zondag 28 juni 2015

Fleischmann-fever

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

We hebben het al meermalen tegen elkaar gezegd: Als de oude Fleischmann dit nog mocht meemaken dan ging hij rechtop in zijn graf zitten om het beter te kunnen zien. Wij schrijven het jaar Onzes Heren 2015. Met grote regelmaat rijden er op de knettersnelle baan van Amazingslotcarracing te TE vier Ford Lotussen van Fleischmann hun rondjes. U haalt nu de schouders op en denkt ‘So What?’

Maar dat denkt u niet meer als ik een Fleischmann Lotusje omruil voor een Mosler, want dan blijkt dat die Mosler het amper of zelfs helemaal niet sloft tegen die oude Fords. Knoerthard rijden die dingen en daar komt dan nog eens bij dat die auto’s een carrosserie hebben die een beste dreun zomaar weerstaat. Over de boarding? Geen punt! Met een fraaie boog de Solexbocht uit en tussen de katten beland? Geen punt, hoewel natuurlijk die geschrokken katten met hun nagels niet voor de poes zijn.

Het verhaal begint met Alphons Pinion uit Delfzijl. Die zaagde zo’n autootje min of meer doormidden, hing daar een motorsteuntje van Slot-It in en zocht er een motortje bij. Nog wat oude tandwieltjes en hatsiekiedee, een nieuwe slotcar! Wij vonden het leuk, maar ook een beetje uit sentiment en daarmee sluipt dan wel een vals glimlachje binnen.

Nu hebben wij twee zeer eigenzinnige mannen in onze club. Eentje met een Polio die hij behandelt of het een Ferrari in betere tijden is. Laten we hem Fokko noemen. De ander is Erik en die rijdt in een soort Bassie & Adriaan-busje, dat hij nota bene tijdens de clubavonden duidelijk in het zicht aan de weg zet. Gênant, natuurlijk, maar wij vinden het tot op heden niet echt een breekpunt.

Hoe dan ook, deze mannen werden hard geraakt door het Fleischmann-virus en zo kon het gebeuren dat er in de nachtelijke uren te Musselkanaal werd geboord, gevijld en gelijmd. Alles offset natuurlijk en met de roestvaste overtuiging van het gelijk hebben, zoals we dat eigenlijk alleen nog maar kennen van Henri Ford, die dus inderdaad gelijk kreeg. En zo ook Fokko en Erik. Of moet ik zeggen Erik en Fokko, want Erik bouwt ze onderhand in licentie, de één nog sneller dan de ander.  Laatst was hij zo ongeduldig dat hij een nieuw getunede Fleischmann op de baan zette waarin het zelfs het hele coureurtje ontbrak. Kijk, is zo’n ventje onthoofd (wat heel vaak gebeurt met die Lotussen omdat de rolbeugel net iets te laag is uitgevoerd); dáár doen wij reglementair niet moeilijk over. Maar helemaal geen knullie en zelfs geen stuurtje, dat is toch wel een lastig verhaal. Het gaat wel om de veiligheid op de baan natuurlijk.

De Flerischmann-fever heeft onderhand zulke afmetingen aangenomen dat er bijna elke clubavond over de Nationale Classicrace wordt gesproken. Natuurlijk niet met de beste bedoelingen! Inmaken die hap! Zo staat ook de Fleischmannbaan in Drachten op de nominatie voor een flinke scheerbeurt. Dan zijn er mijns inziens twee mogelijkheden: Of Drachten houdt daarna op te bestaan of iedereen ruilt zijn Mosler in voor een Ford Lotus van Fleischmann. Wij schrijven het jaar Onzes Heren 1965, ditmaal in goud.

