naar mogelijkheden gezocht om de lat nog hoger te leggen. De laatste stap binnen dit proces zijn de 24-ers van BRM en dan vooral de bolides met een alu-chassis die out of the box echt gruwelijk hard rijden. Alles wat je er nadien nog aan prutst, maakt het alleen maar erger. Lees sneller.

Een tweede bijzonder ding van onze club is het individuele incasseringsvermogen. Ik geloof niet dat hier een behoorlijke engelse term voor bestaat, maar het komt erop neer dat je als coureur niet meteen begint te huilen of te schreeuwen dan wel te vloeken als je auto een gruwelijke beuk te verwerken krijgt. En dat gebeurt met zes 24-ers in wedstrijdverband. Natuurlijk is onze baan voorzien van een paniekknop in de vorm van een aan/uitschakelaar van de HEMA, maar de praktijk wijst uit dat de reactie van de scheids vrijwel altijd als mosterd na de maaltijd komt. Niettemin troosten wij ons met de gedachte dat daarmee erger wordt voorkomen, hetgeen ook vaak het geval is.

Nu lijkt het er echter op dat dit racen, rijden om te zien wie de snelste is, zijn langste tijd heeft gehad. Wij hebben al de eerste auto’s op de baan gezien die af fabriek zijn voorzien van modder- en vuilstrepen, quasi schades en andere sporen die duiden op een verhitte strijd in de wedstrijd. Markus Goetz werd door Tom Peters op dit fenomeen gewezen, die aangaf dat dit een nieuwe ontwikkeling is die een hele andere kant op gaat dan het kip-zonder-kop-om-het hardst-rondjes-rijden. Daarmee komen ook wedstrijden in beeld waarbij het uiterlijk van de auto en de manier waarop hij is gebouwd minstens zo belangrijk zijn als de eerste plaats. Voorwaar erg grappig!

Binnen onze club heeft dat uiterlijk vertoon een enorme boost gekregen door Job Renken. Deze herintreder heeft na jaren stilstand de draad weer opgepakt en nadat hij ons enige maanden duidelijk had gemaakt dat hij de knijptechniek nog niet was verleerd, begon hij ons door te zagen over mooie kapjes, veel stickers, metalliek (Gronings, bedoeld is ‘metallic’, red.) en hoogglanzende vernis. Tot onze verbijstering bleek hij een ware tovenaar met zwart en oranje en nog voordat wij naar adem hadden kunnen happen stond er ineens een aantal auto’s in Jägermeister-outfit op de baan, waarvan wij nauwelijks konden geloven dat die niet rechtstreeks uit een of andere Italiaanse fabriek waren gerold. 

Totdat Job ons wees op hele kleine minuscule foutjes, bijvoorbeeld een klein oranje spikkeltje dat per ongeluk op de zwart gespoten tankdop was gekomen. Ja, nu je het zegt, heel erg jammer! Het airbrush-virus greep om zich heen. Jobs buurman Nick liet zich zelfs fotograferen toen hij zijn Mosler in Marlboro-kleuren had gespoten, waarbij hij een beetje sip keek omdat het helrode van dit sigaretten-imago een beetje doorgespikkeld (‘nevel gelekt’) was op het maagdelijke wit. Nu is het natuurlijk al een enorme vondst om zo’n volstrekt uit de tijd zijnde gewoonte als roken in te zetten voor een prachtige slotcar, maar het onderstreept natuurlijk wel dat slotcarracen een cultuurhistorische bezigheid is die levend gehouden moet worden. 

Voor mij airbrushte Job een Mosler-kapje van NSR en de kap van een Zonda (Bedankt JeeWee van Capelleveen voor het delen van deze tip!) van MB-Slot. Beide auto’s in metallic blauw met oranje en zwarte en zilverkleurige accenten. Het gruwelijke is nu dat deze auto’s bijna te mooi zijn om mee te rijden, maar een standplaats in de vitrine is natuurlijk nog erger. Dus wij roepen naar elkaar dat je schade toch niet ziet, als je maar hard genoeg rijdt.

Hiermee waren wij helemaal gelukkig zoals je eigenlijk alleen maar ziet in een vrolijke jongensclub, maar helaas liep het slecht af! Want begint er een of andere snukkel serieus te wauwelen over inserts. Nou, dat had ie beter niet kunnen doen! Sindsdien wordt er uit nijd alleen maar over wieldoppen geouwehoerd. En waarom? Omdat de originele inserts (wieldoppen) van BRM-wielen niet in de schuimbandjes van Scaleauto passen. De kans is dus groot dat na de wedstrijd alle deelnemers worden gediskwalificeerd! Bedankt hoor, Johan Post! 

vrijdag 14 september 2018

België

De vrolijke belevenissen van de leden van Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op hun zessporen Carrerabaan en op hun razendsnelle goed gepoetste en dus super gladde houten 4-sporenbaan in de hoofdvestiging. Grip all over the place!