Amazing!

zondag 21 juni 2015

Boek delen

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Als eindredacteur kreeg ik vanochtend drie artikelen onder ogen die weer helemaal stijf stonden van het ‘delen’. Waarom? Als ik ’s avonds naar het Journaal kijk, begrijp ik vooral dat de wereld absoluut geen zin heeft om te delen met die aanspoelende bruine en zwarte niksnutten die hier lekker willen profiteren. Delen volgens Facebook is opdringen: een filmpje van een baby die voor de lens van de filmende vader per ongeluk van de trap afstuitert (Moeder: HAHAHAHA!), een paard dat een dubbele oxer mist en midden tussen de knoertharde balken verzeild raakt, daarbij de ruiter vertrappend (Publiek: HAHAHAHA) of een boer die slootkantmaaiend onder het eendenkroos verdwijnt met zijn New Hollandtrekker (Eenden: HAHAHAHA).

Om niets van die leuke grappen te missen heb ik Internet Explorer omgebouwd tot mijn venster op de wereld: Facebook. Ik zie nu op één helft van mijn bijscherm (28”) alle leuke ellende ongevraagd passeren.  Ontdaan van alle door Microsoft bedachte fratsen is versie 11 eigenlijk best een bruikbare browser, moet ik toegeven. Niet zo snel als Chromium of Opera, maar dat hoeft dan ook niet voor dat slome Facebook, dat tegenwoordig alleen maar nog wordt gebruikt door ouderen die ook de tweede leg zien uitvliegen en daarom niet meer zo goed weten wat zij met hun tijd moeten doen, anders dan delen.

Maar Brave New World, kan het misschien wat zinniger? JeeWee van Capelleveen, hoogleraar slotcarracen en nijver publicist op dit gebied, schreef een handboek slotcarracen en deelt dat op internet via een pdf. Downloaden en lezen maar. Er staat bijvoorbeeld een handig zinnetje in, een soort vuistregel: meer snelheid krijg je door het pinion te vergroten en het kroonwiel te verkleinen. Die zin moet je als slotcarracer kunnen dromen. Waarom? Op internet wordt (zoals hier) onwaarschijnlijk veel afgezwetst, maar er zijn maar weinig concrete zaken te vinden over de techniek, waarbij ik in het midden wil laten of het dan om de rijvaardigheid of de techniek onder het kapje gaat.

Terwijl die kennis er wel is. Ik hoopte ooit meer kennis te vergaren door ‘s nachts met mijn tablet van alles en nog wat te delen met die luitjes aan gene zijde van de grote plas, de Amerikanen. Ook bezocht ik veelvuldig het Slotforum, maar ook daar veel gelul & geleuter. Wat zou het mooi zijn, zo bedacht ik mij, als een club als AmazingSlotCarRacing een deel van de website zou inrichten als deelplek. Niet om te weten dat u in spanning op de nieuwste Scalextric uitvoering van de Aston Martin DBR9 zit te wachten en dat u die vooral wilt kopen omdat (foutje!) de naam van Jan Lammers op het dak staat geprint in plaats van die van Jean Alesi. Dat soort onzin vertelt u maar bij wijze van voorspel aan uw vrouw.

Nee, wij spreken hier over echte kennis. Omdat wij verder willen komen. Omdat wij beter willen worden. Gewoon: werkt dat beter? Dan doen we het zo. Ik noem een heikele kwestie die sinds enige tijd ook bij onze club Amazingslotcarracing speelt: de kwestie van de vooras. Ik noem de details: onafhankelijk draaiende voorwielen of niet. Starre vooras, beweging in verticale richting, opvulringen om van die vermaledijde Ninco-zwabber af te komen, holle assen, zerogrip-bandjes, transparante nagellak (of wat u maar kunt stelen van uw vrouw) versus secondelijm, aluminium velgen in plaats van plestic wielen met inserts, schuren van velgen om de banden beter te kunnen verlijmen, inbusschroefjes om de ashoogte tot op een fractie van een millimeter te kunnen bepalen etc.

Wielen die de baan dus eigenlijk niet raken. Spreekt boekdelen! HAHAHAHA!


zondag 14 juni 2015

Alpine


SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.