Out of the blue kreeg ik een mailtje van de beheerder van Slottrack.BE met de mededeling dat het nieuwe seizoen weer voor de deur stond. Nu krijg ik persoonlijk altijd een beetje de rilkikker van dat ‘nieuwe seizoen’, omdat wij van AST vinden dat het leven te kort is om het op te delen in seizoenen. Wij racen het hele jaar door. Anyway, beheerder schreef te hopen dat het forum aan belangstelling zou winnen, waarbij hij grootmoedig de hand in eigen boezem stak, want druk, druk, druk en andere smoesjes om niks op het forum te schrijven. Ik mag dat wel, want ik vind het a) goed om het eigen falen aan de kaak te stellen en b) dat slotcarracers elkaar veel meer moeten steunen in het vinden van de beste setup. En daar ontbreekt het nogal eens aan. Iedereen doet zijn ding, maar graag in zijn eigen kleine holletje.

Wat je ook vaak ziet is dat er nogal wat gezwetst wordt. U denkt dat ik overdrijf? Ik noem het fenomeen ‘grip’. Over grip wordt zo onnoemelijk veel gekletst, dat het bijna adembenemend is. Ik bedoel hiermee iets beweren zonder bewijs of zonder argumenten. Vaak zelfs zonder enige kennis van zaken. Ooit, ik had nog echt de ballen van verstand van slotcarracen (zie a), was ik met enkele andere leden van onze beginnende club Amazingslotcarracing te TE te gast in Drachten. Wij prutsten daar gezellig wat mee onder het oog van die vooral nors kijkende motorrijders, maar toen wij allemaal riant in de pan waren gehakt, mochten wij dan wel zelf wat afkneuteren op hun racebaan. Heel even had ik het idee dat dit het leukste moment van de dag was, want het gaf mij de gelegenheid om mijn spiksplinternieuwe Mosler te testen. Omdat ik dat gelezen had, had ik die auto voorzien van prachtige helblauwe siliconenbandjes, die ik had overgenomen van Jeroen den Broeder (ex-Best) die ze had gebruikt voor een heuse bandentest.

Toen nu mijn Mosler in één van de bochten zesmaal over de kop sloeg en zieltogend op zijn dak stil bleef liggen, viel er meteen & direct een doodse stilte totdat één van de leden van de motorgang krijste: “WAT IS DAT?!!” Nu moet u weten dat die motorrijders hun Fleischmannbaan van grip hadden voorzien door een zelfbedacht tweewekelijks met de rolkwast op te brengen zwaar vervuilend chemisch middel dat bestaat uit een mengsel van gelijke delen terpentine en roze Parmaplak, dat na een week drogen een plakkerige zwart glimmende laag op de baan achterlaat die iedere vorm van drift onmogelijk maakt. Zeker als het om siliconenbanden gaat. Vandaar dat mijn auto rondtolde als een stalen knikker in een flipperkast. Die dodelijke krijs vergeet ik nooit meer! Nog minder de ervaring dat je als slotcarracer van alles kunt roepen, zonder enige vorm van bewijs of redenering: siliconenbandjes lekken olie en vermoorden alle grip op iedere baan!

Godlof voor de slotcarracers die zeggen: “Ik doe het altijd zo, maar ik heb geen idee of het zin heeft. Maar ik voel me er happy bij!” Zo ken ik iemand die zijn slotcars voorziet van onafhankelijk van elkaar draaiende voorwieltjes. Het is nogal een gepruts om dat voor elkaar te krijgen waarbij het grootste gevaar is dat je met secondelijm de hele voortrein aan elkaar lijmt zodat er op de keper beschouwd helemaal niets meer onafhankelijk van elkaar draait. Enfin, hij heeft daarin een grote mate van kunst bereikt, maar hij zal nooit zeggen dat dit de enige methode is om een slotcar goed door een bocht te trekken. Dat is prijzenswaardig.

Hoe anders is het als het om de grip van de baan gaat. Het gezwam is niet van de lucht en persoonlijk schep ik er altijd veel plezier is door dan quasi nonchalant te vragen: Hoezo, leg eens uit?, waarna meestal meteen blijkt dat spreker de kok heeft horen fluiten omdat hij ook niet weet waar de lepel hangt. Echoput gelul tweeduizend dus en zo lang niemand iets zegt of de wenkbrauwen fronst, kun je van alles ongestraft beweren en mij is inmiddels wel duidelijk geworden dat dit op onwaarschijnlijk grote schaal gebeurt.

Ik citeer de mail van Slottrack: “Tijd om de banen af te stoffen, de borstels te kammen en de bandenspanning te controleren. Na een heel zwak racejaar van mijzelf, amper een paar rondjes en een paar kleine experimenten met de elektronica heb ik zelf héél weinig bijgebracht in de wondere wereld van het slotracen. (…) Maar terug met volle moed inpikken waar ik gestopt ben. Dus verder werken aan mijn racedisplay en nog een paar projecten die momenteel enkel nog maar op papier bestaan.

Hopelijk volgen jullie allemaal en gaan we lekker dit forum terug opwaarderen en werken aan een community waarin héél veel informatie uitgewisseld wordt onder de lage landen. En kunnen we elkaar terugvinden op het forum.”

De kern van dit verhaal is dat je iets vertelt en dat aanvult met waarom. Niks meer, niks minder. Om tranen van in je ogen te krijgen, zo mooi deze confessie!