Aangezien ik gelukkig getrouwd ben, kan ik het hier wel verklappen: dat onbesuisde gevoel van ‘die moet ik hebben’ als je subjectieve oog op een wonderschone dame valt. Zo mag je natuurlijk helemaal niet over dames denken en nog minder dit lekker-ding-denken uitventen, want je loopt het risico dat je in plaats daarvan Cisca Dresselhuys in je achtertuin tegen het lijf loopt voor een gruwelijk pak slaag. Gelukkig is het gewoon een metafoor voor de autodroom die slotcarracers wel eens hebben.

Ik had dat met de Renault Alpine A310, een auto met een prachtig verleden die ik me nog herinner uit mijn jeugd. Ik kocht ‘m van een Zweed in Houten en ik wist meteen dat hier zich het echte hobbyïsme aandiende, gruwelijk priegelwerk waarbij je je niet één fout kunt permitteren.
Wat is een fout? Afgelopen vrijdag lag er nog eentje op zijn rug op onze baan. Een prachtige en snelle auto van (nee, ik noem geen namen!) één onzer. De voorruit echter helemaal dichtgeslagen of de coureur met een vochtige duffelse jas was ingestapt en de blower plus airco niet werkten. Wij wisten meteen: gepruts met secondelijm en dat is funest voor glasheldere raampjes. Leer dat nu toch eens: geen secondelijm bij de ramen!

John uit Delfzijl keek met een blik van ‘ze leren het ook nooit’ en hij toonde ons één van zijn modelletjes. Je zag meteen een wonderschone dame in veel te korte hotpants met aan de handen twee enorme sponzen om te soppen over de motorkap hangen: zo mooi helder waren die ruitjes. Soldeerbout, sprak hij minzaam vriendelijk, maar zeer beslist.

Afijn, die had ik ook nodig. De Alpine heeft standaard, af fabriek, vier koplampen. Dat zijn dus vier ledlampjes in minuscule lampunits. Daarnaast heeft de Gitanes rallyuitvoering ook nog vier opgebouwde schijnwerpertjes van Hella op de kap, precies boven de bumper en wel zo breed dat de twee binnenste standaardkoplampen voor het merendeel achter die unit verdwijnen. Kun je zeggen dat daar dan ook geen ledjes in hoeven omdat niemand dat ziet. Maar dat is niet waar. Als je namelijk onder een bepaalde hoek naar de auto kijkt, dan zie je het wel. Toegegeven, het is lastig, maar ik zie het. Ik zag het zelfs al toen je het nog niet kon zien!

Na een avond intensief prutsen beschikte de Renault over acht koplampen (xenon-look) en twee achterlichten. De lampenglazen zijn nog helder, want ik bedacht me natuurlijk wel twee keer voordat ik secondelijm gebruikte. Je mag gewoon geen fout maken! Daarna ging de auto op zijn rug voor de elektronica die vooral uit weerstandjes bestaat. Een app die ik downloadde bleek de waarde toch niet te kunnen berekenen. Dus dat werd het oude handwerk. Uitgaande van 14 volt was dat nog een flink rekenklusje dat ik niet meer voor de kiezen had gehad sinds ik bij gonio de dwarskrachten op de piramide van Gizeh bij oostenwind moest berekenen. Ook hier geen foutje toegestaan, want een ledje in de Alpine vervangen is nog erger dan een stadslichtlampje in mijn Vel Satis.

Maar hoe heerlijk: tegen de tijd dat je ogen kikkerbol staan van het turen, je vingers beurs van het rammelen op de rekenmachine, kan het licht uit. Maestro, spanning op de baan! En zie: een ferme kegel wit licht van acht 20 graden xenonlooklampjes valt precies voor de auto. Amazing! Als mijn vriendjes nu niet trots op mij zijn, dan weet ik het niet meer!

Sodeknetter, wat een rijdende kermis! Goed gedaan, Teun! 

zondag 7 juni 2015

Dommo

SLOTCARRACERELAAS

De vrolijke belevenissen van een handvol slotcarracers bij hun club Amazingslotcarracing.nl in Tweede Exloërmond op een 48 meter 4-sporenbaan van MDF.


Een slotcar een beetje knap door de bocht zwiepen is helaas niet alleen een kwestie van kunst en kunde. Techniek speelt eveneens een belangrijke rol, hoe eenvoudig ook. Ik praat hier over de versnellingsbak van een slotcar die in al zijn eenvoud slechts twee tandwieltjes heeft. De truc zit ‘m in de verhouding tussen die twee tandwielen. Tegen de tijd dat ik toe was aan het op grote schaal wisselen van tandwieltjes voor nog betere prestaties, werd ik vooral gedreven door het gevoel dat een pinion met tien tanden een wereld van verschil zou betekenen ten opzichte van het fabriekstandwieltje met twaalf tanden. Eenmaal op de baan veronderstelde ik dat ik me had vergist met tellen: Waar was die dodelijke acceleratie die ik beoogde? Hoezo was ik al mijn remvermogen kwijt? Reed mijn auto nu echt zoveel harder?

Voor iedereen die probeert met nijptang, bankhamer, punttang en bankschroef die tandwieltjes te wisselen terwijl het zweet hem van de kop gutst, zeg ik met nadruk bedacht te zijn op een geweldige teleurstelling. Om er echt iets van te merken moet je grote stappen zetten. Een kroonwiel van 32 vervangen door eentje van 26 of 24 betekent inderdaad wat. Of een pinion van 8 bijkans verdubbelen naar 14; dat zet wel zoden aan de dijk. Maar of je er gelukkiger van wordt?

Het gegoochel met de tandwieltjes heeft wat van de natuurkundige wetmatigheid van de regel ‘Wat je wint aan kracht, verlies je aan de weg’. Misschien rijdt de slotcar 3 kilometer harder en moet je daarom dus iets eerder gaan remmen. Ofwel de motor komt sneller op toeren, maar het effect is een lagere topsnelheid op het rechte stuk.

Natuurlijk weet ik wel wat de grote coureurs onder ons steeds zeggen, namelijk dat je met een nieuwe configuratie ten minste 70 rondes, iedere dag weer en dat gedurende zes weken achtereen moet rijden voordat je een conclusie mag trekken, maar op die manier ben je wel een dik half jaar bezig om je autootje te tunen. Mijn methode is beter. Dat wil zeggen dat ik aanneem dat de standaardconfiguratie een aardig en wel degelijk acceptabel gemiddelde is voor deze of die baan. Oefen daarmee een tijdje totdat je vindt of denkt dat het wel een tandje harder mag. Koop dan vooral geen nieuw tandje, maar wel een nieuwe motor en gebruik gewoon die met de standaard configuratie aan tandwielen die je al had.

Zoals ik eerder beschreef kreeg ik van mijn vrouw die er altijd goed oplet of ik in de bebouwde kom niet harder dan dertig rijd, een Spaanse SunRed SR21 Dommo. Wedstrijdtechnisch de meest lachwekkende auto ooit, want de ingenieurs die hem ontwierpen (Bravo! Bravo!) zagen over het hoofd dat er geen model voor de weg voor handen was. En dat is een harde eis om te mogen racen bij bepaalde wedstrijden. Zoals op Le Mans. Deze vergissing is ook het slotcar-model enigszins fataal geworden, want de fabrikant investeerde niet meer in een motor. De pit van een Trabby dus.

Bij Klaas Bos kocht ik een Slot-It Flat-6 RS met 25.000 rpm (240g/cm) en de Sunred rijdt nu werkelijk met zijn standaardbak als de brandweer. Op de Tammo Tamiya meet ik vlot 46 km/u. De kap, uitgevoerd in prachtig rood, zilver en wit resoneert hierdoor als de dekschilden van een legertje bidsprinkhanen. Het lawaai is oorverdovend en wordt door mij geschat op ca 96 dB(A). Dat is veel (gehoorschade dreigt), maar ik bijt die dekselse Moslers nu wel stevig in welgevormde kuiten.

Lekker puh! One day I’ll Fly away!